Chapter, Verse
1 1, 1 | 1 ALLE wijsheid is van de Here,
2 1, 4 | 4 De wijsheid is eer dan alle dingen geschapen, en het
3 1, 9 | zijn werken; zij is bij alle vlees naar zijn gave, en
4 6, 35| wijs, hang hem aan; wil alle Goddelijke verklaring horen,
5 7, 35| Gaven zijn aangenaam bij alle levenden, en aan een dode
6 13, 19| 19 Alle vlees vergadert zich naar
7 14, 18| 18 Alle vlees veroudert gelijk een
8 14, 20| 20 Alle werk, dat verrotting onderworpen
9 15, 18| sterk in kracht, en ziet alle dingen.~
10 15, 19| hij zal kennis nemen van alle werken des mensen.~
11 16, 15| zijn barmhartigheid is alle schepselen openbaar, en
12 16, 27| beginselen door zijn hand in alle geslachten; zij hebben geen
13 16, 30| Hij bedekt het leven van alle gedierte, en in baar keren
14 17, 4 | heeft hun vreze gelegd op alle vlees, en gegeven dat hij
15 17, 12| 12 Wacht u van alle ongerechtigheid, en heeft
16 17, 26| 26 Want alle dingen kunnen in de mensen
17 17, 28| kracht des hogen hemels, en alle mensen zijn maar aarde en
18 18, 1 | eeuwigheid leeft, heeft alle dingen in het gemeen geschapen.~
19 18, 2 | de span zijner hand, en alle dingen zijn zijn wil gehoorzaam.
20 18, 12| barmhartigheid. des Heren over alle vlees.~
21 19, 19| de gehele wijsheid, en in alle wijsheid is de onderhouding
22 21, 4 | 4 Alle ongerechtigheid is gelijk
23 23, 26| 26 Welke zien op alle wegen der mensen, en merken
24 23, 27| 27 Eer alle dingen geschapen waren,
25 23, 27| voleindigd, doorziet hij ze alle.~
26 24, 6 | op de ganse aarde, en bij alle volken en natiën heb ik
27 24, 27| 27 Hij vervult alle dingen met zijn wijsheid,
28 25, 17| 17 Alle plaag is te verdragen, maar
29 25, 17| de plaag des harten, en alle boosheid, doch niet de boosheid
30 25, 18| 18 Alle inval, doch niet de inval
31 25, 18| inval dergenen die haten, en alle wraak, doch niet de wraak
32 25, 23| 23 Alle boosheid is klein tegen
33 26, 13| een fontein vindt, en van alle water dat nabij is drinkt,
34 26, 21| 21 Als gij uit alle velden een vruchtbaar deel
35 29, 15| en ze zal u redden uit alle jammer.~
36 31, 7 | degenen die het offeren, en alle onwijze wordt daardoor gevangen.~
37 31, 17| naaste behaagt, en let op alle dingen.~
38 32, 23| 23 Vertrouw uzelf in alle goede werken, want ook dat
39 33, 10| 10 En alle mensen komen van de aardbodem,
40 33, 15| Allerhoogsten, zij zijn alle twee, het een tegen het
41 36, 13| 13 Vergader alle stammen Jakobs, en stel
42 36, 20| 20 De buik eet alle spijs, toch is de ene spijs
43 36, 24| het aangezicht, en gaat alle lust des mensen te boven.~
44 37, 16| 16 En in alle deze bid de Allerhoogste,
45 37, 17| beraadslaging gaat voor alle handeling heen.~
46 37, 21| deze ontbreekt het aan alle wijsheid.~
47 37, 22| gegeven, dewijl hij van alle wijsheid beroofd is.~
48 37, 29| 29 Want alle dingen zijn allen niet nut,
49 37, 30| Zijt niet onverzadelijk in alle lekkernijen, en stort u
50 38, 10| recht, en reinig uw hart van alle zonde.~
51 38, 37| 37 Alle deze vertrouwen op hun handen,
52 39, 13| zijn naam zal leven tot in alle geslachten.~
53 39, 20| De werken des Heren zijn alle zeer schoon, en al wat hij
54 39, 23| 23 De werken van alle vlees zijn voor zijn aangezicht,
55 39, 25| zeggen: Wat is dit? want alle dingen zijn tot hun gebruik
56 39, 31| 31 Alle deze gelijk ze de godvrezende
57 39, 39| Dit is bozer dan dat, want alle dingen zullen op hun tijd
58 40, 8 | 8 Zo gaat het met alle vlees, van de mens af tot
59 40, 9 | van de gesel; deze dingen alle zijn tegen de goddelozen
60 40, 11| 11 Alle geschenk en ongerechtigheid
61 40, 15| 15 Hun groente aan alle water en oever van een stroom
62 40, 15| van een stroom zal voor alle ander gras uitgeplukt worden.~
63 40, 27| gezegende lusthof, en boven alle heerlijkheid bedekt hij
64 41, 4 | ouderdom is, en omtrent alle dingen bezig is, en zichzelf
65 41, 20| want het is niet goed in alle dingen schaamte te houden,
66 41, 20| dingen schaamte te houden, en alle dingen worden niet door
67 41, 30| zijn, en gunst vinden bij alle mensen.~ ~
68 42, 19| zon verlichtende ziet op alle dingen, en haar werk is
69 42, 23| Want de Allerhoogste kent alle wetenschap, en ziet op de
70 42, 29| hun gebruik en zijn hem alle gehoorzaam.~
71 42, 30| 30 Alle dingen zijn dubbel, het
72 43, 22| bevriest, zo zet hij zich op alle vergadering van het water
73 43, 27| werken; verscheidenheid van alle gedierten en onderscheid
74 43, 36| 36 Want de Here heeft alle dingen gemaakt, en heeft
75 44, 19| hem opgericht, opdat niet alle vlees door de zond vloed
76 44, 26| gevonden heeft in de ogen van alle vlees.~ ~
77 45, 4 | geheiligd; hij heeft hem uit alle vlees uitverkoren.~
78 45, 20| 20 Uit alle levenden heeft hij hem uitverkoren,
79 46, 20| vorsten der Tyriërs, en alle oversten der Filistijnen.~
80 50, 29| hij ze doet, zal hij tot alle dingen bekwaam zijn, dewijl
81 51, 9 | 9 Zij hadden mij van alle zijden omzet, en daar was
82 51, 10| Here, en aan uw werken van alle tijden.~
|