Chapter, Verse
1 2, 23| grote heerlijkheid is, zo is ook zijn barmhartigheid.~ ~ ~ ~
2 5, 18| 18 Wees niet onwetende ook niet in enig ding, noch
3 6, 1 | verwijt beërven; zo zal ook de zondaar, die tweetongig
4 6, 9 | 9 Ook is er menig vriend die veranderd
5 6, 10| 10 Daar is ook menig vriend om tafelgenoot
6 6, 17| naar dat hij is, zo zullen ook zijn naasten zijn.~
7 8, 7 | niemand in zijn ouderdom, want ook uit ons zijn er die oud
8 8, 10| gij onderwijzing leren, om ook de groten gemakkelijk te
9 8, 11| der ouden, want zij hebben ook geleerd van hun vaderen.~
10 10, 2 | rechter des volks is, zo zijn ook zijn dienaars; en gelijk
11 10, 10| 10 Want deze biedt ook zijn eigen ziel te koop,
12 10, 24| Heren is een heerschappij ook voor het lot, maar hardigheid
13 10, 34| armoede, hoeveel te meer ook in rijk dom. En die in rijkdom
14 11, 29| niemand zalig voor zijn dood; ook aan zijn kinderen wordt
15 12, 6 | 6 Want ook de Allerhoogste haat de
16 12, 8 | kwalijk gaat, dan scheidt ook de vriend van hem af.~
17 12, 10| gelijk het koper verroest, zo ook zijn boosheid.~
18 13, 12| verstoten wordt, en sta ook niet te ver af, opdat gij
19 13, 23| hovaardigen gruwel, zo is ook de arme voor de rijke een
20 14, 20| gewrocht heeft zal met hetzelve ook weggaan.~
21 14, 22| zijn hart bezint, die zal ook in haar verborgenheden verstandig
22 16, 13| barmhartigheid groot is, zo is ook zijn kastijding; hij zal
23 17, 27| nochtans bezwijkt ze; zo ook de mens die vlees en bloed
24 18, 29| in woorden, die handelen ook wijs; en gieten uit, als
25 20, 13| bevorderlijk zijn, en desgelijks ook van een nijdige, vanwege
26 21, 31| eigen ziel, en waar hij ook zou mogen gaan wonen, daar
27 22, 10| heeft hem begeven. Beween ook een dwaas, want het verstand
28 23, 27| alles bekend geweest; zo ook, nadat ze zijn voleindigd,
29 23, 29| 29 Desgelijks ook een vrouw, die haar man
30 26, 17| plaatsen des Heren, zo is ook de schoonheid van een goede
31 26, 18| kandelaar glinstert, zo is ook de schoonheid van haar aangezicht
32 26, 19| zilveren voetstukken, zo zijn ook haar schone voeten aan een
33 26, 25| een eerbare dochter zal ook de man ontzien.~
34 27, 2 | stenen vastgestoken wordt, zo ook zal de zonde tussen verkopen
35 27, 6 | heeft verpleegd, zo doet ook de uitspraak der gedachten
36 27, 26| zijn eigen hoofd; zo maakt ook een bedriegelijke slag de
37 31, 29| indompeling verstaald is, zo doet ook de wijn in het hart der
38 32, 23| alle goede werken, want ook dat is een onderhouding
39 33, 1 | hij zal hem in verzoeking ook weder daaruit verlossen.~
40 33, 14| 14 Zo is ook de mens in de hand desgenen,
41 33, 15| godvrezende tegen de zondaar, zo ook de zondaar tegen de godvrezende
42 35, 19| 19 Ook zal de Here niet vertragen,
43 36, 4 | geweest in ons, dat gij ook voor ons groot gemaakt moogt
44 36, 5 | mogen kennen gelijkerwijs ook wij u kennen, want daar
45 36, 28| en neemt herberg waar hij ook des avonds is.~ ~
46 37, 1 | vriend zal wel zeggen: Ik heb ook vriendschap gehouden, maar
47 38, 1 | eer die hem toekomt; want ook hem heeft de Here geschapen.~
48 38, 14| 14 Want ook zij zelf bidden de Here,
49 38, 20| wordt ingevoerd, blijft ook de droefheid, en het leven
50 38, 23| mijn oordeel, want zo zal ook het uwe zijn; mij gisteren
51 38, 24| Als de dode rust, zo laat ook zijn gedachtenis rusten,
52 38, 29| 29 Zo ook met hem die de zegelen uitsteekt,
53 38, 31| 31 Zo ook een smid, die nabij het
54 41, 25| 25 Schaamt u ook voor degene, die u groet
55 41, 28| 28 Schaamt u ook voor uw vriend vanwege woorden
56 42, 25| voorbij; daar is voor hem ook niet een woord verborgen.~
57 43, 6 | 6 Ook heeft hij de maan gemaakt,
58 44, 24| 24 En alzo heeft hij ook in Izaäk gesteld, om Abraham,
59 46, 8 | oorlog voor de Here was, want ook volgde hij de machtige na.~
60 46, 13| Here, hun gedachtenis is ook gezegend.~
61 46, 21| gezalfden, zeggende: Geld, ook tot schoenen toe, heb ik
62 47, 24| nakomelingen van zijn uitverkorenen ook niet uit, en nam het zaad
63 48, 12| 12 Want ook wij zullen zeker leven.~
64 49, 11| 11 Want ook gedacht hij de vijanden
65 49, 12| 12 Ook de gedachtenis der twaalf
66 49, 15| Onder de uitverkorenen was ook Nehemia, wiens gedachtenis
67 50, 1 | Heren heeft vermaakt, heeft ook in zijn dagen het volk bevestigd.~
|