Chapter, Verse
1 1, 4 | wijsheid is eer dan alle dingen geschapen, en het verstand
2 1, 31| Here zal al uw verborgen dingen openbaren, en u in het midden
3 3, 23| 23 Dingen die u te zwaar zijn, onderzoek
4 3, 24| niet van node, verborgen dingen met ogen te zien.~
5 3, 25| woorden, want u zijn meer dingen aangewezen, dan het verstand
6 4, 21| En zal hem haar verborgen dingen openbaren.~
7 7, 33| eerstelingen der heilige dingen.~
8 7, 37| de kranke; want om zulke dingen zult gij bemind worden.~
9 11, 10| bemoei u niet met vele dingen, want indien gij veel aanneemt,
10 11, 14| 14 Goede en kwade dingen, leven en dood, armoede
11 11, 16| geschapen, en die over kwade dingen pochen, met die veroudert
12 11, 32| kwade; ja in uitgelezen dingen zal hij u een schandvlek
13 11, 34| boosdoener, want hij smeedt boze dingen; dat hij u niet te eniger
14 13, 16| 16 Als gij deze dingen hoort, zo waak zelfs in
15 13, 25| heeft hij onbetamelijke dingen gesproken, men recht vaardigt
16 14, 21| zijn verstand van heilige dingen spreekt.~
17 15, 18| in kracht, en ziet alle dingen.~
18 16, 6 | 6 Vele dergelijke dingen heeft mijn oog gezien, en
19 16, 6 | en mijn oor heeft sterker dingen gehoord dan deze.~
20 16, 20| het hart overdenkt deze dingen niet behoorlijk.~
21 16, 22| verre, en onderzoeking aller dingen is in het einde.~
22 16, 23| geworden is overlegt deze dingen, maar een dwaas man, verdwaald
23 16, 23| verdwaald zijnde, overlegt dwaze dingen.~
24 17, 2 | hun macht gegeven over de dingen die daarop zijn.~
25 17, 26| 26 Want alle dingen kunnen in de mensen niet
26 18, 1 | eeuwigheid leeft, heeft alle dingen in het gemeen geschapen.~
27 18, 2 | span zijner hand, en alle dingen zijn zijn wil gehoorzaam.
28 18, 2 | hij is een koning aller dingen door zijn kracht, onderscheiden
29 18, 26| verandert de tijd, en al deze dingen zijn haastig voor de Here.
30 20, 8 | heeft een welbehagen in boze dingen, en menige vond strekt tot
31 21, 28| der veelsprekers verhalen dingen die hun niet aangaan, maar
32 22, 14| ongevoelig zijnde zal hij al uw dingen voor niets achten.~
33 22, 26| verwonding, want om deze dingen vliedt een iegelijk vriend
34 23, 14| 14 Want al deze dingen zullen verre zijn van de
35 23, 27| 27 Eer alle dingen geschapen waren, is hem
36 24, 8 | beval mij de schepper aller dingen, en die mij geschapen heeft,
37 24, 21| kinderen deze eeuwigblijvende dingen, namelijk die mij van hem
38 24, 26| 26 Al deze dingen leert het boek des verbonds
39 24, 27| 27 Hij vervult alle dingen met zijn wijsheid, gelijk
40 25, 1 | 1 DOOR drie dingen word ik schoon, en sta schoon
41 25, 9 | 9 Aan negen dingen heb ik gedacht, en ze zalig
42 26, 5 | 5 Drie dingen ontziet mijn hart, en voor
43 26, 30| 30 Over twee dingen is mijn hart bedroefd geworden,
44 27, 16| 16 Wie heimelijke dingen openbaart, die verliest
45 27, 23| oog wenkt, die smeedt boze dingen, en wie die kent zal van
46 29, 32| 32 Deze dingen zijn zwaar voor een die
47 31, 9 | want hij heeft wonderlijke dingen gedaan onder zijn volk.~
48 31, 17| behaagt, en let op alle dingen.~
49 34, 5 | vogelgeschrei, en dromen zijn ijdele dingen, waarvan uw hart inbeeldingen
50 34, 9 | gedwaald heeft, weet vele dingen, en die veel ervaren heeft,
51 34, 9 | ervaren heeft, zal verstandige dingen verhalen.~
52 34, 11| 11 Ik heb veel dingen gezien in mijn afdwaling,
53 34, 12| de dood toe, en om deze dingen behouden.~
54 35, 5 | 5 Want al deze dingen moet men doen vanwege het
55 36, 1 | ons Here, gij God aller dingen, en zie ons aan.~
56 37, 19| 19 Vier soorten van dingen vertonen zich: namelijk
57 37, 29| 29 Want alle dingen zijn allen niet nut, en
58 38, 16| begin te wenen als die zware dingen geleden hebt; doch omwind
59 39, 10| overlegt zijn verborgen dingen.~
60 39, 20| Wat is dit? want al deze dingen zullen op hun tijd onderzocht
61 39, 25| zeggen: Wat is dit? want alle dingen zijn tot hun gebruik geschapen.~
62 39, 29| 29 Goede dingen zijn in het begin voor de
63 39, 29| mensen geschapen, zo de kwade dingen voor de zondaars.~
64 39, 31| ze de godvrezende goede dingen zijn, zo worden ze de zondaar
65 39, 33| honger, en de dood; al deze dingen zijn tot wraak geschapen.~
66 39, 37| bevestigd geworden, en heb deze dingen overdacht en in geschrift
67 39, 39| bozer dan dat, want alle dingen zullen op hun tijd goed
68 40, 8 | de zondaars komt tot deze dingen zevenvoudig meer.~
69 40, 9 | verplettering, en van de gesel; deze dingen alle zijn tegen de goddelozen
70 41, 4 | ouderdom is, en omtrent alle dingen bezig is, en zichzelf mistrouwt,
71 41, 20| het is niet goed in alle dingen schaamte te houden, en alle
72 41, 20| schaamte te houden, en alle dingen worden niet door allen in
73 42, 1 | vanwege deze navolgende dingen, en neem geen persoon aan
74 42, 19| verlichtende ziet op alle dingen, en haar werk is vol van
75 42, 24| 24 Hij verkondigt de dingen die voorbijgegaan zijn,
76 42, 24| voetstappen der verborgen dingen.~
77 42, 29| 29 Al deze dingen leven en blijven in der
78 42, 30| 30 Alle dingen zijn dubbel, het een tegenover
79 43, 24| haastige genezing van al deze dingen is de nevel, de dauw die
80 43, 28| zijn woord bestaan al die dingen.~
81 43, 29| 29 Wij zouden wel veel dingen zeggen, maar wij zouden
82 43, 35| zijn nog vele verborgen dingen meer dan deze; wij hebben
83 43, 36| Want de Here heeft alle dingen gemaakt, en heeft de god
84 45, 15| Vóór hem zijn dergelijke dingen niet geweest;~
85 45, 30| voorstander der heilige dingen, en dat hij en zijn zaad
86 47, 12| op de feesten ingesteld dingen die wel staan, en de bestemde
87 48, 16| 16 Door al deze dingen bekeerde zich het volk niet,
88 48, 27| een grote geest de laatste dingen, en troostte degenen die
89 48, 28| Hij wees aan de toekomende dingen tot in eeuwigheid, en de
90 48, 28| eeuwigheid, en de verborgen dingen eer ze geschiedden.~ ~
91 50, 23| En nu dankt de God aller dingen, die alleen grote dingen
92 50, 23| dingen, die alleen grote dingen doet overal, die onze dagen
93 50, 28| is hij, die zich in deze dingen. oefenen zal, en die ze
94 50, 29| ze doet, zal hij tot alle dingen bekwaam zijn, dewijl het
|