Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
huis 2
hulp 2
hulpeloze 1
hun 80
hunner 7
huppelden 1
huwelijk 2
Frequency    [«  »]
82 hij
82 zal
81 te
80 hun
80 met
76 gij
75 heeft

Het boek der Wijsheid

IntraText - Concordances

hun

   Chapter, Verse
1 2, 21| maar hebben gedwaald, want hun boosheid heeft hen verblind.~ 2 3, 2 | der dwazen te sterven, en hun uitgang wordt voor kwelling 3 3, 3 | 3 En hun afscheiden van ons schijnt 4 3, 3 | afscheiden van ons schijnt hun te zijn een vernieling, 5 3, 4 | gepijnigd worden, zo is nochtans hun hoop vol onsterfelijkheid.~ 6 3, 7 | 7 Ten tijde van hun bezoeking zullen zij blinken, 7 3, 11| wijsheid en tucht veracht, en hun hoop is ijdel, en hun moeiten 8 3, 11| en hun hoop is ijdel, en hun moeiten zijn tevergeefs, 9 3, 11| moeiten zijn tevergeefs, en hun werken onnut.~ 10 3, 12| 12 Hun vrouwen zijn dwaas, en hun 11 3, 12| Hun vrouwen zijn dwaas, en hun kinderen boos.~ 12 3, 13| 13 Hun geslacht is vervloekt, daarom 13 3, 17| niets geacht worden, en hun ouderdom zal op het laatste 14 4, 5 | rondom gebroken worden, en hun vrucht is onnut, onrijp 15 4, 6 | getuigen der boosheid tegen hun ouders, wanneer men hen 16 4, 19| zullen in angst zijn en hun gedachtenis zal vergaan.~ 17 4, 20| komen, bevreesd zijnde; en hun onrechtvaardige daden zullen 18 5, 16| leven in der eeuwigheid, en hun loon is bij de Here, en 19 6, 16| de paden verschijnt zij hun vriendelijk, en ontmoet 20 8, 12| spreek, zullen zij de hand op hun mond leggen.~ 21 10, 8 | een gedachtenis na, van hun eigen dwaasheid, opdat zij 22 10, 17| loon der heiligheid voor hun moeite, en heeft hen geleid 23 10, 17| een wonderlijke weg, en is hun geworden tot een deksel 24 10, 19| 19 Maar hun vijanden deed zij verdrinken, 25 11, 3 | beoorloogden, en oefenden wraak aan hun vijanden.~ 26 11, 4 | dorst en riepen u aan, en hun werd water gegeven uit een 27 11, 5 | 5 Want waardoor hun vijanden waren geplaagd 28 11, 6 | 6 Daardoor werd hun welgedaan, als zij gebrek 29 11, 8 | overvloedig water boven hun verwachting.~ 30 11, 14| zij hoorden dat deze door hun eigen plagen weldaden genoten, 31 11, 16| beesten eerden, hebt gij hun een menigte der onvernuftige 32 11, 20| kunnen vermorzelen, maar hun vreselijk gezicht hen ook 33 12, 2 | vervallen, en vermaant hen, hun indachtig makende waarin 34 12, 6 | land, en de ouders, die met hun eigen handen de hulpeloze 35 12, 10| straffende gaandeweg, gaaft hun tijd tot bekering, wel wetende 36 12, 10| bekering, wel wetende dat hun geslacht boos was, en hun 37 12, 10| hun geslacht boos was, en hun boosheid hun aangeboren, 38 12, 10| boos was, en hun boosheid hun aangeboren, en dat hun gedachten 39 12, 10| boosheid hun aangeboren, en dat hun gedachten niet zouden veranderen 40 12, 11| iemand vrezende, gaaft gij hun zekerheid in hetgeen waarin 41 12, 23| onrechtvaardig geleefd hebben, door hun eigen gruwelen gepijnigd 42 12, 24| zij ook de dieren, die bij hun vijanden ongeeerd waren, 43 13, 3 | 3 Indien zij nu, in hun schoonheid vermaak scheppende, 44 13, 4 | verwonderd zijn geweest over hun kracht en werking, dat zij 45 13, 5 | schoonheid der schepselen wordt hun oorspronkelijke werkmeester 46 13, 10| zijn ellendige mensen en al hun hoop is onder de doden te 47 14, 5 | vertrouwen ook de mensen hun zielen aan een zeer gering 48 14, 12| beginsel der hoererij; en hun uitvinding de verderving 49 14, 14| wereld gekomen, en daarom is hun einde kort bedacht geworden.~ 50 14, 17| verre woonden, hebben zij hun aangezicht, dat verre van 51 14, 23| 23 Want zij, of zij hun offeranden waarin zij hun 52 14, 23| hun offeranden waarin zij hun kinderen doden, òf verborgen 53 15, 15| heidenen houden voor goden, die hun ogen niet kunnen gebruiken 54 15, 15| gebruiken om te zien, noch hun neusgaten om lucht aan te 55 16, 2 | toebereid, om de lust van hun begeerte te verzadigen.~ 56 16, 4 | alleen getoond werd, hoe hun vijanden gepijnigd werden.~ 57 16, 9 | geen genezing werd voor hun ziel gevonden, omdat zij 58 16, 20| de hemel gezonden zonder hun arbeid, vermogende allerlei 59 17, 2 | onderwonden het heilige volk onder hun macht te houden, lagen gebonden 60 17, 3 | Want menende te schuilen in hun heimelijke zonden, onder 61 17, 4 | aangezichten verschenen hun.~ 62 17, 6 | vuur vol vrees verscheen hun, en vervaard zijnde voor 63 17, 7 | hunner pocherij vanwege hun, kloekheid.~ 64 17, 15| onverwachte vrees overkwam hun.~ 65 18, 1 | wel hoorden, maar zagen hun gedaante niet,~ 66 18, 2 | tevoren verongelijkt zijnde, hun nochtans geen schade deden, 67 18, 3 | 3 Waarvoor gij hun gaaft een vuurvlammige kolom, 68 18, 3 | hen niet beschadigde in hun heerlijke herberg.~ 69 18, 12| te begraven, overmits dat hun edelste geslacht in een 70 18, 17| onverwachte vrees overkwam hun.~ 71 18, 19| die hen ontroerden, hadden hun dit tevoren bekend gemaakt, 72 19, 2 | God wist van tevoren ook hun toekomende dingen, dat zij 73 19, 4 | vergetelheid der dingen die hun wedervaren waren, opdat 74 19, 4 | zouden de plaag die aan hun pijnen nog ontbrak.~ 75 19, 10| geschied waren in het land van hun vreemdelingschap; hoe de 76 19, 12| 12 Want tot hun troost kwamen kwakkelen 77 19, 13| leden rechtvaardig voor hun eigen boosheden, dewijl 78 19, 13| dienstbaarheid de vreemdelingen, die hun weldaden bewezen hadden.~ 79 19, 15| reeds medegenoten waren van hun rechten.~ 80 19, 17| veranderen, blijvende altijd in hun weerklank, hetwelk men afleiden


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License