Chapter, Verse
1 3, 28| worden met moeite, en de zon daar zal zonden, op zonden ophopen.~
2 3, 29| hovaardigen gebracht wordt, zo is daar geen genezing; zijn aanslagen
3 4, 25| 25 Want daar is een beschaamdheid, die
4 4, 25| die zonde aanbrengt, en daar is een beschaamdheid, die
5 6, 8 | 8 Want daar is menig vriend in zijn
6 6, 10| 10 Daar is ook menig vriend om tafelgenoot
7 6, 15| 15 Daar is geen verwisseling tegen
8 6, 15| een getrouwe vriend, en daar is geen gewicht zijner schoonheid.~
9 7, 11| bitterheid zijner ziel is, want daar is een die vernedert en
10 8, 19| ogen, en waar geen hulp is, daar zal hij u ter neder werpen.~
11 10, 9 | 9 Daar is voorwaar niets onrechtvaardiger
12 14, 6 | 6 Daar is geen bozer mens dan die
13 18, 2 | alleen rechtvaardig, en daar is geen ander dan hij; hij
14 18, 29| betrouwen op de Here alleen, daar het dode hart hangt aan
15 18, 33| gelagen van ontleend geld, daar gij niets hebt in de beurs,
16 19, 20| boosheid is geen wijsheid, en daar is geen kloekheid waar de
17 19, 21| 21 Daar is boosheid en die is een
18 19, 21| en die is een gruwel, en daar is een onverstandige, die
19 19, 23| 23 Daar is een vlijtige arglistigheid,
20 19, 29| 29 Daar is een bestraffing die ontijdig
21 19, 29| bestraffing die ontijdig is, en daar is een die zwijgt, en hij
22 20, 9 | 9 Daar is menige gave die u niet
23 20, 9 | bevorderlijk zal zijn, en daar is menige gave die tweevoudige
24 21, 1 | hebt gij gezondigd, doe daar geen zonde meer bij, en
25 21, 17| prijst hij dat, en doet daar nog toe.~
26 21, 31| ook zou mogen gaan wonen, daar zal hij gehaat worden.~ ~
27 22, 23| in een oog steekt, brengt daar tranen uit, en die in het
28 22, 25| vriend, zo wanhoop niet, want daar is wederkering.~
29 22, 26| hebt, zo vrees niet, want daar is verzoening, behalve in
30 24, 26| Almachtige Here is alleen God, en daar is geen Zaligmaker benevens
31 25, 19| 19 Daar is geen hoofd boven het
32 25, 19| het hoofd der slang, en daar is geen gramschap boven
33 26, 15| is een gave des Heren, en daar is niets waartegen men een
34 26, 16| is genade op genade, en daar is geen ding van zulk gewicht
35 27, 30| zijn gruwelen, en een zon daar zal daarmee bevangen worden.~ ~
36 29, 28| waar gij bij wonen zult, daar zult gij de mond niet durven
37 30, 16| 16 Daar is geen rijkdom beter dan
38 30, 16| gezondheid des lichaams, en daar is geen vreugde boven blijdschap
39 31, 13| 13 En zeg niet: Daar is veel opgezet.~
40 31, 16| 16 Steek uw hand niet uit daar hij heenziet, en wrijf ze
41 32, 5 | Waar men toeluistert, giet daar uw rede niet uit, en zijt
42 36, 5 | gelijkerwijs ook wij u kennen, want daar is geen God behalve gij,
43 36, 12| der volken, die zeggen: Daar is niemand behalve wij.~
44 36, 27| 27 Waar geen heining is, daar wordt hetgeen men bezit
45 36, 27| en waar geen vrouw is, daar zal de man zuchten en dwalen.~
46 37, 20| 20 Daar is menig arglistig man,
47 37, 21| 21 Daar is menigeen die wijsheid
48 38, 13| 13 Daar is mischien een tijd, dat
49 38, 38| gebouwd worden, en men zal daar niet in wonen noch wandelen,
50 39, 22| welbehagen is in zijn gebod, en daar is niemand die verminderen
51 39, 23| voor zijn aangezicht, en daar kan niets verborgen worden
52 39, 24| eeuw ziet hij daarop, en daar is niets te wonderlijk voor
53 39, 32| 32 Daar zijn de geesten die tot
54 40, 26| 26 Daar is in de vreze des Heren
55 42, 7 | waar veel handen zijn sluit daar toe.~
56 42, 25| gedachte gaat hem voorbij; daar is voor hem ook niet een
57 43, 27| 27 Want daar zijn ongelofelijke en wonderlijke
58 43, 35| 35 Daar zijn nog vele verborgen
59 44, 20| van menigte der volken, en daar is niemand gevonden hem
60 48, 17| 17 En daar bleef een klein volk over,
61 49, 17| 17 En daar is geen man geweest als
62 51, 9 | van alle zijden omzet, en daar was geen helper; ik zag
63 51, 9 | bijstand der mensen, en daar was geen.~
|