Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
haren 3
harentwil 2
harer 1
hart 73
harte 4
hartelijk 1
harteloze 1
Frequency    [«  »]
80 mens
78 zult
74 heren
73 hart
73 tijd
68 wat
67 indien

Het boek Ecclesiasticus

IntraText - Concordances

hart

   Chapter, Verse
1 1, 11| vrees des Heren vermaakt het hart, en geeft vrolijkheid en 2 1, 28| niet tot hem met een dubbel hart.~ 3 1, 32| waarheid zijt gekomen, en uw hart vol is van bedrog.~ 4 2, 2 | 2 Richt uw hart en verdraag, en haast niet 5 2, 15| 15 Wee een slap hart, omdat het niet gelooft, 6 3, 27| 27 Een hard hart zal op het laatste kwalijk 7 3, 28| 28 Een hard hart zal bezwaard worden met 8 3, 30| 30 Het hart des verstandigen denkt op 9 4, 3 | 3 Ontroer een verstoord hart niet verder, en onthoud 10 6, 37| zijn bevelen, zo zal hij uw hart versterken, en de begeerde 11 7, 26| Hebt gij een vrouw naar uw hart, werp haar niet uit, en 12 8, 22| 22 Verklaar uw hart niet aan ieder mens, en 13 10, 13| de Here afwijkt, en zijn hart afwijkt van degene die hem 14 11, 31| in een kooi, alzo is het hart des hovaardigen, en gelijk 15 12, 15| zoet spreken, maar in zijn hart zal hij beraadslagen om 16 13, 30| 30 Het hart des mensen verandert zijn 17 13, 30| goede of ten kwade, en een hart in genoegen groenende maakt 18 13, 31| aangezicht is een teken van een hart dat wel gesteld is, en vinding 19 14, 22| 22 Die zijn wegen in zijn hart bezint, die zal ook in haar 20 16, 20| 20 En het hart overdenkt deze dingen niet 21 16, 24| wetenschap, en let met uw hart op mijn woorden.~ 22 17, 6 | tong, en ogen, oren, en een hart om te overleggen; met wetenschap 23 17, 24| die leeft en gezond van hart is, zal de Here prijzen.~ 24 18, 29| Here alleen, daar het dode hart hangt aan hetgeen dat dood 25 19, 4 | die is lichtvaardig van hart, en die tegen zijn ziel 26 19, 16| 16 Laat uw hart niet elk woord geloven; 27 21, 20| overdenkt zijn woorden in zijn hart.~ 28 21, 29| 29 Het hart der dwazen is in hun mond, 29 21, 29| mond der wijzen is in hun hart.~ 30 22, 19| schudding, zo wordt een hart steunende op welbedachte 31 22, 20| 20 Een hart dat op verstandige gedachten 32 22, 22| 22 Zo kan een bevreesd hart in de gedachte van de dwaas 33 22, 23| tranen uit, en die in het hart steekt brengt het gevoelen 34 23, 2 | onderrichting der wijsheid in mijn hart? opdat gij Here mijn onwetendheden 35 25, 9 | ze zalig geprezen in mijn hart, en het tiende zal ik met 36 25, 27| veroorzaakt een neergebogen hart, en een droevig aangezicht, 37 26, 4 | 4 En het hart van zo'n man is goed tot 38 26, 5 | Drie dingen ontziet mijn hart, en voor het vierde word 39 26, 30| Over twee dingen is mijn hart bedroefd geworden, en over 40 27, 6 | gedachten blijken wat in het hart des mensen is.~ 41 27, 16| vriend vinden naar zijn hart.~ 42 30, 23| ziel lief, en troost uw hart, en stel droefheid verre 43 30, 26| 26 Een lustig en goed hart is bezorgd over de spijzen, 44 31, 29| doet ook de wijn in het hart der hovaardigen als zij 45 34, 5 | ijdele dingen, waarvan uw hart inbeeldingen krijgt, gelijk 46 34, 5 | inbeeldingen krijgt, gelijk het hart ener vrouw die in barensnood 47 34, 6 | te bezoeken, zo geef uw hart daartoe niet.~ 48 36, 21| onderkent een verstandig hart leugenachtige redenen.~ 49 36, 22| 22 Een verdraaid hart zal droefheid geven, maar 50 37, 6 | Vergeet uw vriend niet in uw hart, en stel hem niet in vergetelheid, 51 38, 10| hand recht, en reinig uw hart van alle zonde.~ 52 38, 21| 21 Begeef uw hart niet tot droefheid, zet 53 38, 27| 27 Deze zal zijn hart begeven om voren te maken, 54 38, 30| 30 Zulk een begeeft zijn hart om de schilderij na te maken, 55 38, 33| 33 Deze begeeft zijn hart om zijn werken te voleinden, 56 38, 36| 36 Hij begeeft zijn hart daartoe wat hij wel verglaze, 57 39, 6 | 6 Hij begeeft zijn hart tot de Here, om vroeg te 58 39, 40| nu, lofzingt met uw ganse hart en mond, en looft de naam 59 40, 7 | door het gezicht van zijn hart, gelijk een die uit de krijg 60 40, 19| en muziek verheugen het hart, maar de liefde tot wijsheid 61 40, 25| en sterkte verhogen het hart, maar de vreze des Heren 62 42, 22| 22 De afgrond en het hart onderzoekt hij, en is bedacht 63 43, 20| van haar witheid, en het hart wordt ontsteld over haar 64 45, 32| geve ulieden wijsheid in uw hart om te richten zijn volk 65 46, 13| zijn naam, welker aller hart niet heeft gehoereerd, en 66 47, 10| 10 Uit geheel zijn hart zong hij lofzangen, en had 67 47, 20| zilver; maar gij hebt uw hart geneigd tot de vrouwen;~ 68 48, 10| des Heren; te keren het hart van de vader tot de zoon, 69 49, 4 | 4 Hij richtte zijn hart tot de Here; in de dagen 70 50, 27| als een plasregen uit zijn hart heeft doen vloeien.~ 71 51, 19| 19 Mijn hart is in haar verheugd geweest, 72 51, 28| het begin af tot haar een hart gekregen, daarom zal ik 73 51, 29| 29 Mijn hart is ontroerd geworden om


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License