Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
zeven 2
zevende 1
zevenvoudig 4
zich 61
zichzelf 19
zie 7
ziek 2
Frequency    [«  »]
62 al
61 deze
61 wijsheid
61 zich
61 zullen
60 heb
60 hen

Het boek Ecclesiasticus

IntraText - Concordances

zich

   Chapter, Verse
1 3, 5 | Wie zijn vader eert, zal zich over zijn kinderen verheugen, 2 4, 13| heeft het leven lief, en die zich vroeg opmaken tot haar, 3 6, 12| hij tegen u zijn, en zal zich van uw aangezicht verbergen.~ 4 6, 17| de Here vreest, gedraagt zich recht in zijn vriendschap; 5 8, 6 | 6 Verwijt geen mens die zich van zonde afkeert; gedenk 6 10, 8 | zijn; wat verhovaardigt zich toch aarde en as?~ 7 11, 11| moeite doet, en arbeidt, en zich haast, en heeft toch des 8 11, 13| schouwende, verwonderen zich over hem.~ 9 12, 13| 13 Wie zal zich ontfermen over een bezweerder, 10 12, 13| zo gaat het met hem die zich ophoudt bij een zondaar, 11 12, 13| ophoudt bij een zondaar, en zich vermengt in zijn zonden.~ 12 12, 17| eerder vinden dan uzelf, en zich stellende als een mens die 13 13, 11| Als u een machtig heer tot zich nodigt, zo maak u ter zijde, 14 13, 11| te meer en te vaker tot zich noden.~ 15 13, 19| 19 Alle vlees vergadert zich naar zijn geslacht, en een 16 14, 5 | goed zijn? zelfs zal hij zich niet verheugen in zijn goederen.~ 17 15, 4 | niet wankelen, en hij zal zich aan haar houden, en niet 18 16, 10| 10 Hij ontfermde zich niet over het volk des verderfs, 19 17, 18| weder te keren, en heeft tot zich geroepen die de lijdzaamheid 20 17, 25| verzoening voor degenen die zich heilig tot hem bekeren.~ 21 18, 14| 14 Hij ontfermt zich over degenen, die onderwijzing 22 18, 14| onderwijzing aannemen, en die zich zeer haasten tot zijn oordelen.~ 23 19, 5 | 5 Wie zich verheugt in het kwaaddoen, 24 21, 7 | Here vreest, die bekeert zich van harte.~ 25 21, 27| een voorzichtige bezwaart zich over deze on eer.~ 26 22, 7 | verachting en ongeschiktheid zich beroemen, die bevlekken 27 22, 30| iegelijk die het hoort zal zich voor hem wachten.~ 28 23, 7 | schimper en hovaardige zullen zich daaraan stoten.~ 29 24, 1 | van haar volk beroemt zij zich.~ 30 24, 2 | Allerhoogsten, en beroemt zich in tegenwoordigheid van 31 25, 2 | en wanneer man en vrouw zich tezamen verdragen.~ 32 26, 11| ruimte vindt, deze voor zich gebruikt.~ 33 26, 13| nabij is drinkt, zo zal zij zich tegenover elke paal nederzetten 34 27, 3 | 3 Indien iemand zich niet naarstig aan de vreze 35 27, 24| zoet spreken, en hij zal zich over uw woorden verwonderen, 36 27, 30| 30 Die zich verheugen in de val der 37 29, 10| vanwege zulke boosheid, wenden zich van de mens af, en vrezen 38 30, 4 | ware, want hij heeft achter zich gelaten een die hem gelijk 39 30, 6 | heeft een nagelaten, die zich aan de vijanden wreken zal, 40 31, 3 | 3 De rijke bemoeit zich met veel geld te vergaderen, 41 31, 3 | hij rust heeft, vult hij zich op met zijn lekkernijen.~ 42 32, 15| onderwijzing aannemen, en die zich vroeg tot Hem maken, zullen 43 35, 14| aangezicht desgenen die zich tegen de arme stelt niet 44 37, 10| Uw weg is goed, en stelle zich tegenover u om te zien hetgeen 45 37, 19| soorten van dingen vertonen zich: namelijk het goede, het 46 39, 3 | der spreuken oefent hij zich.~ 47 39, 15| zo verkrijgt hij die voor zich.~ 48 39, 35| zijn bevel verheugen zij zich,~ 49 40, 10| wat van water is, wendt zich weder naar de zee.~ 50 40, 17| Het leven desgenen, die zich genoegen laat, en des arbeiders, 51 40, 21| 21 Het oog verlustigt zich in hetgeen dat aangenaam 52 40, 30| die onderwezen is, wacht zich daarvan.~ 53 41, 20| 20 Dat men zich dan ontzie voor, mijn woord, 54 43, 19| gelijk de sprinkhanen, die zich neder zetten op enig land.~ 55 43, 22| ijs bevriest, zo zet hij zich op alle vergadering van 56 45, 29| 29 En gestaan had als zich het volk had afgekeerd, 57 48, 16| al deze dingen bekeerde zich het volk niet, en stond 58 49, 3 | 3 Hij heeft zich recht gedragen in de bekering 59 50, 28| 28 Zalig is hij, die zich in deze dingen. oefenen 60 51, 3 | oefenen; en tegen degenen die zich tegen mij stelden, zijt 61 51, 37| 37 Uw ziel verheuge zich over de barmhartigheid des


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License