Chapter, Verse
1 2, 15| Hij is ons bezwaarlijk, ook zelfs om aan te zien, want
2 5, 13| 13 Zo ook wij, als wij geboren zijn,
3 5, 15| wind verwaaid wordt, of ook gelijk de gedachtenis voorbijgaat
4 7, 1 | 1 IK ben ook een sterfelijk mens, alle
5 7, 3 | 3 En ik heb ook, geboren zijnde, de lucht
6 7, 16| beide wij en onze woorden, ook allerlei kloekheid en wetenschap
7 8, 8 | 8 En zo ook iemand de ervarenheid veler
8 8, 18| met haar kloekheid is, dat ook in de gemeenschap harer
9 8, 21| mij niet gaf, (en dat was ook kloekheid, te weten van
10 10, 5 | 5 Deze ook, als de volken door boze
11 10, 8 | niet kennen, maar laten ook in dit leven een gedachtenis
12 11, 19| nieuwgeschapen grimmigheid, of ook die een vuurblazende adem
13 11, 20| hun vreselijk gezicht hen ook had kunnen ombrengen.~
14 11, 21| 21 Ja, zij hadden ook zonder deze dingen door
15 12, 8 | 8 Maar ook dezen hebt gij als mensen
16 12, 23| 23 Vanwaar het ook komt, dat gij degenen die
17 12, 24| 24 Want ook waren zij zo ver in de wegen
18 12, 24| dwalingen verdoold, dat zij ook de dieren, die bij hun vijanden
19 12, 27| geweigerd te kennen; waarom ook de uiterste verdoemenis
20 13, 6 | deze de klacht gering, want ook misschien worden zij verleid,
21 13, 8 | 8 Doch wederom is het ook deze niet te vergeven.~
22 13, 11| 11 En indien ook een timmerman een sappige
23 14, 3 | bestuurt het; want gij geeft ook in de zee een weg, en in
24 14, 4 | gevaren verlossen kunt, opdat ook iemand zonder kunst daarin
25 14, 5 | zijn, daarom vertrouwen ook de mensen hun zielen aan
26 14, 6 | 6 Want ook in het begin als de hovaardige
27 14, 8 | hetzelve is vervloekt, en ook degene die het gemaakt heeft;
28 14, 11| 11 Daarom zullen ook de afgoden der heidenen
29 14, 18| van de kunstenaar heeft ook de onwetenden aangedreven
30 14, 22| van God te dwalen, maar ook levende in een grote strijd
31 14, 27| dienst der afgoden, die men ook niet behoort te noemen,
32 15, 2 | 2 Want ook zo wij zondigen; wij zijn
33 15, 7 | 7 Want ook een pottenbakker tredende
34 15, 12| wanneer men kan, zelfs ook van het kwade, gewin zoeken.~
35 15, 18| 18 En eren ook de dieren die de allervijandigste
36 16, 3 | hen gezonden waren, hen ook van de noodwendige begeerte
37 16, 3 | kleine tijd gebrek geleden, ook de vreemde smaak zouden
38 16, 5 | 5 Want ook wanneer een schrikkelijke
39 16, 8 | 8 En ook daarmee hebt gij onze vijanden
40 16, 10| 10 Maar uw kinderen zijn ook zelfs van de tanden de venijnige
41 16, 19| 19 Somtijds brandde ook de vlam in het midden van
42 16, 22| 22 Ook bleef sneeuw en ijs onder
43 16, 23| 23 Daarentegen heeft het ook zijn eigen kracht vergeten,
44 16, 25| 25 Daarom ook toen in alles veranderd
45 17, 4 | 4 Want ook de binnenste plaats waarin
46 17, 7 | guichelarijen der toverkunst lagen ook ter neder, en dat zeer smadelijk
47 17, 9 | 9 Want ook al had hen niets schrikkelijks
48 18, 2 | achtten die gelukkig, dat zij ook niet leden, maar dankten
49 18, 4 | 4 Want zij waren ook waardig, dat zij van het
50 18, 16| aan de hemel, maar ging ook op de aarde.~
51 18, 20| 20 Ook heeft eenmaal de aanvechting
52 19, 2 | Want God wist van tevoren ook hun toekomende dingen, dat
53 19, 11| En ten laatste hebben zij ook gezien een nieuwe geboorte
54 19, 14| alleen dat, maar mochten ook niet lijden dat iemand over
55 19, 16| 16 Maar zij werden ook met blindheid geslagen,
|