Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
ogen 32
olie 2
olijfboom 2
om 114
omdat 7
omgaan 1
omgang 2
Frequency    [«  »]
131 als
123 geen
116 door
114 om
110 wordt
109 wie
104 over

Het boek Ecclesiasticus

IntraText - Concordances

om

    Chapter, Verse
1 2, 1 | MIJN kind, indien gij komt om de Here te dienen, zo bereid 2 4, 28| verberg uw wijsheid niet om aangenaam te zijn.~ 3 4, 36| hand niet uitgestrekt zijn om te nemen, en tezamen getrokken 4 5, 1 | niet, hij is mij genoegzaam om te leven.~ 5 5, 2 | ziel niet, noch uw sterkte, om te gaan in de wegen uws 6 5, 13| 13 Zijt ras om wat goeds te horen, en leef 7 6, 10| Daar is ook menig vriend om tafelgenoot te zijn, en 8 6, 34| Indien gij liefde zult hebben om te horen, zo zult gij verstand 9 7, 18| Verwissel uw vriend niet om enig middelmatig ding, het 10 7, 18| noch een oprechte broeder om goud uit Ofir.~ 11 7, 37| bezoeken van de kranke; want om zulke dingen zult gij bemind 12 8, 10| gij onderwijzing leren, om ook de groten gemakkelijk 13 9, 4 | 4 Ga niet om met een snarenspeelster, 14 9, 7 | 7 Zie niet om in de straten der stad, 15 9, 7 | der stad, en dwaal niet om in de woeste plaatsen derzelve.~ 16 9, 16| de mens die macht heeft om te doden, en gij zult de 17 10, 18| der volken keert de Here om, en verderft ze tot op de 18 11, 2 | geen gruwel aan iemand, om zijn voorkomen.~ 19 11, 9 | 9 Twist niet om een zaak die u niet aangaat; 20 11, 31| bespieden die daarover komt om te doen vallen.~ 21 12, 15| hart zal hij beraadslagen om u in een gracht te werpen.~ 22 15, 15| geboden houden en het geloof om te doen hetgeen mij behaagt.~ 23 17, 6 | ogen, oren, en een hart om te overleggen; met wetenschap 24 18, 15| met boze woorden, als gij om iets gebeden wordt.~ 25 19, 23| die de genade verandert, om het recht te doen blijken, 26 19, 25| wordt, zal hij u voorkomen om kwaad te doen.~ 27 20, 2 | lust van een gesnedene is om een jonge dochter te onteren, 28 20, 13| behoeftigheid, want zijn ogen zien, om voor een veel te ontvangen.~ 29 22, 1 | een ieder schuift hem weg om zijn oneer.~ 30 22, 18| klomp ijzer zijn lichter om te dragen, dan een onverstandig 31 22, 26| bedriegelijke verwonding, want om deze dingen vliedt een iegelijk 32 22, 30| mij iets kwaads overkomt om zijnentwil, een iegelijk 33 24, 7 | allen heb ik rust gezocht, om in iemands erfenis te huis 34 25, 6 | dat grijze haren zitten om te oordelen, en dat oude 35 25, 22| en zal ongaarne zuchten om harentwil.~ 36 25, 29| het begin der zonde, en om harentwil sterven wij allen.~ 37 25, 30| noch de boze vrouw vrijheid om uit te gaan.~ 38 27, 1 | 1 VELEN hebben gezondigd om een middelmatige zaak, en 39 27, 15| hun schelden is moeilijk om te horen.~ 40 28, 4 | die hem gelijk is, en bidt om zijn zonden.~ 41 29, 5 | zijn naastens handen, en om des naasten geld vernedert 42 29, 13| 13 Verlies uw geld om uws vriends en broeders 43 29, 19| keert een goede borgschap om.~ 44 31, 1 | 1 HET waken om des rijkdoms wil doet het 45 31, 6 | Velen zijn gebonden geworden om des gouds wil, en hun verderf 46 31, 31| ontbreekt? Want hij is geschapen om de mensen te verheugen.~ 47 32, 3 | hunnentwege verheugd zijt, en om wel versierd te wezen een 48 34, 6 | u niet zijn toegezonden, om u te bezoeken, zo geef uw 49 34, 12| geweest tot de dood toe, en om deze dingen behouden.~ 50 36, 16| 16 Vervul Sion om uw woorden te verheffen, 51 37, 3 | vanwaar komt gij gerold om de aarde met bedriegerij 52 37, 5 | arbeidt met zijn vriend om des buiks wil, en neemt 53 37, 10| stelle zich tegenover u om te zien hetgeen u overkomen 54 38, 6 | mensen wetenschap gegeven, om in zijn wonderen verheerlijkt 55 38, 14| hun geve, rust en genezing om te mogen leven.~ 56 38, 18| waardigheid, een dag of twee, om der lastering wil, en troost 57 38, 27| Deze zal zijn hart begeven om voren te maken, en zal waken 58 38, 27| voren te maken, en zal waken om de koeien voeder te geven.~ 59 38, 29| die steeds daarover blijft om verscheiden werk te maken.~ 60 38, 30| Zulk een begeeft zijn hart om de schilderij na te maken, 61 38, 30| schilderij na te maken, en waakt om het werk te voleinden.~ 62 38, 33| 33 Deze begeeft zijn hart om zijn werken te voleinden, 63 38, 33| werken te voleinden, en waakt om ze te versieren, wanneer 64 38, 34| met zijn voeten het wiel om; welke altijd bezorgd is 65 38, 36| hij wel verglaze, en waakt om de oven te reinigen.~ 66 39, 2 | spreuken gaat hij met hen om.~ 67 39, 6 | begeeft zijn hart tot de Here, om vroeg te komen tot degene 68 40, 5 | en wanneer het tijd is om te rusten op het bed verandert 69 40, 7 | is hij verwonderd dat hij om niet gevreesd heeft.~ 70 40, 9 | goddelozen geschapen, en om hunnentwil is de zondvloed 71 41, 2 | in alles, en nog sterk is om spijs te nemen.~ 72 41, 10| zijn kinderen, overmits zij om zijnentwil gesmaad worden.~ 73 41, 15| 15 Draag zorg om een goede naam te verkrijgen, 74 42, 1 | en neem geen persoon aan om te zondigen.~ 75 42, 2 | en vanwege het oordeel, om een goddeloze te rechtvaardigen;~ 76 42, 3 | 3 Noch om te horen spreken uw metgezel, 77 42, 28| waardig zijn al zijn werken om te begeren! en om aanschouwd 78 42, 28| werken om te begeren! en om aanschouwd te worden tot 79 43, 1 | gedaante des hemels is heerlijk om aan te zien.~ 80 44, 17| Here, en werd weggenomen, om het geslacht een voorbeeld 81 44, 24| hij ook in Izaäk gesteld, om Abraham, zijns vaders wil, 82 45, 11| schelletjes rondom heen, om geluid te maken met geklank 83 45, 19| hemel dagen zal hebben; om tegelijk zijn dienst waar 84 45, 20| heeft hij hem uitverkoren, om de Here offeranden toe te 85 45, 20| welriekende reuk tot gedachtenis, om verzoening te doen voor 86 45, 21| inzet tingen der rechten, om Jakob zijn getuigenissen 87 45, 32| ulieden wijsheid in uw hart om te richten zijn volk in 88 46, 2 | verlossing zijner uitverkorenen; om wraak te doen aan de vijanden 89 46, 2 | tegen hen opstonden, en om Israël te brengen tot de 90 46, 9 | de gemeente wederstonden, om het volk te verhinderen 91 46, 9 | het niet zou zondigen en om de boze murmurering te stillen.~ 92 46, 10| zeshonderdduizend te voet, om hen te brengen in het erfdeel, 93 47, 4 | jeugd bracht hij een reus om, en nam de versmaadheid 94 47, 5 | Toen hij zijn hand ophief om met de steen des slingers 95 47, 6 | machtig, was in de oorlog, om de hoorn zijns volks te 96 47, 11| ingesteld voor het altaar, om uit zijn geluid een zoete 97 48, 4 | 4 En wie is u gelijk om te roemen!~ 98 48, 10| 10 Gij zijt opgeschreven om te doen bestraffingen te 99 48, 19| ijzer, en bouwde fonteinen om water te hebben.~ 100 49, 9 | geheiligd tot een profeet, om uit te roeien, en kwalijk 101 49, 9 | verderven; van gelijken om te bouwen en te planten.~ 102 50, 14| diensten op het altaar, om te versieren de offerande 103 50, 18| hun aangezicht ter aarde, om hun Here, de almachtige 104 50, 21| gemeente der kinderen Israëls, om hun te geven de zegen des 105 50, 21| Heren met zijn lippen, en om in zijn naam te roemen.~ 106 50, 22| baden ten tweeden male aan, om de zegen van de Allerhoogste 107 51, 4 | tanden die bereid waren om mij te verslinden;~ 108 51, 9 | was geen helper; ik zag om naar bijstand der mensen, 109 51, 12| gebed opgeheven, en gesmeekt om verlossing van de dood.~ 110 51, 18| 18 Voor de tempel heb ik om haar gebeden, en tot het 111 51, 24| 24 Want ik heb gedacht om haar in het werk te stellen, 112 51, 25| 25 Mijn ziel heeft om haar zeer gestreden, en 113 51, 29| hart is ontroerd geworden om haar te zoeken, daarom heb 114 51, 34| onderwijzing aan, zij is nabij om te vinden.~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License