Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
uitvloeiing 1
uitwannen 1
ulieden 2
uw 69
uwe 1
uwen 1
uwer 8
Frequency    [«  »]
75 heeft
72 hen
71 tot
69 uw
56 als
56 hem
55 ook

Het boek der Wijsheid

IntraText - Concordances

uw

   Chapter, Verse
1 1, 11| murmurering en onthoudt uw tong van achterklappen, 2 6, 2 | 2 Laat dit tot uw oren ingaan, gij die over 3 6, 3 | de Allerhoogste; die naar uw werken vlijtig vernemen, 4 6, 3 | werken vlijtig vernemen, en uw raadslagen doorzoeken zal.~ 5 9, 1 | dingen gemaakt hebt door uw woord,~ 6 9, 2 | 2 En de mens door uw wijsheid hebt bereid, opdat 7 9, 4 | mij de wijsheid, die bij uw tronen zit, en verwerp mij 8 9, 4 | en verwerp mij niet uit uw kinderen.~ 9 9, 5 | 5 Want ik ben uw dienstknecht en een zoon 10 9, 7 | verkoren tot een koning over uw volk, en tot een rechter 11 9, 7 | en tot een rechter over uw zonen en dochteren.~ 12 9, 8 | gezegd, dat ik een tempel op uw heilige berg zou bouwen, 13 9, 9 | Bij u is de wijsheid, die uw werken weet, en tegenwoordig 14 9, 9 | verstaat wat aangenaam is in uw ogen, en wat recht is in 15 9, 9 | ogen, en wat recht is in uw geboden.~ 16 9, 10| 10 Zend haar af uit uw heilige hemelen, ja zend 17 9, 12| aangenaam zijn, en ik zal uw volk rechtvaardig richten, 18 9, 17| 17 En wie heeft uw raad gekend? tenzij dat 19 9, 17| gij wijsheid gegeven, en uw Heilige Geest gezonden hebt 20 10, 20| beroofd, en hebben, Here, uw heilige naam lof gezongen 21 11, 18| 18 Want het ontbrak uw almachtige hand niet, die 22 11, 22| en wie kan de kracht van uw arm tegenstaan?~ 23 12, 1 | 1 WANT uw onverderfelijke Geest is 24 12, 3 | hatende de oude inwoners van uw heilig land,~ 25 12, 6 | bloedeters uit het midden van uw goddelijk land, en de ouders, 26 12, 8 | en hebt voorlopers van uw leger voor hen heengezonden, 27 12, 12| wie zal zich stellen tegen uw oordeel? en wie zal u beschuldigen 28 12, 15| acht het vreemd te zijn van uw macht, te veroordelen degene, 29 12, 16| 16 Want uw sterkte is het beginsel 30 12, 17| als men niet gelooft dat uw macht volkomen is, en wederlegt 31 12, 19| door zulke werken hebt Gij uw volk geleerd, dat de rechtvaardige 32 12, 19| lieftallig moet zijn; en hebt uw kinderen goede hoop gegeven, 33 12, 21| naarstigheid oordeelt gij uw kinderen, met welker vaderen 34 12, 22| meer, opdat wij oordelende, uw goedheid zorgvuldig zouden 35 14, 3 | 3 Maar uw voorzienigheid, o Vader, 36 14, 6 | na, zijnde bestuurd door uw hand.~ 37 15, 2 | zo wij zondigen; wij zijn uw, wetende uw kracht, maar 38 15, 2 | zondigen; wij zijn uw, wetende uw kracht, maar wij zullen 39 15, 3 | volkomen gerechtigheid, en uw kracht weten, is een wortel 40 16, 2 | een plaag, hebt gij aan uw volk weldadigheid bewezen, 41 16, 6 | 6 Zo duurde uw toorn niet tot aan het einde, 42 16, 6 | gedenken aan het gebod van uw wet.~ 43 16, 10| 10 Maar uw kinderen zijn ook zelfs 44 16, 10| draken niet overwonnen; want uw barmhartigheid kwam hen 45 16, 11| gestoken om te gedenken aan uw woorden, en snel weder geheeld, 46 16, 11| kunnen aangehaald worden door uw weldadigheid.~ 47 16, 12| hen genezen, maar, Here, uw woord, hetwelk alle dingen 48 16, 15| 15 Het is onmogelijk uw hand te ontvlieden.~ 49 16, 16| weigerende u te kennen, zijn door uw sterke arm gegeseld geworden, 50 16, 20| 20 Daarentegen hebt gij uw volk gespijzigd met spijs 51 16, 21| 21 Want deze uw onderstutting maakt uw zoetigheid 52 16, 21| deze uw onderstutting maakt uw zoetigheid tegen uw kinderen 53 16, 21| maakt uw zoetigheid tegen uw kinderen openbaar, maar 54 16, 25| veranderd zijnde, diende zij uw alvoedende gave, naar de 55 16, 26| 26 Opdat uw kinderen, welke gij lief 56 16, 26| de mens voedt, maar dat uw woord onderhoudt degenen 57 17, 1 | 1 WANT uw oordelen zijn groot en zwaar 58 18, 1 | 1 MAAR uw heiligen hadden een zeer 59 18, 4 | gevangen werden gehouden, die uw kinderen gevankelijk ingesloten 60 18, 7 | 7 En van uw volk is verkregen de verlossing 61 18, 15| 15 Toen daalde uw alvermogend woord van de 62 18, 16| scherp zwaard, namelijk uw ongeveinsd gebod, en staande 63 18, 21| jammer, betonende dat hij uw dienstknecht was.~ 64 18, 24| der stenen ingegraveerd en uw grootmogendheid op de hoed 65 19, 5 | 5 En opdat uw volk een zeer wonderlijke 66 19, 6 | nieuws herschapen, dienende uw bijzondere geboden; en opdat 67 19, 6 | bijzondere geboden; en opdat uw kinderen zouden onbeschadigd 68 19, 8 | het volk overging, die met uw hand beschermd werden, en 69 19, 21| Here, in allen hebt gij uw volk groot en heerlijk gemaakt


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License