Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
middelmatig 1
middelmatige 1
midden 16
mij 63
mijn 93
mijner 3
mijns 2
Frequency    [«  »]
65 hebben
63 daar
63 leven
63 mij
63 ziel
62 al
61 deze

Het boek Ecclesiasticus

IntraText - Concordances

mij

   Chapter, Verse
1 3, 1 | 1 MIJN kinderen hoort mij uw vader en doet alzo, opdat 2 5, 1 | rijkdom, en zeg niet, hij is mij genoegzaam om te leven.~ 3 5, 3 | 3 Zeg niet: Wie zal mij onder zijn macht brengen 4 5, 4 | gezondigd, en welk leed is mij geschied? want de Here is 5 11, 25| heb is veel, en wat zal mij voortaan in dit leven voor 6 15, 12| 12 Zeg niet, hij heeft mij gemaakt, want hij heeft 7 15, 15| geloof om te doen hetgeen mij behaagt.~ 8 16, 16| 16 Zeg niet: Ik zal mij voor de Here verbergen, 9 16, 16| verbergen, en wie zal aan mij gedenken uit de hoogte?~ 10 16, 17| een groot volk zal men aan mij niet gedenken, want wat 11 16, 24| 24 Hoor mij, mijn kind en leer wetenschap, 12 20, 16| eten spreken kwalijk van mij.~ 13 22, 30| vriend te beschermen zal ik mij niet schamen, en voor zijn 14 22, 30| voor zijn aangezicht zal ik mij niet verbergen, zelfs zo 15 22, 30| niet verbergen, zelfs zo mij iets kwaads overkomt om 16 22, 31| 31 Wie zal mij een wacht aan mijn mond 17 22, 31| vanwege mijn tong, en zij mij niet verderve?~ ~ ~ 18 23, 1 | des gansen levens, verlaat mij niet in hun raad, en laat 19 23, 1 | niet in hun raad, en laat mij niet vallen onder hen.~ 20 23, 3 | niet valle voor degenen die mij tegen zijn, en mijn vijand 21 23, 3 | zijn, en mijn vijand over mij verblijd worde, van welke 22 23, 4 | en God mijns levens, geef mij geen verheffing der ogen, 23 23, 5 | 5 Weer van mij af ijdele hoop en begeerte, 24 23, 5 | altijd wil dienen; laat mij de begeerte des buiks, en 25 23, 5 | slaap niet innemen, en geef mij, uw knecht, niet over aan 26 23, 23| zegt bij zichzelf: Wie ziet mij?~ 27 23, 24| 24 Duisternis is rondom mij, en de muren bedekken mij, 28 23, 24| mij, en de muren bedekken mij, en niemand ziet mij, wat 29 23, 24| bedekken mij, en niemand ziet mij, wat vrees ik? De Allerhoogste 30 24, 8 | 8 Toen beval mij de schepper aller dingen, 31 24, 8 | schepper aller dingen, en die mij geschapen heeft, deed mijn 32 24, 10| van den beginne heeft hij mij geschapen, en tot in eeuwigheid 33 24, 11| geheiligde stad heeft hij mij insgelijks doen rusten, 34 24, 16| Ik heb een goede reuk van mij gegeven, gelijk als kaneel 35 24, 21| eeuwigblijvende dingen, namelijk die mij van hem toegezegd worden.~ 36 24, 22| 22 Komt herwaarts tot mij, gij die mij begeert, en 37 24, 22| herwaarts tot mij, gij die mij begeert, en verzadigt u 38 24, 24| 24 Die mij eten, zullen niet hongeren, 39 24, 24| zullen niet hongeren, en die mij drinken, zullen niet dorsten.~ 40 24, 25| 25 Die naar mij luistert zal nimmermeer 41 24, 25| beschaamd worden, en die naar mij arbeiden zullen niet zondigen.~ 42 24, 35| ziet de gedolven gracht is mij geworden tot een rivier, 43 24, 38| gij dan, dat ik niet voor mij alleen heb gearbeid, maar 44 26, 30| geworden, en over het derde is mij gramschap aangekomen:~ 45 29, 30| en zo gij wat hebt, spijs mij.~ 46 29, 31| nodig, mijn broeder is bij mij geherbergd.~ 47 31, 24| 24 Hoor mij, mijn kind, en veracht mij 48 31, 24| mij, mijn kind, en veracht mij niet, en gij zult ten laatste 49 33, 17| 17 Merkt dat ik niet voor mij alleen heb gearbeid, maar 50 38, 23| zo zal ook het uwe zijn; mij gisteren en u heden.~ 51 39, 17| 17 Gij heiligen hoort mij, en spruit uit gelijk een 52 51, 2 | belijd uw naam, dat gij mij een beschermer en helper 53 51, 3 | tegen degenen die zich tegen mij stelden, zijt gij mij een 54 51, 3 | tegen mij stelden, zijt gij mij een helper geweest.~ 55 51, 4 | 4 Gij hebt mij verlost naar de menigte 56 51, 4 | tanden die bereid waren om mij te verslinden;~ 57 51, 9 | 9 Zij hadden mij van alle zijden omzet, en 58 51, 13| mijns Heren aan, dat hij mij niet wilde verlaten in de 59 51, 15| verlost uit het verderf, en mij getrokken uit de boze tijd.~ 60 51, 23| 23 Degene die mij wijsheid geeft, die zal 61 51, 25| haar zeer gestreden, en in mij honger verwekt hebbende, 62 51, 30| 30 De Here heeft mij een tong gegeven tot mijn 63 51, 31| 31 Gemaakt tot mij, gij die niet onderwezen


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License