Chapter, Verse
1 2, 2 | verdraag, en haast niet in de tijd, als deze over u gebracht
2 2, 13| zonden, en behoedt in de tijd der verdrukking.~
3 3, 32| toekomende, en hij zal in de tijd van zijn val een steunsel
4 4, 27| woord niet in de geschikte tijd der behouding;~
5 5, 9 | vermorzeld worden, en in de tijd der wraak verderven.~
6 6, 8 | vriend in zijn gelegene tijd, en blijft u niet bij in
7 7, 6 | dat gij niet te eniger tijd voor het aangezicht des
8 8, 12| leren, en hoe gij in de tijd als het nodig is zult antwoorden.~
9 9, 3 | opdat gij niet te eniger tijd in haar strikken valt.~
10 9, 4 | dat gij niet te eniger tijd gevangen wordt in haar handelingen.~
11 9, 11| wijn; dat niet te eniger tijd uw ziel tot haar neigt,
12 10, 4 | Heren, en hij zal te zijner tijd over haar verwekken een,
13 10, 29| doet, en poch niet in de tijd uwer benauwdheid.~
14 11, 19| ophouden, en hij weet niet wat tijd hem overkomen zal, en hij
15 11, 23| godvrezende; en in een korte tijd doet hij zijn zegen uitspruiten.~
16 11, 34| dat hij u niet te eniger tijd een eeuwige schandvlek geve.~
17 12, 12| opdat hij niet te eniger tijd u omgekeerd hebbende, zichzelf
18 12, 12| dat hij niet te eniger tijd zoeke uw zitplaats in te
19 12, 16| wenen, en indien hij gelegen tijd zal vinden, zo zal hij niet
20 17, 2 | van dagen, en een bestemde tijd gegeven, en heeft hun macht
21 18, 21| ziek wordt, en bewijs in de tijd der zonden uw bekering.~
22 18, 22| te betalen ter bekwamer tijd, en verwijl niet tot aan
23 18, 24| dagen van de dood, en aan de tijd der wraak, als de Here zijn
24 18, 25| 25 Gedenk aan de tijd des hongers, in de tijd
25 18, 25| tijd des hongers, in de tijd der volheid, aan armoede
26 18, 26| op de avond verandert de tijd, en al deze dingen zijn
27 18, 26| mishandeling, maar een dwaas zal de tijd niet waarnemen.~
28 19, 9 | waargenomen, en ter gelegener tijd zal hij u haten.~
29 19, 13| dat hij het niet te eniger tijd meer doe.~
30 19, 26| doen indien hij gelegener tijd vindt.~
31 20, 4 | zwijgt, wetende de gelegen tijd.~
32 20, 5 | zwijgen totdat het gelegen tijd is, maar een pocher en onwijze
33 20, 5 | onwijze gaat de gelegen tijd voorbij.~
34 20, 20| spreekt die niet op de bekwame tijd.~
35 22, 6 | en tuchtiging ter rechter tijd is een werk van wijsheid.~
36 22, 28| 28 In de tijd der verdrukking blijf bij
37 23, 17| 17 Dat gij niet te eniger tijd bij hen wordt vergeten,
38 24, 29| en gelijk de Gihon in de tijd wanneer men de druiven leest.~
39 27, 12| onder de onverstandigen de tijd waar, maar houd u steeds
40 29, 2 | 2 Leen uw naaste in de tijd zijner behoefte, en wederom,
41 29, 2 | uw naaste weder te zijner tijd.~
42 29, 6 | geven, dan stelt hij de tijd uit, en geeft reden van
43 29, 6 | zorgeloosheid en wijt het de tijd.~
44 30, 12| opdat hij niet te eniger tijd verhard zijnde, u ongehoorzaam,
45 30, 25| brengt ouderdom voor de tijd.~
46 31, 19| opdat gij niet te eniger tijd aanstoot geeft.~
47 31, 32| verheuging der ziel, ter rechter tijd, en zoveel genoeg is gedronken.~
48 33, 23| dagen van uw leven, en in de tijd uws doods.~
49 35, 23| de barmhartigheid in de tijd der verdrukking; zij is
50 35, 23| is gelijk de wolken in de tijd der droogte.~ ~
51 36, 10| 10 Maak dat de tijd haast kome, en gedenk aan
52 37, 4 | in verheuging, en in de tijd van verdrukking zal hij
53 38, 13| 13 Daar is mischien een tijd, dat er in hun handen een
54 38, 25| gelegenheid van de ledige tijd, en wie verzuimachtig is
55 39, 20| gebiedt geschiedt in zijn tijd; men mag niet zeggen: Wat
56 39, 20| deze dingen zullen op hun tijd onderzocht worden.~
57 39, 32| God hun geselen, als de tijd voleindigd is, dan gieten
58 39, 36| diensten, en wan neer hun tijd gekomen is, zo overtreden
59 39, 38| is verleent hij als het tijd is.~
60 39, 39| alle dingen zullen op hun tijd goed gekend worden.~
61 40, 5 | en twist, en wanneer het tijd is om te rusten op het bed
62 40, 7 | is, en ontwakende in de tijd zijner behoudenis, is hij
63 40, 22| tegemoet ter ge legener tijd, maar een vrouw met haar
64 40, 23| en hulp zijn goed in de tijd der verdrukking, maar een
65 43, 6 | dat zij staan zou in haar tijd, tot een aanwijzing der
66 44, 18| bevonden en rechtvaardig, in de tijd des toorns geschiedde hem
67 47, 15| 15 Salomo regeerde in de tijd des vredes, en is beroemd
68 48, 10| bestraffingen te zijner tijd, en te stillen de toorn
69 50, 6 | maan als zij vol is op haar tijd, en gelijk de regen boog
70 50, 7 | de bloem der rozen in de tijd der nieuwe bloemen; gelijk
71 51, 15| mij getrokken uit de boze tijd.~
72 51, 38| 38 Werkt uw werk voor de tijd, en hij zal u te zijner
73 51, 38| en hij zal u te zijner tijd loon geven.~
|