Chapter, Verse
1 2, 12| heeft hem aangeroepen en is door hem veracht?~
2 3, 19| zachtmoedigheid, en gij zult door aangename mensen bemind
3 3, 22| Heren is groot, en wordt door de nederigen geëerd.~
4 3, 31| het vlammende vuur uit, en door aalmoezen verzoent men de
5 4, 19| en hem verzocht hebben door haar rechten;~
6 4, 20| zal wederom tot hem keren door een rechte weg en hem verheugen;~
7 7, 15| niet, en de landbouw, die door de Allerhoogste geschapen
8 7, 28| 28 Gedenk dat gij door hen voortgebracht zijt,
9 8, 9 | 9 Veracht niet hetgeen door de wijzen verteld wordt,
10 8, 18| zijn wil doen, en gij zoudt door zijn dwaas heid mee vergaan.~
11 8, 19| toornige, en ga niet met hem door de woestijn, gelijk als
12 9, 9 | 9 Want door de schoonheid der vrouw
13 9, 21| 21 Door de hand der kunstenaren
14 9, 21| wijs voorganger des volks, door zijn woord.~
15 10, 3 | verderven, maar een stad zal door verstand der machtigen bewoond
16 10, 6 | enig onrecht, en doe niets door smadelijke werken.~
17 10, 8 | moedwilligheden en rijkdommen, die door bedrog verkregen zijn; wat
18 10, 31| kind verheerlijk uw ziel door uw zachtmoedigheid, en geeft
19 11, 18| Menigeen is er die rijk wordt door zijn opmerken en spaarzaamheid,
20 11, 35| huis wonen, en hij zal u door onrust verstoren, en zal
21 13, 9 | dat gij niet verleid wordt door uw gedachten,~
22 14, 23| 23 Wie door haar vensters heenziet,
23 16, 8 | reuzen, die afgevallen zijn door de kracht hunner dwaasheid.~
24 16, 11| hardigheid hunner harten, door ontferming en kastijding
25 16, 18| geweest is, en is, die is door zijn wil.~
26 16, 19| tegelijk geschud onder elkander door beving, als de Here daarop
27 16, 26| 26 Want door des Heren oordeel zijn zijn
28 16, 27| eeuwigheid, hun beginselen door zijn hand in alle geslachten;
29 18, 2 | een koning aller dingen door zijn kracht, onderscheiden
30 18, 21| 21 Verneder u door matigheid, eer gij ziek
31 20, 18| een vloer te vallen dan door een tong; zo zal de val
32 20, 22| Menigeen verliest zijn leven door schaamte, en verliest het
33 20, 27| wijze bevordert zichzelf door woorden, en een voorzichtig
34 22, 19| een ge bouw, niet los gaat door een schudding, zo wordt
35 22, 19| welbedachte raad, nimmer door vrees bevangen.~
36 23, 17| bij hen wordt vergeten, en door uw gewone omgang verwelkt,
37 25, 1 | 1 DOOR drie dingen word ik schoon,
38 25, 2 | 2 Door eendracht der broederen
39 26, 27| haar eigen man eert, zal door allen voor wijs gehouden
40 26, 27| allen gekend worden, dat zij door hovaardigheid goddeloos
41 28, 20| 20 Velen zijn gevallen door de scherpte des zwaards,
42 28, 20| velen als er gevallen zijn door de tong.~
43 28, 21| voor haar beschermd is, die door haar gramschap niet is gegaan;~
44 28, 25| gans geen macht hebben, en door haar vlam zullen zij niet
45 30, 19| niet; zo gaat het hem die door de Here vervolgd wordt.~
46 30, 21| droefheid, en kwel uzelf niet door uw eigen raad.~
47 31, 23| overladen zijt, sta op midden door heengaande; geef over, en
48 31, 29| De oven beproeft hetgeen door indompeling verstaald is,
49 31, 33| veroorzaakt bitterheid der ziel door twist en ongeval.~
50 33, 11| Evenwel heeft hen de Here door zijn grote wetenschap onderscheiden,
51 33, 16| naleest, nochtans ben ik door de zegen des Heren bevorderd,
52 33, 25| 25 Doe hem werken door tuchtiging, en hij zal rust
53 33, 30| gelijk uw ziel, omdat gij hem door bloed verkregen hebt; zo
54 34, 6 | 6 Indien ze door de Allerhoogste u niet zijn
55 34, 20| en wordt over de zonde door menigte der slachtoffers
56 35, 18| gebed des nederigen gaat door de wolken, en hij wordt
57 36, 11| behouden is geweest, wordt door een vurige toorn verslonden,
58 37, 22| 22 Want hem is door de Here die genade niet
59 37, 31| 31 Want door veel spijs komt ziekte,
60 37, 32| 32 Door de onverzadelijkheid zijn
61 38, 2 | van de Allerhoogste, en door de koning wordt de geneesheer
62 38, 5 | hout, opdat zijn kracht door de mens zou gekend worden?~
63 38, 7 | 7 Door deze heelt hij de mens en
64 38, 25| schriftgeleerde wordt verkregen door de goede gelegenheid van
65 39, 21| 21 Door zijn woord stond het water
66 39, 21| water gelijk een hoop, en door het woord van zijn mond
67 39, 32| wraak geschapen zijn, en door hun gramschap bevestigt
68 40, 7 | 7 Hij wordt ontroerd door het gezicht van zijn hart,
69 41, 5 | het oordeel aan uw vlees door de Here opgelegd.~
70 41, 20| alle dingen worden niet door allen in getrouwheid goed
71 42, 21| dat zij onderstut wordt door zijn heerlijkheid.~
72 42, 26| heeft de heerlijke werken door zijn wijsheid versierd;
73 43, 5 | heeft, en die haar loop door woorden heeft doen stilstaan.~
74 43, 11| 11 Door de woorden van de heilige
75 43, 14| 14 Door zijn bevel doet hij de sneeuw
76 43, 16| 16 Door zijn grote heerlijkheid
77 43, 17| aarde in barensnood, en door zijn aanschouwen worden
78 43, 18| 18 Door zijn wil blaast de zuidenwind,
79 43, 24| is de nevel, de dauw die door de hitte ontstaat, verblijdt
80 43, 25| 25 Door de raad des Heren staat
81 43, 28| 28 Door hem is zijn bode voorspoedig,
82 43, 28| zijn bode voorspoedig, en door zijn woord bestaan al die
83 44, 2 | 2 De Here heeft door hen voor zijn majesteit
84 44, 19| opgericht, opdat niet alle vlees door de zond vloed zou verdelgd
85 45, 1 | 1 NAMELIJK Mozes, door God en de mensen bemind,
86 45, 2 | gelijk gemaakt, en heeft hem door de vrees der vijanden groot
87 45, 2 | vijanden groot gemaakt; door zijn woorden heeft hij de
88 45, 4 | 4 Door zijn geloof en zachtmoedigheid
89 45, 21| getuigenissen te leren, en Israël door zijn wet te verlichten.~
90 45, 24| gedaan, en heeft hen verteerd door het vlammig vuur.~
91 46, 5 | 5 En is de zon niet door zijn hand achterwaarts gegaan?
92 46, 6 | verhoorde hem, en hielp door geweldige sterke hagelstenen.~
93 46, 14| hun plaats, en hun naam door verwisseling vernieuwd worde
94 46, 17| 17 Door zijn geloof is hij ten volle
95 46, 17| profeet, en is bekend geworden door zijn woord.~
96 46, 19| dat zijn stem gehoord werd door de grote weerklank des donders;~
97 47, 14| zijnde een wijs man, en door hem heeft het volk in ruimte
98 47, 26| die het volk deed afvallen door zijn raad.~
99 48, 2 | bracht een zware honger, en door zijn ijver maakte hij dat
100 48, 3 | 3 Door het woord des Heren hield
101 48, 3 | verheerlijkt geworden Elia, door uw wonderdaden!~
102 48, 5 | en een ziel uit het graf door het woord des Allerhoogsten.~
103 48, 9 | die opgenomen zijt geweest door een vurige draaiwind, in
104 48, 13| dagen werd hij niet bewogen door de oversten, en niemand
105 48, 16| 16 Door al deze dingen bekeerde
106 48, 16| hun land, en verstrooid door de ganse aarde.~
107 48, 23| verhoorde hen, en verloste hen door de hand van Jesaja.~
108 48, 27| 27 Hij zag door een grote geest de laatste
109 49, 1 | gemengd reukwerk, toebereid door de kunst van de apotheker.~
110 49, 8 | haar wegen woest gemaakt door de hand van Jeremia.~
111 49, 18| zijn gebeenten zijn bezocht door de Here.~
112 50, 5 | omgekeerd, gij zijt verheerlijkt door uw verkeer met het volk,
113 50, 5 | verkeer met het volk, en door de uitgang uit het huis
114 51, 7 | het leugenachtige woord, door de lastering bij de koning,
115 51, 17| wijsheid openbaar gezocht door mijn gebed.~
116 51, 22| onderwijzing gevonden, ik ben door haar toegenomen.~
|