Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
maakten 2
maal 1
maanden 1
maar 85
maat 1
macht 6
machtig 1
Frequency    [«  »]
121 niet
101 dat
89 door
85 maar
82 hij
82 zal
81 te

Het boek der Wijsheid

IntraText - Concordances

maar

   Chapter, Verse
1 1, 16| 16 Maar de goddelozen hebben dat 2 2, 11| 11 Maar onze sterkte zij een wet 3 2, 21| Dit hebben zij overlegd, maar hebben gedwaald, want hun 4 2, 24| 24 Maar door des duivels nijdigheid 5 3, 1 | 1 MAAR de zielen der rechtvaardigen 6 3, 3 | te zijn een vernieling, maar zij zijn in vrede.~ 7 3, 10| 10 Maar de goddelozen zullen gestraft 8 3, 16| 16 Maar de kinderen der echtbrekers 9 4, 3 | 3 Maar de vruchtbare menigte der 10 4, 7 | 7 Maar de rechtvaardige, indien 11 4, 9 | 9 Maar wijsheid is de mensen dat 12 4, 18| het zien en niets achten, maar de Here zal hen uitlachen.~ 13 5, 7 | woeste omwegen doorreisd, maar de weg des Heren hebben 14 5, 11| die door de lucht vliegt, maar als de vleugels bewogen 15 5, 14| geen teken der deugd tonen, maar zijn in onze boosheid verteerd 16 5, 15| voorbijgaat van degene, die maar één dag gast geweest is.~ 17 5, 16| 16 Maar de rechtvaardigen leven 18 6, 6 | vergeven door barmhartigheid, maar de machtigen zullen streng 19 6, 8 | 8 Maar over de heersende zal een 20 6, 22| verborgenheden niet verbergen, maar zal haar van het begin harer 21 6, 24| 24 Maar de menigte der wijzen is 22 7, 6 | 6 Maar aller mensen ingang in het 23 7, 30| dat licht komt de nacht, maar de boosheid zal de wijsheid 24 8, 16| smart met haar te leven, maar vreugde en blijdschap.~ 25 10, 8 | zij het goede niet kennen, maar laten ook in dit leven een 26 10, 9 | 9 Maar de wijsheid heeft uit moeite 27 10, 13| rechtvaardige die verkocht was, maar heeft hem uit de zonde verlost; 28 10, 14| heeft zij hem niet verlaten, maar bleef bij hem totdat zij 29 10, 19| 19 Maar hun vijanden deed zij verdrinken, 30 11, 11| Vader vermaand en beproefd, maar genen, scherp onderzocht 31 11, 20| had kunnen vermorzelen, maar hun vreselijk gezicht hen 32 11, 21| kracht, als door een wan, maar gij hebt alle dingen geordineerd 33 11, 24| 24 Maar gij ontfermt u over alle 34 11, 27| 27 Maar gij verschoont alle dingen, 35 12, 8 | 8 Maar ook dezen hebt gij als mensen 36 12, 10| 10 Maar gij straffende gaandeweg, 37 12, 15| 15 Maar daar gij rechtvaardig zijt, 38 12, 18| 18 Maar gij, heersende over de sterkte, 39 12, 19| 19 Maar door zulke werken hebt Gij 40 12, 22| zorgvuldig zouden betrachten, maar geoordeeld zijnde, barmhartigheid 41 12, 26| 26 Maar zij, die door de bespottelijke 42 13, 2 | 2 Maar hebben gemeend, dat of het 43 13, 6 | 6 Maar nochtans is in deze de klacht 44 13, 10| 10 Maar het zijn ellendige mensen 45 14, 3 | 3 Maar uw voorzienigheid, o Vader, 46 14, 8 | 8 Maar dat met handen gemaakt is, 47 14, 8 | omdat hij het gemaakt heeft, maar dat, omdat het verderfelijk 48 14, 22| kennis van God te dwalen, maar ook levende in een grote 49 14, 24| leven noch echtstaat rein; maar òf de een brengt de ander 50 14, 25| 25 Maar het is al onder elkander 51 14, 31| dergene bij welke men zweert, maar de wraak dergenen die zondigen, 52 15, 1 | 1 MAAR gij onze God zijt goedertieren 53 15, 2 | zijn uw, wetende uw kracht, maar wij zullen niet zondigen, 54 15, 7 | stuk werk tot onze dienst; maar uit hetzelfde leem maakt 55 15, 9 | 9 Maar hij is bezorgd, niet omdat 56 15, 9 | kortdurend leven heeft, maar omdat hij om strijd arbeidt 57 15, 12| 12 Maar zij achten ons leven een 58 15, 14| 14 Maar de vijanden uws volks, die 59 15, 17| 17 Maar sterfelijk zijnde maakt 60 15, 17| dewijl hij leven heeft, maar zij hadden het nooit.~ 61 15, 19| aanzien der andere dieren; maar zij zijn de lof Gods en 62 16, 3 | begeerte zouden afkeren, maar dezen, hebbende een kleine 63 16, 6 | niet tot aan het einde, maar zij werden voor een kleine 64 16, 7 | hetgeen hij aanschouwd had, maar door u de behouder van allen.~ 65 16, 10| 10 Maar uw kinderen zijn ook zelfs 66 16, 12| pleister heeft hen genezen, maar, Here, uw woord, hetwelk 67 16, 14| ander door zijn boosheid maar de geest die uitgevaren 68 16, 18| goddelozen uitgezonden waren, maar daar zij klaar zouden zien, 69 16, 21| tegen uw kinderen openbaar, maar dienende tot begeerte desgenen 70 16, 26| vruchten de mens voedt, maar dat uw woord onderhoudt 71 17, 4 | bewaarde hen niet zonder vrees, maar weerklanken overvielen hen, 72 17, 6 | 6 Maar alleen enig vanzelf brandend 73 17, 13| 13 Maar hoe minder de verwachting 74 17, 21| 21 Maar over hen alleen was een 75 18, 1 | 1 MAAR uw heiligen hadden een zeer 76 18, 1 | Egyptenaars) wel hoorden, maar zagen hun gedaante niet,~ 77 18, 2 | dat zij ook niet leden, maar dankten hen dat zij tevoren 78 18, 16| raakte wel aan de hemel, maar ging ook op de aarde.~ 79 18, 20| verbreking der menigte geschied, maar die toorn duurde niet lang.~ 80 18, 22| door kracht van wapenen, maar door het woord bracht hij 81 19, 1 | 1 MAAR de toorn overviel de goddelozen 82 19, 5 | wonderlijke reis doen zou, maar zij een vreemde dood vinden.~ 83 19, 13| die daar kwamen niet aan, maar genen dwongen tot dienstbaarheid 84 19, 14| 14 En niet alleen dat, maar mochten ook niet lijden 85 19, 16| 16 Maar zij werden ook met blindheid


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License