Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
ijzer 3
ijzeren 1
ijzerwerk 1
ik 95
immers 1
in 548
inbeeldingen 1
Frequency    [«  »]
104 over
104 uit
103 maar
95 ik
94 dingen
93 mijn
90 bij

Het boek Ecclesiasticus

IntraText - Concordances

ik

   Chapter, Verse
1 5, 4 | 4 Zeg niet: Ik heb gezondigd, en welk leed 2 7, 9 | mijner gaven zien, en als ik God de Allerhoogste ofer, 3 11, 19| 19 Wanneer hij zegt: Ik heb rust gevonden, nu zal 4 11, 19| heb rust gevonden, nu zal ik van mijn goederen eten zonder 5 11, 24| 24 Zeg niet: Wat heb ik van node te behagen, en 6 11, 25| 25 Zeg niet: Ik heb genoeg, en hetgeen ik 7 11, 25| Ik heb genoeg, en hetgeen ik heb is veel, en wat zal 8 15, 11| De Here is oorzaak, dat ik afgevallen ben; want hetgeen 9 16, 16| 16 Zeg niet: Ik zal mij voor de Here verbergen, 10 16, 25| 25 Ik zal onderwijzing tevoorschijn 11 19, 19| Gelijk het u behaagt zal ik niet doen, indien hij het 12 20, 16| 16 Een dwaas zal zeggen: Ik heb geen vriend; ik heb 13 20, 16| zeggen: Ik heb geen vriend; ik heb geen dank voor mijn 14 22, 30| vriend te beschermen zal ik mij niet schamen, en voor 15 22, 30| voor zijn aangezicht zal ik mij niet verbergen, zelfs 16 22, 31| zegel op mijn lippen, opdat ik niet schielijk valse vanwege 17 23, 3 | vermeerderen tot verplettering, en ik niet valle voor degenen 18 23, 24| niemand ziet mij, wat vrees ik? De Allerhoogste zal aan 19 24, 3 | 3 Ik ben van de mond des Allerhoogsten 20 24, 3 | en gelijk een nevel heb ik de aarde bedekt.~ 21 24, 4 | 4 Ik heb mijn tent in de hoogste 22 24, 5 | 5 Ik alleen heb de rondte des 23 24, 6 | alle volken en natiën heb ik bezittingen.~ 24 24, 7 | 7 Bij deze allen heb ik rust gezocht, om in iemands 25 24, 10| en tot in eeuwigheid neem ik niet af; in een heilige 26 24, 10| een heilige tabernakel heb ik in zijn tegenwoordigheid 27 24, 11| 11 En zo ben ik in Sion bevestigd. In een 28 24, 13| 13 Ik ben verhoogd geworden als 29 24, 14| 14 Ik ben verhoogd geworden gelijk 30 24, 15| gelijk de boom Platanus ben ik uit het water verhoogd.~ 31 24, 16| 16 Ik heb een goede reuk van mij 32 24, 18| 18 Ik heb mijn takken uitgestrekt 33 24, 19| 19 Ik heb, gelijk een wijnstok 34 24, 20| 20 Ik ben een moeder der schone 35 24, 32| 32 Ik, de Wijsheid, ben gelijk 36 24, 33| gelijk een waterloop ben ik uitgegaan in het paradijs.~ 37 24, 34| 34 Ik heb gezegd: Ik zal mijn 38 24, 34| 34 Ik heb gezegd: Ik zal mijn beste hof wateren, 39 24, 36| 36 Want ik doe de onderwijzing jichten 40 24, 37| 37 Want ik giet lering uit gelijk een 41 24, 38| 38 Ziet gij dan, dat ik niet voor mij alleen heb 42 25, 1 | 1 DOOR drie dingen word ik schoon, en sta schoon voor 43 25, 3 | ziel, en op hun leven ben ik zeer verstoord:~ 44 25, 9 | 9 Aan negen dingen heb ik gedacht, en ze zalig geprezen 45 25, 9 | hart, en het tiende zal ik met mijn tong zeggen:~ 46 25, 20| 20 Ik heb liever te wonen bij 47 26, 5 | en voor het vierde word ik in mijn aangezicht bevreesd:~ 48 27, 25| 25 Ik haat zulk een zeer, en vergelijk 49 29, 31| dat heerlijk aangezicht, ik heb het huis nodig, mijn 50 33, 16| 16 En ik ben de laatste ontwaakt 51 33, 16| druiven naleest, nochtans ben ik door de zegen des Heren 52 33, 17| 17 Merkt dat ik niet voor mij alleen heb 53 34, 11| 11 Ik heb veel dingen gezien in 54 34, 12| 12 Menigmaal ben ik in gevaar geweest tot de 55 37, 1 | IEDER vriend zal wel zeggen: Ik heb ook vriendschap gehouden, 56 39, 16| 16 Nog zal ik vertellen hetgeen ik bedacht 57 39, 16| zal ik vertellen hetgeen ik bedacht heb, want ik ben 58 39, 16| hetgeen ik bedacht heb, want ik ben vervuld gelijk de volle 59 39, 37| 37 Daarom ben ik van het begin af hierin 60 42, 18| 18 Nu zal ik gedenken de werken des Heren, 61 42, 18| werken des Heren, en hetgeen ik gezien heb zal ik vertellen: 62 42, 18| hetgeen ik gezien heb zal ik vertellen: in de woorden 63 43, 29| kunnen bereiken, en opdat ik mijn woorden voleindige, 64 46, 21| ook tot schoenen toe, heb ik van niemand ontvangen; en 65 51, 1 | Jezus, de zoon van Sirach>> IK zal u belijden Here, Koning, 66 51, 1 | belijden Here, Koning, en ik zal u prijzen, o God, die 67 51, 2 | 2 Ik belijd uw naam, dat gij 68 51, 5 | vele verdrukkingen, die ik gehad heb;~ 69 51, 6 | het midden des vuurs, dat ik niet verbrand ben;~ 70 51, 9 | en daar was geen helper; ik zag om naar bijstand der 71 51, 10| 10 Toen gedacht ik aan uw barmhartigheid, Here, 72 51, 13| 13 Ik riep de Here de vader mijns 73 51, 13| verdrukking, ten tijde als ik geen hulp had tegen de hovaardigen.~ 74 51, 14| 14 Ik zal uw naam prijzen zonder 75 51, 16| 16 Daarom zal ik u belijden, Here, en zal 76 51, 17| 17 Als ik nog jong was, eer dat ik 77 51, 17| ik nog jong was, eer dat ik dwaalde, heb ik de wijsheid 78 51, 17| eer dat ik dwaalde, heb ik de wijsheid openbaar gezocht 79 51, 18| 18 Voor de tempel heb ik om haar gebeden, en tot 80 51, 18| tot het uiterste toe zal ik haar naarstig zoeken.~ 81 51, 20| heengegaan; van mijn jeugd af heb ik haar nagespeurd.~ 82 51, 21| 21 Ik hem mijn oor een weinig 83 51, 22| veel onderwijzing gevonden, ik ben door haar toegenomen.~ 84 51, 23| wijsheid geeft, die zal ik macht toeschrijven.~ 85 51, 24| 24 Want ik heb gedacht om haar in het 86 51, 25| honger verwekt hebbende, heb ik haar naarstig doorzocht.~ 87 51, 26| 26 Ik heb mijn handen uitgerekt 88 51, 27| 27 Ik heb mijn ziel naar haar 89 51, 27| gericht, en in reiniging heb ik haar gevonden.~ 90 51, 28| 28 Ik heb van het begin af tot 91 51, 28| hart gekregen, daarom zal ik niet verlaten worden.~ 92 51, 29| haar te zoeken, daarom heb ik een goede bezitting verkregen.~ 93 51, 30| mijn loon, en met deze zal ik hem prijzen.~ 94 51, 33| 33 Ik heb mijn mond geopend en 95 51, 35| 35 Ziet met uw ogen dat ik weinig moeite gehad heb,


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License