Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
middelmatige 1
midden 16
mij 63
mijn 93
mijner 3
mijns 2
mijzelf 2
Frequency    [«  »]
103 maar
95 ik
94 dingen
93 mijn
90 bij
83 dan
82 alle

Het boek Ecclesiasticus

IntraText - Concordances

mijn

   Chapter, Verse
1 2, 1 | 1 MIJN kind, indien gij komt om 2 3, 1 | 1 MIJN kinderen hoort mij uw vader 3 3, 13| 13 Mijn kind, verzorg uw vader in 4 3, 19| 19 Mijn kind, voer uw werken uit 5 4, 1 | 1 MIJN kind, laat het leven des 6 5, 3 | zijn macht brengen vanwege mijn werken? want de Here zal 7 6, 18| 18 Mijn kind, verkies de onderwijzing 8 6, 24| 24 Hoor mijn kind, en verkies mijn mening, 9 6, 24| Hoor mijn kind, en verkies mijn mening, en verwerp mijn 10 6, 24| mijn mening, en verwerp mijn raad niet;~ 11 6, 33| Indien gij zult willen, mijn kind, zo zult gij onderwezen 12 7, 3 | 3 Mijn zoon, zaai niet in de voren 13 10, 31| 31 Mijn kind verheerlijk uw ziel 14 11, 10| 10 Mijn kind, bemoei u niet met 15 11, 19| gevonden, nu zal ik van mijn goederen eten zonder ophouden, 16 11, 24| voor wie zullen nu voortaan mijn goederen zijn?~ 17 12, 12| nemen, en gij ten laatste mijn woorden gewaar wordt, en 18 12, 12| gewaar wordt, en vanwege mijn rede doorstoken wordt.~ 19 14, 11| 11 Mijn kind, doe uzelf goed naar 20 16, 6 | dergelijke dingen heeft mijn oog gezien, en mijn oor 21 16, 6 | heeft mijn oog gezien, en mijn oor heeft sterker dingen 22 16, 17| niet gedenken, want wat is mijn ziel onder de onmetelijke 23 16, 24| 24 Hoor mij, mijn kind en leer wetenschap, 24 16, 24| wetenschap, en let met uw hart op mijn woorden.~ 25 18, 15| 15 Mijn kind, wanneer het u wèl 26 20, 16| vriend; ik heb geen dank voor mijn weldaden; die mijn brood 27 20, 16| voor mijn weldaden; die mijn brood eten spreken kwalijk 28 21, 1 | 1 MIJN kind, hebt gij gezondigd, 29 22, 31| Wie zal mij een wacht aan mijn mond stellen, en een scherpzinnig 30 22, 31| een scherpzinnig zegel op mijn lippen, opdat ik niet schielijk 31 22, 31| schielijk valse vanwege mijn tong, en zij mij niet verderve?~ ~ ~ 32 23, 2 | zal geselen bestellen over mijn gedachte, en een onderrichting 33 23, 2 | onderrichting der wijsheid in mijn hart? opdat gij Here mijn 34 23, 2 | mijn hart? opdat gij Here mijn onwetendheden niet verschoont, 35 23, 3 | 3 Opdat mijn onwetendheden niet vermenigvuldigd 36 23, 3 | vermenigvuldigd worden, en mijn zonden niet vermeerderen 37 23, 3 | degenen die mij tegen zijn, en mijn vijand over mij verblijd 38 23, 6 | 6 Hoort, mijn kinderen, de onderwijzing 39 23, 24| De Allerhoogste zal aan mijn zonden niet gedenken, en 40 24, 4 | 4 Ik heb mijn tent in de hoogste plaatsen 41 24, 4 | plaatsen opgeslagen, en mijn troon in een wolkkolom.~ 42 24, 8 | mij geschapen heeft, deed mijn tent rusten, en zeide:~ 43 24, 11| rusten, en in Jeruzalem is mijn macht.~ 44 24, 18| 18 Ik heb mijn takken uitgestrekt gelijk 45 24, 18| gelijk een terpentijnboom, en mijn takken zijn heerlijk en 46 24, 19| goede reuk voortgebracht, en mijn bloemen zijn een vrucht 47 24, 21| 21 En geef met al mijn kinderen deze eeuwigblijvende 48 24, 22| begeert, en verzadigt u van mijn gewas.~ 49 24, 23| 23 Want mijn gedachtenis is zoeter dan 50 24, 23| is zoeter dan honig, en mijn erfenis dan honigraat.~ 51 24, 34| 34 Ik heb gezegd: Ik zal mijn beste hof wateren, en mijn 52 24, 34| mijn beste hof wateren, en mijn op. recht tuinbeddeken begieten.~ 53 24, 35| geworden tot een rivier, en mijn rivier is geworden tot een 54 25, 3 | Drieërlei soort van mensen haat mijn ziel, en op hun leven ben 55 25, 9 | en ze zalig geprezen in mijn hart, en het tiende zal 56 25, 9 | en het tiende zal ik met mijn tong zeggen:~ 57 26, 5 | 5 Drie dingen ontziet mijn hart, en voor het vierde 58 26, 5 | voor het vierde word ik in mijn aangezicht bevreesd:~ 59 26, 20| 20 Mijn kind, bewaar de beste kracht 60 26, 30| 30 Over twee dingen is mijn hart bedroefd geworden, 61 29, 31| ik heb het huis nodig, mijn broeder is bij mij geherbergd.~ 62 31, 24| 24 Hoor mij, mijn kind, en veracht mij niet, 63 34, 11| heb veel dingen gezien in mijn afdwaling, en het is mijn 64 34, 11| mijn afdwaling, en het is mijn verstand, dat mijn rede 65 34, 11| het is mijn verstand, dat mijn rede gedaante geeft.~ 66 37, 28| 28 Mijn kind beproef uw ziel terwijl 67 38, 9 | 9 Mijn kind, in uw krankheid verzuim 68 38, 16| 16 Mijn kind over een dode laat 69 38, 23| 23 Gedenk aan mijn oordeel, want zo zal ook 70 40, 28| 28 Mijn kind, leef geen bedelaarsleven; 71 41, 17| 17 Mijn kinderen, bewaart de tucht 72 41, 20| men zich dan ontzie voor, mijn woord, want het is niet 73 43, 29| kunnen bereiken, en opdat ik mijn woorden voleindige, hij 74 50, 25| 25 Over twee volken is mijn ziel verstoord, en het derde 75 51, 1 | zal u prijzen, o God, die mijn zaligmaker zijt.~ 76 51, 2 | helper geweest zijt, en hebt mijn lichaam uit de verderfenis 77 51, 5 | Uit de hand dergenen die mijn ziel zochten; uit de vele 78 51, 8 | 8 Mijn ziel was nabij de dood gekomen; 79 51, 8 | nabij de dood gekomen; en mijn leven was nabij het diepste 80 51, 12| 12 En heb van de aarde mijn ootmoedig gebed opgeheven, 81 51, 14| lofzingen met dankzegging, en mijn smeking is verhoord geweest.~ 82 51, 17| wijsheid openbaar gezocht door mijn gebed.~ 83 51, 19| 19 Mijn hart is in haar verheugd 84 51, 20| 20 Mijn voet is recht heengegaan; 85 51, 20| is recht heengegaan; van mijn jeugd af heb ik haar nagespeurd.~ 86 51, 21| 21 Ik hem mijn oor een weinig geneigd, 87 51, 25| 25 Mijn ziel heeft om haar zeer 88 51, 26| 26 Ik heb mijn handen uitgerekt tot de 89 51, 26| uitgerekt tot de hoogte, en mijn onwetendheden van haar bemerkt.~ 90 51, 27| 27 Ik heb mijn ziel naar haar gericht, 91 51, 29| 29 Mijn hart is ontroerd geworden 92 51, 30| mij een tong gegeven tot mijn loon, en met deze zal ik 93 51, 33| 33 Ik heb mijn mond geopend en heb gesproken,


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License