Chapter, Verse
1 2, 2 | als deze over u gebracht wordt.~
2 2, 5 | 5 Want in het vuur wordt het goud beproefd, en aangename
3 3, 1 | alzo, opdat gij behouden wordt.~
4 3, 22| macht des Heren is groot, en wordt door de nederigen geëerd.~
5 3, 29| de hovaardigen gebracht wordt, zo is daar geen genezing;
6 6, 9 | menig vriend die veranderd wordt in een vijand, en die u
7 6, 12| 12 Indien gij vernederd wordt, zo zal hij tegen u zijn,
8 6, 26| haar, en draag haar, en wordt harer banden geen vijand.~
9 8, 9 | hetgeen door de wijzen verteld wordt, en oefen uzelf in hun spreuken.~
10 8, 13| opdat gij niet verbrand wordt in het vuur zijner vlam.~
11 9, 4 | te eniger tijd gevangen wordt in haar handelingen.~
12 9, 5 | niet misschien geërgerd wordt in haar bestraffingen.~
13 9, 9 | verleid geworden, en uit deze wordt de liefde als een vuur aangestoken,
14 10, 8 | 8 Een koninkrijk wordt van het ene volk tot het
15 10, 28| murmureren als hij onderwezen wordt.~
16 10, 33| 33 Een arme wordt verheerlijkt vanwege zijn
17 10, 33| wetenschap, en een rijke wordt verheerlijkt vanwege zijn
18 10, 34| 34 Die geëerd wordt in armoede, hoeveel te meer
19 11, 18| Menigeen is er die rijk wordt door zijn opmerken en spaarzaamheid,
20 11, 26| kwade, en in de kwade dagen wordt aan het goede niet gedacht.~
21 11, 29| dood; ook aan zijn kinderen wordt een man gekend.~
22 11, 33| 33 Van een kleine vonk wordt de gloeiende kool vermenigvuldigd,
23 12, 7 | 7 In voorspoed wordt de vriend niet uitgeworpen,
24 12, 7 | uitgeworpen, en de vijand wordt niet verborgen in tegenspoed.~
25 12, 12| laatste mijn woorden gewaar wordt, en vanwege mijn rede doorstoken
26 12, 12| vanwege mijn rede doorstoken wordt.~
27 13, 1 | 1 DIE pek aanroert, wordt daarmede besmet, en die
28 13, 1 | hovaardige gemeenschap heeft, wordt hem gelijk.~
29 13, 4 | arme doet onrecht, en hij wordt bedreigd.~
30 13, 9 | Wacht u dat gij niet verleid wordt door uw gedachten,~
31 13, 10| 10 En niet vernederd wordt in de verheuging uws harten.~
32 13, 12| kennis der zaak verstoten wordt, en sta ook niet te ver
33 13, 12| opdat gij niet vergeten wordt.~
34 13, 24| Wanneer een rijke bewogen wordt, zo wordt hij van zijn vrienden
35 13, 24| rijke bewogen wordt, zo wordt hij van zijn vrienden onderstut;
36 13, 24| wanneer een arme valt, zo wordt hij daarenboven van zijn
37 14, 1 | mond, en niet doorprikkeld wordt met de menigte der zonden.~
38 14, 9 | Het oog van de gierigaard wordt met geen deel verzadigd,
39 14, 19| ene sterft en het andere wordt geboren.~
40 16, 12| Here, die haastig verzoend wordt, en toorn uitstort.~
41 18, 15| als gij om iets gebeden wordt.~
42 18, 19| gebruik medicijn eer gij ziek wordt.~
43 18, 20| 20 Eer gij geoordeeld wordt, bereid uzelf tot weldoen,
44 18, 21| matigheid, eer gij ziek wordt, en bewijs in de tijd der
45 19, 2 | de hoeren aanhangt, die wordt stout.~
46 19, 25| indien gij hem niet gewaar wordt, zal hij u voorkomen om
47 19, 26| gebrek van sterkte verhinderd wordt te zondigen, zo zal hij
48 19, 27| 27 Een mens wordt aan het gezicht gekend,
49 19, 27| gekend, en een verstandige wordt aan de ontmoeting zijns
50 20, 3 | is er die zwijgende wijs wordt bevonden, en menig een is
51 20, 3 | menig een is er die gehaat wordt vanwege zijn veel klappen~
52 20, 6 | te veel macht aanneemt, wordt gehaat.~
53 20, 10| Menigeen is er die vernederd wordt uit oorzaak van de pracht;
54 20, 21| 21 Menigeen wordt gehinderd te zondigen vanwege
55 20, 21| zondigen vanwege gebrek, en wordt in zijn rust niet doorprikkeld.~
56 21, 19| lippen van de verstandige wordt aangenaamheid gevonden.~
57 21, 20| mond van de voorzichtige wordt in de gemeente gezocht,
58 21, 25| die veel ervaren heeft, wordt daarvan beschaamd.~
59 22, 3 | heeft, en zulk een dochter wordt hem tot verkleining.~
60 22, 15| hebt, en niet bezoedeld wordt, als hij zijn vuilheid uitschudt.~
61 22, 19| gaat door een schudding, zo wordt een hart steunende op welbedachte
62 23, 9 | steeds met geselen onderzocht wordt, geen gebrek heeft van striemen,
63 23, 9 | gebrek heeft van striemen, zo wordt die zweert en doorgaans
64 23, 17| niet te eniger tijd bij hen wordt vergeten, en door uw gewone
65 23, 20| gelijk een brandend vuur; het wordt niet uitgeblust tot het
66 23, 35| dat gij van hem aangenomen wordt.~ ~
67 25, 10| 10 Een mens die verheugd wordt aan zijn kinderen, terwijl
68 26, 1 | het getal zijner dagen wordt dubbel.~
69 26, 3 | is een goed erf deel, en wordt tot een deel gegeven degenen,
70 26, 8 | dat ginds en weer bewogen wordt; wie ze neemt, is gelijk
71 26, 10| De hoererij van een vrouw wordt bekend aan de verheffingen
72 26, 23| Een vrouw die loon neemt, wordt een mestvarken gelijk geacht,
73 26, 24| maar een godvrezende vrouw wordt gegeven hem, die de Here
74 27, 2 | der stenen vastgestoken wordt, zo ook zal de zonde tussen
75 27, 5 | pottenbakker, maar de mens wordt beproefd in zijn samenspreking.~
76 28, 11| brandt; hoe meer het gekijf wordt gesterkt, hoe meer het vuur
77 30, 8 | 8 Een ongetemd paard wordt wrevelig, en een ongebonden
78 30, 8 | en een ongebonden zoon wordt moedwillig.~
79 30, 19| die door de Here vervolgd wordt.~
80 31, 4 | vermindert, en als hij rust wordt hij behoeftig.~
81 31, 7 | offeren, en alle onwijze wordt daardoor gevangen.~
82 31, 8 | die onberispelijk gevonden wordt, en die naar het goud niet
83 31, 18| van hetgeen u voorgezet wordt, en zijt niet vraatzuchtig,
84 31, 18| vraatzuchtig, opdat gij niet gehaat wordt.~
85 32, 8 | indien gij tweemaal gevraagd wordt.~
86 34, 8 | 8 Zonder leugen wordt de wet volbracht, en wijsheid
87 34, 20| offeran den der goddelozen, en wordt over de zonde door menigte
88 35, 18| gaat door de wolken, en hij wordt niet getroost, totdat hij
89 36, 11| Die behouden is geweest, wordt door een vurige toorn verslonden,
90 36, 27| Waar geen heining is, daar wordt hetgeen men bezit verscheurd,
91 38, 2 | Allerhoogste, en door de koning wordt de geneesheer geëerd.~
92 38, 20| 20 Als er kwaad wordt ingevoerd, blijft ook de
93 38, 25| van een schriftgeleerde wordt verkregen door de goede
94 38, 26| ossen drijft, en opgevoed wordt in de werken derzelve, en
95 38, 41| In het algemeen, niemand wordt wijs behalve degene die
96 39, 4 | hij, en onder de vorsten wordt hij gezien.~
97 40, 7 | 7 Hij wordt ontroerd door het gezicht
98 40, 13| hij de handen opendoet, zo wordt de rechtvaardige verheugd;
99 40, 24| de voet vast, maar raad wordt meer geacht dan beide.~
100 41, 12| verderfenis, en indien gij geboren wordt, zo wordt gij tot een vloek
101 41, 12| indien gij geboren wordt, zo wordt gij tot een vloek geboren,
102 41, 12| en indien gij sterft, zo wordt gij de vloek tot een deel.~
103 42, 21| gevestigd, dat zij onderstut wordt door zijn heerlijkheid.~
104 42, 27| 27 Hij wordt noch vermeerderd, noch verminderd;
105 43, 20| haar witheid, en het hart wordt ontsteld over haar regen.~
106 43, 21| zout, welke bevroren zijnde wordt gelijk de punten der palen.~
107 44, 9 | waardoor hun grote lof verteld wordt.~
108 47, 20| ganse aarde, die bij genaamd wordt de God van Israël, bracht
109 49, 15| wiens gedachtenis vele malen wordt verhaald, die ons de vervallen
110 51, 19| die na het bloeisel rijp wordt.~
|