Chapter, Verse
1 1, 9 | over al zijn werken; zij is bij alle vlees naar zijn gave,
2 1, 14| 14 Bij de mensen heeft zij een
3 1, 14| eeuwig fundament gelegd, en bij hun zaad zal zij worden
4 3, 20| des te meer, en gij zult bij de Here genade vinden.~
5 5, 7 | barmhartigheid en toorn zal bij hem haasten, en op de zondaars
6 6, 8 | gelegene tijd, en blijft u niet bij in de dag van uw verdrukking.~
7 6, 10| te zijn, en blijft u niet bij in de dag uwer verdrukking.~
8 6, 21| de harteloze blijft niet bij haar.~
9 6, 22| 22 Zij is bij hem gelijk een harde steen
10 7, 5 | en houd u niet voor wijs bij de koning.~
11 7, 22| zo het u nut is, laat het bij u blijven.~
12 7, 35| 35 Gaven zijn aangenaam bij alle levenden, en aan een
13 9, 10| 10 Bij een getrouwde vrouw zit
14 9, 11| maak geen gelag met haar bij de wijn; dat niet te eniger
15 9, 17| zo vergrijp u niet, opdat bij u niet terstond uw leven
16 10, 7 | voor God en de mensen, en bij beide is hatelijk de misdaad
17 11, 3 | 3 De bij is klein onder de vliegende
18 11, 9 | niet aangaat; en zit niet bij in het gericht der zondaren.~
19 11, 17| De gave des Heren blijft bij de godvrezenden, en zijn
20 12, 2 | vergelding vinden, en is het niet bij hem, immers bij de Allerhoogste.~
21 12, 2 | het niet bij hem, immers bij de Allerhoogste.~
22 12, 13| met hem die zich ophoudt bij een zondaar, en zich vermengt
23 12, 14| 14 Hij zal een uur bij u blijven in een gerechte
24 13, 29| 29 De rijkdom is goed, bij welke geen zonde is, en
25 14, 23| haar vensters heenziet, en bij haar deuren toehoort,~
26 16, 1 | niet, zo de vreze des Heren bij hen niet is.~
27 16, 9 | Hij verschoonde die niet, bij welke Lot woonde; aan welke
28 16, 12| Want ontferming en toorn is bij hem; hij is een machtig
29 16, 15| werken zouden bekend worden bij het geslacht onder de hemel;
30 17, 14| het ganse aardrijk heeft bij over elk volk een overste
31 17, 17| man is gelijk een zegel bij hem, en zal de genade tegen
32 17, 18| Doch de boetvaardige heeft bij gegeven weder te keren,
33 18, 17| geschenk? en beide zijn ze bij de mens aangenaam.~
34 19, 8 | 8 En vertel noch bij vriend noch bij vijand het
35 19, 8 | vertel noch bij vriend noch bij vijand het leven van anderen,
36 19, 10| gij wat gehoord, laat het bij u sterven, en zijt welgemoed,
37 19, 26| 26 En indien hij bij gebrek van sterkte verhinderd
38 20, 26| en zijn schande is steeds bij hem.~
39 21, 1 | doe daar geen zonde meer bij, en bid de vorige af.~
40 22, 1 | luiaard is te vergelijken bij een beslijkte steen, en
41 22, 28| tijd der verdrukking blijf bij hem, opdat gij zijn erfdeel
42 23, 5 | begeerte des buiks, en de bij slaap niet innemen, en geef
43 23, 17| gij niet te eniger tijd bij hen wordt vergeten, en door
44 23, 23| aftreedt van zijn bed, zegt bij zichzelf: Wie ziet mij?~
45 24, 6 | en op de ganse aarde, en bij alle volken en natiën heb
46 24, 7 | 7 Bij deze allen heb ik rust gezocht,
47 25, 11| 11 Hij is zalig die bij een verstandige vrouw woont,
48 25, 13| 13 Hoe groot is bij die wijsheid vindt! doch
49 25, 15| 15 Wie ze houdt, bij wie zal hij vergeleken worden?~
50 25, 20| 20 Ik heb liever te wonen bij een leeuw en draak, dan
51 25, 20| leeuw en draak, dan te wonen bij een boze vrouw.~
52 25, 26| onbeschaamdheid en grote schande is bij een vrouw, indien zij haar
53 26, 7 | en met de tong geselt, en bij allen overbrengt, die is
54 27, 9 | 9 Het gevogelte nestelt bij zijns gelijken, en de waarheid
55 27, 25| zeer, en vergelijk niemand bij hem, en de Here zal hem
56 27, 28| 28 Wie kwaad doet, bij die zal dat kwaad herberg
57 28, 3 | de andere mens toorn, en bij de Here zoekt hij genezing.~
58 28, 21| 21 Zalig is bij die voor haar beschermd
59 29, 28| vertrekken, want waar gij bij wonen zult, daar zult gij
60 29, 31| huis nodig, mijn broeder is bij mij geherbergd.~
61 30, 18| 18 Opgesloten goederen bij een gesloten mond zijn gelijk
62 30, 18| zijn gelijk spijsgerechten bij een graf gelegd.~
63 31, 17| 17 Meet bij uzelf af hetgeen uw naaste
64 31, 21| weder op, en zijn vernuft is bij hem.~
65 31, 22| en pijn in de darmen, is bij een onverzadelijk mens.~
66 32, 1 | verhef u niet, maar wees bij hen als een van henlieden.~
67 32, 7 | Het gezang der muzikanten bij zoete wijn, is als een zegel
68 32, 12| 12 Word bij tijds wakker, en zijt niet
69 32, 19| iets gedaan heeft, is hij bij zichzelf zonder raad.~
70 35, 13| Here is een rechter, en bij hem is geen achting des
71 37, 13| beraadslagingen, maar houdt u steeds bij een godvrezende man, van
72 37, 14| 14 Blijf vast bij de raadslag uws harten,
73 38, 3 | verhoogt zijn hoofd, en bij de groten is hij in bewondering.~
74 38, 40| 40 Wijze spreuken worden bij hen niet gevonden, maar
75 40, 3 | 3 Zo wel bij hem, die op de troon der
76 40, 3 | der heerlijkheid zit, als bij degene, die vernederd is,
77 40, 4 | 4 Zo wel bij hem, die een purperen kleed
78 40, 4 | en een kroon draagt, als bij degene, die met grof lijnwaad
79 41, 1 | mens, die in vrede leeft bij zijn goederen.~
80 41, 9 | der zondaars vergaat, en bij hun zaad blijft gedurig
81 41, 27| dienstmaagd, stelt u niet bij haar bed.~
82 41, 30| schaamachtig zijn, en gunst vinden bij alle mensen.~ ~
83 42, 7 | 7 Bij een boze vrouw is verzegelen
84 42, 8 | gij wat overgeeft, doe het bij getal en gewicht, en stel
85 42, 10| zult recht onderwezen, en bij een ieder, die leeft, geacht
86 44, 12| 12 Bij hun zaad blijft een goed
87 47, 20| God der ganse aarde, die bij genaamd wordt de God van
88 49, 4 | onrecht vaardigen versterkte bij de godvrezendheid.~
89 50, 12| ontving, zo stond hij zelf bij de haard van het altaar.~
90 51, 7 | woord, door de lastering bij de koning, en van een onrechtvaardige
|