Chapter, Verse
1 2, 1 | 1 MIJN kind, indien gij komt om de Here te dienen,
2 3, 14| 14 Indien hem het verstand begeeft,
3 4, 17| 17 Indien hij haar vertrouwt, zo zal
4 4, 22| 22 Indien hij zou afdwalen, zo zal
5 5, 14| 14 Indien gij verstand hebt, zo antwoord
6 5, 14| antwoord uw naasten; en indien niet, zo zij uw hand op
7 6, 12| 12 Indien gij vernederd wordt, zo
8 6, 33| 33 Indien gij zult willen, mijn kind,
9 6, 33| gij onderwezen worden, en indien gij uw ziel daartoe begeeft,
10 6, 34| 34 Indien gij liefde zult hebben om
11 6, 34| gij verstand krijgen, en indien gij uw oor zult neigen,
12 6, 36| 36 Indien gij een verstandig man ziet,
13 8, 15| machtiger is dan gij, en indien gij hem wat geleend zult
14 8, 16| borg boven uw vermogen, en indien gij borg geworden zijt,
15 9, 17| 17 En indien gij tot hem komt zo vergrijp
16 11, 10| niet met vele dingen, want indien gij veel aanneemt, gij zult
17 11, 10| niet onschuldig zijn; en indien gij ze najaagt, zo zult
18 12, 1 | 1 INDIEN gij weldoet, zo weet aan
19 12, 11| 11 Indien hij zou vernederd worden,
20 12, 14| in een gerechte staat, en indien gij zoudt uitwijken, zo
21 12, 16| zijn ogen zal hij wenen, en indien hij gelegen tijd zal vinden,
22 12, 17| 17 Indien u iets kwaads zou ontmoeten,
23 13, 5 | 5 Indien gij hem kunt bevorderlijk
24 13, 5 | u te werk stel len, maar indien gij verachtert, zal hij
25 13, 6 | 6 Indien gij wat zult hebben, zo
26 13, 28| men zegt: Wie is deze? en indien hij aanstoot, men zal hem
27 14, 7 | 7 Indien hij wel doet, hij doet het
28 15, 15| 15 En heeft gezegd: Indien gij wilt, gij zult de geboden
29 16, 1 | niet over goddeloze zonen; indien zij vermenigvuldigen verheug
30 16, 11| ontfermende, slaande, genezende; indien dan een hardnekkige zou
31 18, 31| 31 Indien gij uw zielen toereikt de
32 19, 8 | het leven van anderen, en indien het u geen zonde is, zo
33 19, 19| behaagt zal ik niet doen, indien hij het daarna doet, ver
34 19, 25| aangezicht, en maakt de dove; indien gij hem niet gewaar wordt,
35 19, 26| 26 En indien hij bij gebrek van sterkte
36 19, 26| zal hij toch kwaad doen indien hij gelegener tijd vindt.~
37 21, 2 | gelijk voor een slang, want indien gij tot haar naakt, zo zal
38 21, 17| 17 Indien de verstandige een wijs
39 22, 25| 25 Indien gij het zwaard getrokken
40 22, 26| 26 Indien gij de mond tegen uw vriend
41 23, 11| 11 Indien hij mishandelt, zijn zonde
42 23, 11| zijn zonde is op hem, en indien hij het niet acht, zo zondigt
43 25, 26| schande is bij een vrouw, indien zij haar man toereikt dat
44 26, 12| oog, en verwonder u niet, indien zij verkeerd tegen u zou
45 26, 31| laatste armoe gaat lijden; en indien verstandige mannen als drek
46 27, 3 | 3 Indien iemand zich niet naarstig
47 27, 8 | 8 Indien gij hetgeen recht is najaagt,
48 27, 18| 18 Maar indien gij zijn heimelijke zaken
49 28, 13| 13 Indien gij in een vonk blaast,
50 28, 13| zo zal zij branden, maar indien gij daarop spuwt, zo zal
51 29, 7 | 7 En indien hij het vermag te geven,
52 29, 8 | 8 Maar indien niet, zo berooft hij hem
53 31, 30| mensen gelijk het leven; indien gij deze matig drinkt.~
54 32, 8 | is, en zulks nauwe lijks, indien gij tweemaal gevraagd wordt.~
55 33, 29| 29 Indien hij niet gehoorzaam is,
56 33, 31| 31 Indien gij hem onrechtvaardig zoudt
57 34, 6 | 6 Indien ze door de Allerhoogste
58 35, 15| verachten, noch de weduwe indien zij haar klaag rede tot
59 37, 13| gezind is gelijk gij, en indien gij zoudt komen te struikelen,
60 39, 8 | 8 Indien die grote Here wil, zo zal
61 39, 15| 15 Indien hij in het leven blijft,
62 39, 15| dan duizend anderen; en indien hij komt te rusten, zo verkrijgt
63 41, 12| 12 Want indien gij vermenigvuldigt, het
64 41, 12| het is tot verderfenis, en indien gij geboren wordt, zo wordt
65 41, 12| tot een vloek geboren, en indien gij sterft, zo wordt gij
66 42, 8 | 8 Indien gij wat overgeeft, doe het
67 50, 29| 29 Want indien hij ze doet, zal hij tot
|