Chapter, Verse
1 1, 5 | onverstandigen en bestraft hen, als de ongerechtigheid daarbij
2 2, 16| Wij worden van hem geacht als vals zilver, en hij houdt
3 2, 16| zich af van onze wegen, als van onreinheden: hij prijst
4 3, 6 | smeltoven, en hen aangenomen als een brandoffer.~
5 3, 8 | heersen, en de Here zal als koning in eeuwigheid over
6 4, 2 | 2 Als zij tegenwoordig is, zo
7 5, 10| baren des waters, waarvan, als het voorbij gevaren is geen
8 5, 11| door de lucht vliegt, maar als de vleugels bewogen worden,
9 5, 13| 13 Zo ook wij, als wij geboren zijn, terstond
10 5, 15| wervelwind gejaagd wordt; en als een rook, die door de wind
11 5, 22| zullen heengaan, en gelijk als van een welgespannen boog
12 5, 23| zullen geworpen worden, als uit een slinger der gramschap;
13 5, 24| zal hen tegenstaan, en hen als een draaiwind uitwannen,
14 6, 21| wijsheid, opdat gij eeuwig als koningen moogt regeren.~
15 7, 9 | ten aanzien van haar is als een weinig zand, en zilver
16 7, 9 | weinig zand, en zilver is als slijk tegen haar te rekenen.~
17 8, 12| 12 Als ik zal zwijgen, zullen zij
18 8, 12| zullen zij op mij wachten, en als ik zal spreken, zullen zij
19 8, 12| zullen zij opmerken, en als ik verder spreek, zullen
20 8, 15| vertonen, en in de oorlog als een man, en als ik in mijn
21 8, 15| de oorlog als een man, en als ik in mijn huis kom, zal
22 10, 4 | 4 En als de aarde om zijnentwil met
23 10, 5 | 5 Deze ook, als de volken door boze eigenzinnigheid
24 10, 10| rechtvaardige op rechte paden, als hij vluchtende was voor
25 11, 6 | Daardoor werd hun welgedaan, als zij gebrek hadden;~
26 11, 11| Want dezen hebt gij wel als een Vader vermaand en beproefd,
27 11, 11| onderzocht hebbende, hebt gij als een streng koning veroordeeld.~
28 11, 21| door de geest uwer kracht, als door een wan, maar gij hebt
29 11, 23| aasje uit de weegschalen, en als een droppel van de morgendauw,
30 12, 8 | Maar ook dezen hebt gij als mensen verschoond, en hebt
31 12, 12| zich tegen u kunnen stellen als een wreker, vanwege de onrechtvaardige
32 12, 17| Want gij betoont sterkte, als men niet gelooft dat uw
33 12, 25| bespotting over hen gezonden, als over kinderen die zonder
34 12, 26| oordeel Gods beproeven, als zij waardig zijn.~
35 12, 27| zij zeer ontevreden waren, als zij daarom leden, namelijk
36 13, 10| mensenhanden goden hebben genoemd; als goud en zilver kunstig gewrocht,
37 13, 13| kwastig is, neemt hij, en als hij ledig is, snijdt hij
38 13, 15| datzelve zulk een huis gemaakt als het waardig is, zet hij
39 14, 6 | 6 Want ook in het begin als de hovaardige reuzen vergingen,
40 14, 15| toen dood was, eert hij nu als een God, en beval degenen,
41 14, 16| overhand genomen hebbende, is als een wet onderhouden geweest,
42 14, 20| welke weinig tijd tevoren als een mens was geëerd geworden.~
43 15, 6 | waardig, zowel die hen maken, als die hen begeren, en die
44 15, 17| is beter dan hetgeen hij als god eert, dewijl hij leven
45 16, 11| 11 Want zij werden als met prikkelen gestoken om
46 16, 29| ondankbaren zal versmelten als een rijm die des winters
47 17, 2 | 2 Want de ongerechtigen, als zij zich onderwonden het
48 17, 2 | besloten zijnde onder de daken, als vluchtig voor de eeuwige
49 18, 5 | 5 En als zij beraadslaagd hadden
50 18, 14| 14 Want als nu alle dingen in rust en
51 18, 15| de koninklijke troon af, als een ernstig krijgsheld in
52 18, 23| 23 Want als nu reeds de doden met hopen
53 19, 3 | uitgestoten, dezen hebben zij als vluchtenden vervolgd.~
54 19, 9 | 9 Want zij werden als paarden geweid en huppelden
55 19, 13| vreemdelingen geoefend hadden als die van Sodom; want dezen
56 19, 20| midden derzelve, en die als ijs licht smeltende hemelse
|