Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
maal 1
maan 5
maand 1
maar 103
macht 15
machtig 6
machtige 7
Frequency    [«  »]
109 wie
104 over
104 uit
103 maar
95 ik
94 dingen
93 mijn

Het boek Ecclesiasticus

IntraText - Concordances

maar

    Chapter, Verse
1 1, 24| een tijdlang verbergen, maar de lippen van velen zullen 2 1, 25| gelijkenissen der wetenschap, maar de godsdienstigheid is de 3 1, 29| 29 Maar de geveinsden niet met monden 4 3, 10| de huizen der kinderen, maar de vervloeking der moeder 5 3, 21| zijn hoog en zeer vermaard, maar de zachtmoedigen worden 6 6, 6 | in vrede leven, doch heb maar een van duizenden die uw 7 10, 3 | zal zijn volk verderven, maar een stad zal door verstand 8 10, 24| heerschappij ook voor het lot, maar hardigheid en hovaardigheid 9 10, 27| machtigen worden geëerd, maar geen hunner is meerder dan 10 11, 21| de werken des zondaars, maar vertrouw de Here, en blijf 11 12, 6 | godvrezende zal hij wreken, maar genen bewaart hij tot de 12 12, 15| zijn lippen zoet spreken, maar in zijn hart zal hij beraadslagen 13 13, 5 | hij u te werk stel len, maar indien gij verachtert, zal 14 13, 24| zijn vrienden onderstut; maar wanneer een arme valt, zo 15 16, 5 | met inwoners bezet worden; maar het geslacht der goddelozen 16 16, 23| is overlegt deze dingen, maar een dwaas man, verdwaald 17 17, 13| zijnde altijd voor hem, maar ieder mens is van de jeugd 18 17, 14| volk een overste gesteld, maar Israël nam hij tot zijn 19 17, 16| noch begeven noch verlaten, maar heeft hen verschoond.~ 20 17, 24| 24 Maar die leeft en gezond van 21 17, 28| hemels, en alle mensen zijn maar aarde en as.~ ~ ~ ~ 22 18, 8 | honderd jaren zijn vele, maar het ontslapen van een ieder 23 18, 12| mens gaat over zijn naaste, maar de barmhartigheid. des Heren 24 18, 26| zichzelf voor mishandeling, maar een dwaas zal de tijd niet 25 18, 30| 30 Ga uw lusten niet na, maar bedwing u van uw begeerten.~ 26 19, 5 | kwaaddoen, zal verdoemd worden, maar wie de wellusten wederstaat, 27 20, 5 | totdat het gelegen tijd is, maar een pocher en onwijze gaat 28 20, 12| woorden lieftallig maken, maar de aangenaamheid der dwazen 29 20, 25| voor een die steeds liegt, maar beiden zullen zij de verderfenis 30 21, 8 | die is van verre bekend, maar een verstandige merkt wel 31 21, 13| 13 Maar de voleinding van de vreze 32 21, 19| gelijk een last op de weg, maar op de lippen van de verstandige 33 21, 23| zijn stem in het lachen, maar een kloek man zal nauwelijks 34 21, 25| tot een huis in te gaan, maar een mens, die veel ervaren 35 21, 26| deur in het huis kijken, maar een man die wel opgevoed 36 21, 27| te luisteren aan de deur, maar een voorzichtige bezwaart 37 21, 28| dingen die hun niet aangaan, maar de woorden der voorzichtigen 38 21, 29| der dwazen is in hun mond, maar de mond der wijzen is in 39 22, 4 | erfgenaam zijn van haar man, maar een die beschaamd maakt, 40 22, 6 | is gelijk muziek in rouw, maar geselen en tuchtiging ter 41 22, 13| dode duurt zeven dagen, maar over een dwaas en goddeloze 42 24, 26| zeggende: Bezwijkt niet, maar zijt sterk in de Here, opdat 43 24, 38| mij alleen heb gearbeid, maar voor al degenen die ze zoeken.~ ~ ~ ~ 44 25, 14| 14 Maar de liefde des Heren overtreft 45 25, 16| het begin zijner liefde, maar het geloof het begin zijner 46 25, 17| Alle plaag is te verdragen, maar niet de plaag des harten, 47 26, 7 | 7 Maar een vrouw die op een andere 48 26, 23| mestvarken gelijk geacht, maar die een man heeft, zal een 49 26, 24| een deel gegeven worden, maar een godvrezende vrouw wordt 50 26, 25| wrijft haar man oneer aan; maar een eerbare dochter zal 51 26, 26| geacht worden als een hond, maar die schaamte heeft, zal 52 26, 27| voor wijs gehouden worden, maar die de man onteert, zal 53 27, 5 | vaten van de pottenbakker, maar de mens wordt beproefd in 54 27, 11| godvrezende is altijd wijs, maar de dwaas verandert gelijk 55 27, 12| onverstandigen de tijd waar, maar houd u steeds onder de bedachtzamen.~ 56 27, 18| 18 Maar indien gij zijn heimelijke 57 27, 22| scheldwoord is verzoening, maar die heimelijke zaken openbaart, 58 27, 24| uw woorden verwonderen, maar daarna zal hij anders spreken, 59 28, 7 | tot zijn verderf en dood, maar blijf in de geboden.~ 60 28, 13| blaast, zo zal zij branden, maar indien gij daarop spuwt, 61 28, 19| de gesel maakt striemen, maar de slag der tong vermorzelt 62 29, 6 | 6 Maar wanneer hij het behoort 63 29, 8 | 8 Maar indien niet, zo berooft 64 29, 17| zijn naaste borg worden, maar die de schaamte verloren 65 31, 2 | bekommernis vereist sluimeren, maar de slaap ontnuchtert een 66 31, 33| 33 Maar veel wijn gedronken veroorzaakt 67 32, 1 | gesteld, verhef u niet, maar wees bij hen als een van 68 32, 13| wat gij voorgenomen hebt, maar niet met zonden en hovaardige 69 32, 16| daarvan vervuld worden; maar wie geveinsd is, zal daaraan 70 32, 19| veracht de bedenking niet, maar een vreemde en hovaardige 71 33, 1 | zal geen kwaad ontmoeten, maar hij zal hem in verzoeking 72 33, 2 | man zal de wet niet haten maar wie daarin geveinsd is, 73 33, 17| mij alleen heb gearbeid, maar voor al degenen, die onderwijzing 74 33, 26| voor de hals van een os, maar de pijnbank en pijniging 75 34, 10| ervaren is, weet weinig, maar die gedwaald heeft, is meerder 76 35, 14| arme stelt niet aannemen, maar de smeking desgenen die 77 36, 22| hart zal droefheid geven, maar een mens, die veel ervaren 78 36, 23| vrouw neemt iedere man aan, maar de ene dochter is schoner 79 37, 1 | ook vriendschap gehouden, maar menige vriend is alleen 80 37, 8 | geeft, verheft zijn raad, maar menigeen geeft voor zichzelf 81 37, 13| van al uw beraadslagingen, maar houdt u steeds bij een godvrezende 82 37, 26| heeft een getal der dagen, maar de dagen van Israël zijn 83 37, 32| zijn er velen gestorven, maar die daarop let zal zijn 84 38, 9 | krankheid verzuim het niet, maar bid de Here, en hij zal 85 38, 40| worden bij hen niet gevonden, maar zij bevestigen het bezit 86 40, 11| ongerechtigheid zal uitgedelgd worden, maar geloof zal in eeuwigheid 87 40, 17| des arbeiders, is zoet, maar die een schat vindt gaat 88 40, 19| muziek verheugen het hart, maar de liefde tot wijsheid meer 89 40, 20| snarenspel geven een zoete toon, maar een liefelijke tong meer 90 40, 21| aangenaam en schoon is, maar in de groente van het gezaaide 91 40, 22| tegemoet ter ge legener tijd, maar een vrouw met haar man meer 92 40, 23| de tijd der verdrukking, maar een aalmoes verlost meer 93 40, 24| zilver stellen de voet vast, maar raad wordt meer geacht dan 94 40, 25| sterkte verhogen het hart, maar de vreze des Heren meer 95 40, 30| 30 Maar een verstandig man. en die 96 40, 31| onbeschaamden is de bedelarij zoet, maar in zijn buik zal een vuur 97 41, 16| zeker getal der dagen, maar een goede naam blijft in 98 43, 4 | aan tot werken der hitte, maar de zon verhit driemaal meer; 99 43, 24| 24 Maar een haastige genezing van 100 43, 29| wel veel dingen zeggen, maar wij zouden het niet kunnen 101 45, 23| 23 Maar de Here zag het, en had 102 47, 20| vermenigvuldigdet gij, het zilver; maar gij hebt uw hart geneigd 103 48, 18| hetgeen, God behagelijk was, maar enigen vermenigvuldigden


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License