Chapter, Verse
1 1, 10| Overmits zijn ijverig oor al de dingen hoort, en het knorren des
2 1, 14| 14 Want hij heeft alle dingen geschapen om te zijn, en
3 2, 1 | 1 WANT deze dingen met recht overlegd hebbende,
4 3, 14| hand gewrocht, noch boze dingen tegen de Here, gedacht heeft,
5 5, 9 | 9 Al die dingen zijn voorbijgegaan gelijk
6 6, 10| Want die heilig heilige dingen zullen bewaard hebben, zullen
7 7, 12| ik was verheugd in alle dingen, want de wijsheid ging daarin
8 7, 12| wist niet dat zij van deze dingen voortteelster was.~
9 7, 15| bedenken hetgeen waardig te de dingen, die mij gegeven zijn, want
10 7, 17| gegeven ware kennis der dingen die zijn, om te weten de
11 7, 21| van verborgen en openbare dingen, want de wijsheid, die van
12 7, 21| de wijsheid, die van alle dingen een kunstenares is, heeft
13 7, 24| door, en gaat door alle dingen vanwege haar reinheid.~
14 7, 27| zichzelf, vernieuwt zij alle dingen, en van geslacht tot geslacht,
15 8, 1 | andere einde, en regeert alle dingen nuttig.~
16 8, 3 | verkeert, en de Here aller dingen heeft haar lief.~
17 8, 6 | werkt, wie is er onder de dingen die zijn groter kunstenaar
18 8, 8 | iemand de ervarenheid veler dingen begeert, zij weet de oude
19 8, 8 | geschiedenissen, en de toekomstige dingen gist zij; zij weet de verdraaiing
20 8, 17| 17 Deze dingen bij mijzelf overlegd hebbende
21 9, 1 | barmhartigheid, die alle dingen gemaakt hebt door uw woord,~
22 9, 11| 11 Want zij weet alle dingen, en verstaat ze, en zal
23 9, 16| nauwelijks maken wij na de dingen die op aarde zijn, en met
24 10, 2 | om te heersen over alle dingen.~
25 10, 10| getoond, en kennis van heilige dingen gegeven, heeft hem voorspoedig
26 11, 13| met de gedachtenis der dingen die voorbijgegaan waren.~
27 11, 21| zij hadden ook zonder deze dingen door een enig aanblazen
28 11, 21| wan, maar gij hebt alle dingen geordineerd bij maat, en
29 11, 27| Maar gij verschoont alle dingen, omdat zij de uwe zijn,
30 12, 13| God dan gij die voor alle dingen zorgt, opdat gij zoudt betonen,
31 12, 15| rechtvaardig zijt, regeert gij alle dingen rechtvaardig, en acht het
32 12, 27| 27 Want over welke dingen zij zeer ontevreden waren,
33 13, 3 | der schoonheid heeft deze dingen geschapen.~
34 13, 7 | gezicht bewogen, omdat de dingen die gezien worden schoon
35 13, 9 | niet veel eer de Here dezer dingen gevonden?~
36 14, 22| hebben zij zulke kwade dingen nog vrede genoemd.~
37 14, 30| zij zullen om deze beide dingen rechtvaardig gestraft worden,
38 15, 1 | barmhartigheid regeert gij alle dingen.~
39 15, 6 | zijn beminnaars van kwade dingen, en zodanige hoop waardig,
40 15, 9 | eer te zijn, dat hij valse dingen maakt.~
41 16, 3 | vanwege de vertoonde plaag der dingen die over hen gezonden waren,
42 16, 12| uw woord, hetwelk alle dingen heelt.~
43 17, 19| bergen tegenschalt al deze dingen maakten hen zeer bevreesd
44 18, 13| 13 Want geen van al deze dingen gelovende vanwege de toverijen,
45 18, 14| 14 Want als nu alle dingen in rust en stilte waren,
46 18, 25| 25 Voor deze dingen week de verderver, en deze
47 19, 2 | tevoren ook hun toekomende dingen, dat zij hen zouden toelaten
48 19, 4 | in een vergetelheid der dingen die hun wedervaren waren,
49 19, 10| zij waren nog gedachtig de dingen die geschied waren in het
50 19, 17| een naarstig opmerken der dingen die geschied zijn.~
|