Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
takken 2
tanden 1
tasten 1
te 81
tegelijk 2
tegemoet 1
tegen 21
Frequency    [«  »]
85 maar
82 hij
82 zal
81 te
80 hun
80 met
76 gij

Het boek der Wijsheid

IntraText - Concordances

te

   Chapter, Verse
1 1, 14| alle dingen geschapen om te zijn, en de beginselen der 2 2, 9 | van ons zij zonder deel te hebben aan onze vermetelheid; 3 2, 15| bezwaarlijk, ook zelfs om aan te zien, want zijn leven is 4 2, 18| Gods is, zo zal hij hem te hulp komen, en zal hem verlossen 5 2, 22| loon der heiligheid niet te hopen, en achten de eer 6 3, 2 | schijnen in de ogen der dwazen te sterven, en hun uitgang 7 3, 3 | afscheiden van ons schijnt hun te zijn een vernieling, maar 8 3, 18| 18 Indien zij haast komen te sterven, zo zullen zij geen 9 4, 1 | BETER is het onder kinderen te zijn, en deugd te hebben, 10 4, 1 | kinderen te zijn, en deugd te hebben, want onsterfelijkheid 11 4, 7 | rechtvaardige, indien hij vroeg komt te sterven, zal in de rust 12 4, 14| midden der boosheid weg te nemen.~ 13 6, 6 | 6 Want de minsten is het te vergeven door barmhartigheid, 14 6, 13| begeren, om tevoren gekend te worden.~ 15 6, 15| 15 Want aan haar te gedenken is de volkomenheid 16 6, 17| bezorging van onderwezen te worden is liefde,~ 17 6, 22| naspeuren, en haar kennis te voorschijn brengen, en zal 18 7, 9 | is als slijk tegen haar te rekenen.~ 19 7, 10| en heb haar verkoren om te hebben tot een licht; want 20 7, 15| mij gegeven mijn mening te zeggen, en te bedenken hetgeen 21 7, 15| mijn mening te zeggen, en te bedenken hetgeen waardig 22 7, 15| bedenken hetgeen waardig te de dingen, die mij gegeven 23 7, 17| der dingen die zijn, om te weten de gestalte der wereld, 24 8, 2 | en haar gezocht voor mij te nemen tot een bruid, en 25 8, 9 | dan besloten ze tot mij te brengen, om met mij te leven, 26 8, 9 | mij te brengen, om met mij te leven, wetende dat zij mij 27 8, 16| 16 Want met haar te verkeren brengt geen verdriet, 28 8, 16| verdriet, noch smart met haar te leven, maar vreugde en blijdschap.~ 29 8, 21| en dat was ook kloekheid, te weten van wie die genade 30 10, 2 | en hem sterkte gegeven om te heersen over alle dingen.~ 31 11, 7 | gebods de kleine kinderen te doden.~ 32 11, 18| geschapen heeft, over hen te zenden een menigte van beren, 33 12, 8 | wespen, om hen gaandeweg uit te roeien.~ 34 12, 9 | rechtvaardigen onderdanig te maken, of door vreselijke 35 12, 9 | streng woord tot één toe hen te verdoen.~ 36 12, 15| rechtvaardig, en acht het vreemd te zijn van uw macht, te veroordelen 37 12, 15| vreemd te zijn van uw macht, te veroordelen degene, die 38 12, 15| schuldig is om gestraft te worden.~ 39 12, 27| eertijds hadden geweigerd te kennen; waarom ook de uiterste 40 13, 1 | zichtbare goederen niet vermocht te kennen degene die is; noch 41 13, 8 | wederom is het ook deze niet te vergeven.~ 42 13, 9 | hebben zij zoveel vermocht te weten, dat zij hebben kunnen 43 13, 10| hun hoop is onder de doden te rekenen, die de werken der 44 13, 12| van zijn werk om spijze te bereiden, en wordt verzadigd.~ 45 13, 17| schaamt hij zich niet aan te spreken een ding dat zonder 46 14, 1 | die zich toerust om scheep te gaan en voorheeft de wilde 47 14, 1 | voorheeft de wilde baren te doorreizen, die roept aan 48 14, 15| godsdienstigheden en offeranden te plegen.~ 49 14, 17| tegenwoordig zijn, om hen te eren, omdat zij verre woonden, 50 14, 19| gelijkheid op het schoonst uit te drukken.~ 51 14, 22| omtrent de kennis van God te dwalen, maar ook levende 52 14, 27| die men ook niet behoort te noemen, is het beginsel, 53 15, 9 | nadoet, en acht het een eer te zijn, dat hij valse dingen 54 15, 15| niet kunnen gebruiken om te zien, noch hun neusgaten 55 15, 15| hun neusgaten om lucht aan te trekken, noch de oren om 56 15, 15| trekken, noch de oren om te horen, noch de vingers hunner 57 15, 15| hunner handen om iets aan te tasten, en welker voeten 58 15, 15| voeten lui zijn om voort te gaan.~ 59 15, 19| schoon om zo zeer begeerd te worden, in het aanzien der 60 16, 2 | de lust van hun begeerte te verzadigen.~ 61 16, 6 | teken der behoudenis, om hen te doen gedenken aan het gebod 62 16, 9 | waren van zulke geplaagd te worden.~ 63 16, 11| met prikkelen gestoken om te gedenken aan uw woorden, 64 16, 15| Het is onmogelijk uw hand te ontvlieden.~ 65 16, 16| goddelozen weigerende u te kennen, zijn door uw sterke 66 16, 17| hetwelk op het hoogste te verwonderen is) het vuur 67 16, 20| vermogende allerlei vermaking te geven, en allerlei bekwame 68 16, 28| zon moet voorkomen om u te danken, en u ontmoeten tegen 69 17, 1 | oordelen zijn groot en zwaar om te verhalen; daarom zijn de 70 17, 2 | heilige volk onder hun macht te houden, lagen gebonden van 71 17, 3 | 3 Want menende te schuilen in hun heimelijke 72 17, 5 | kracht des vuurs vermocht hen te lichten, en de glinsterende 73 17, 8 | de schrik en beroertenis te verdrijven, deze werden 74 17, 10| 10 En weigerende de lucht te aanschouwen, die toch nergens 75 18, 5 | kleine kinderen der heiligen te doden, en een kind van die 76 18, 12| zelfs niet genoegzaam om die te begraven, overmits dat hun 77 18, 19| niet zouden vergaan, zonder te weten waarom zij zo veel 78 19, 2 | zij hen zouden toelaten te vertrekken en met haast 79 19, 18| en die gemaakt waren om te zwemmen gingen op de aarde.~ 80 19, 21| het niet onwaardig gekeurd te allen tijde en in alle plaatsen 81 19, 21| en in alle plaatsen bij te staan.~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License