Chapter, Verse
1 1, 2 | 2 Want hij wordt gevonden door degenen
2 1, 14| 14 Want hij heeft alle dingen geschapen
3 2, 12| rechtvaardige loeren, want hij is ons nadelig, en stelt
4 2, 13| 13 Hij wendt voor dat hij kennis
5 2, 13| 13 Hij wendt voor dat hij kennis van God heeft, en
6 2, 14| 14 Hij is ons geworden tot een
7 2, 15| 15 Hij is ons bezwaarlijk, ook
8 2, 16| geacht als vals zilver, en hij houdt zich af van onze wegen,
9 2, 16| wegen, als van onreinheden: hij prijst zalig het einde der
10 2, 17| ons opmerken wat uitkomst hij hebben zal.~
11 2, 18| een zoon Gods is, zo zal hij hem te hulp komen, en zal
12 2, 20| opzicht genomen worden, gelijk hij zegt.~
13 3, 6 | 6 Hij heeft hen beproefd gelijk
14 3, 11| 11 Want hij is ellendig die de wijsheid
15 4, 7 | de rechtvaardige, indien hij vroeg komt te sterven, zal
16 4, 10| levende onder de zondaren werd hij weggenomen.~
17 4, 11| 11 Hij werd weggerukt, opdat de
18 4, 13| volmaakt geworden zijnde, heeft hij lange tijden vervuld.~
19 4, 14| aangenaam, daarom heeft hij gehaast hem uit het midden
20 4, 19| doden in eeuwigheid, want hij zal hen stemmeloos en voorwaarts
21 5, 5 | 5 Hoe is hij nu gerekend onder de kinderen
22 5, 17| met zijn rechterhand zal hij hen beschermen, en met zijn
23 5, 17| beschermen, en met zijn arm zal hij hen beschutten.~
24 5, 18| 18 Hij zal zijn ijver nemen tot
25 5, 19| 19 Hij zal gerechtigheid aantrekken
26 5, 20| 20 Hij zal heiligheid nemen tot
27 6, 5 | Schrikkelijk en haastig zal hij over u komen; want een streng
28 6, 7 | grootte niet vrezen, want hij heeft kleinen en groten
29 6, 7 | gemaakt, en tegelijk zorgt hij voor allen.~
30 6, 14| geen moeite hebben, want hij zal haar bij zijn poorten
31 7, 15| die mij gegeven zijn, want hij leidt op de weg der wijsheid
32 7, 17| 17 Want hij heeft mij gegeven ware kennis
33 9, 2 | wijsheid hebt bereid, opdat hij zou heersen over de schepselen
34 9, 3 | 3 En dat hij de wereld zou regeren in
35 9, 6 | volmaakt zou zijn, zo zal hij toch niets geacht worden,
36 10, 5 | God bewaard, en behoed dat hij sterk bleef in de inwendige
37 10, 6 | rechtvaardige verlost, toen hij het nedervallende vuur der
38 10, 10| rechtvaardige op rechte paden, als hij vluchtende was voor de toorn
39 10, 12| overwinning gegeven, opdat hij zou weten dat de godzaligheid
40 11, 17| waardoor iemand zondigt, hij daardoor wordt geplaagd.~
41 12, 27| hebben zij bekend, dat hij een ware God was, die zij
42 13, 4 | bemerken, hoeveel machtiger hij is, die deze toebereid heeft.~
43 13, 12| 12 Zo gebruikt hij de spaanders van zijn werk
44 13, 13| krom en kwastig is, neemt hij, en als hij ledig is, snijdt
45 13, 13| kwastig is, neemt hij, en als hij ledig is, snijdt hij het
46 13, 13| als hij ledig is, snijdt hij het met zorgvuldigheid,
47 13, 14| 14 Of hij maakt, dat het een dier
48 13, 15| als het waardig is, zet hij het in de muur en maakt
49 13, 16| niet zou afvallen verzorgt hij het tevoren, wetende dat
50 13, 17| huwelijk, en kinderen, schaamt hij zich niet aan te spreken
51 13, 18| 18 En dat zwak is roept hij aan om gezondheid, en bidt
52 13, 18| onbedreven is, dat smeekt hij om bijstand.~
53 13, 19| een goede uitkomst bidt hij degene, die met de handen
54 14, 8 | gemaakt heeft; deze, omdat hij het gemaakt heeft, maar
55 14, 15| die toen dood was, eert hij nu als een God, en beval
56 14, 17| vleien de afwezige, alsof hij tegenwoordig ware.~
57 15, 5 | onwijze begeerte verwekt, dat hij lust krijgt tot de gedaante
58 15, 7 | uit hetzelfde leem maakt hij vaten die tot reine werken
59 15, 8 | met kwade arbeid, maakt hij een ijdele god uit datzelfde
60 15, 8 | uit datzelfde leem, daar hij weinig tijds tevoren uit
61 15, 8 | dezelve gaan zal, uit welke hij genomen is, wanneer de schuld
62 15, 9 | 9 Maar hij is bezorgd, niet omdat hij
63 15, 9 | hij is bezorgd, niet omdat hij moeite zal hebben, noch
64 15, 9 | moeite zal hebben, noch omdat hij een kortdurend leven heeft,
65 15, 9 | leven heeft, maar omdat hij om strijd arbeidt met de
66 15, 9 | en zilversmeden, en dat hij het de koperslagers nadoet,
67 15, 9 | het een eer te zijn, dat hij valse dingen maakt.~
68 15, 11| 11 Omdat hij die niet kent die hem gemaakt
69 15, 13| weet boven alle anderen dat hij zondig, makende van aardse
70 15, 17| sterfelijk zijnde maakt hij een dode, met zijn onrechtvaardige
71 15, 17| onrechtvaardige handen; want hij is beter dan hetgeen hij
72 15, 17| hij is beter dan hetgeen hij als god eert, dewijl hij
73 15, 17| hij als god eert, dewijl hij leven heeft, maar zij hadden
74 16, 7 | niet behouden door hetgeen hij aanschouwd had, maar door
75 16, 14| geest die uitgevaren is kan hij niet doen wederkeren, noch
76 17, 17| zijnde verrast, zo moest hij de onvermijdelijke nood
77 18, 18| openbaarde om wat oorzaak hij stierf.~
78 18, 21| de jammer, betonende dat hij uw dienstknecht was.~
79 18, 22| 22 En hij overwon de verderver niet
80 18, 22| maar door het woord bracht hij de plagende ten onder, hebbende
81 18, 23| elkander gevallen lagen, stond hij tussen beiden, hieuw de
82 18, 25| verderver, en deze vreesde hij, want de beproeving des
|