Chapter, Verse
1 1, 26| geboden, en de Here zal u deze verlenen,~
2 2, 2 | haast niet in de tijd, als deze over u gebracht wordt.~
3 3, 32| weldaden vergeldt, gedenkt aan deze in het toekomende, en hij
4 9, 9 | verleid geworden, en uit deze wordt de liefde als een
5 10, 2 | stad is, zo zijn allen die deze bewonen.~
6 10, 10| 10 Want deze biedt ook zijn eigen ziel
7 10, 10| want zijn ingewanden werpen deze weg, terwijl hij nog leeft.~
8 13, 3 | pot met een ketel hebben? deze zal daaraan stoten, en de
9 13, 16| 16 Als gij deze dingen hoort, zo waak zelfs
10 13, 28| spreekt, en men zegt: Wie is deze? en indien hij aanstoot,
11 16, 6 | sterker dingen gehoord dan deze.~
12 16, 20| 20 En het hart overdenkt deze dingen niet behoorlijk.~
13 16, 23| klein geworden is overlegt deze dingen, maar een dwaas man,
14 16, 29| 29 En na deze heeft de Here op aarde gezien,
15 18, 26| verandert de tijd, en al deze dingen zijn haastig voor
16 21, 27| voorzichtige bezwaart zich over deze on eer.~
17 22, 26| bedriegelijke verwonding, want om deze dingen vliedt een iegelijk
18 23, 14| 14 Want al deze dingen zullen verre zijn
19 23, 28| 28 Deze zal op de straten der stad
20 23, 31| 31 Deze zal in de gemeente uitgestoten
21 24, 7 | 7 Bij deze allen heb ik rust gezocht,
22 24, 21| geef met al mijn kinderen deze eeuwigblijvende dingen,
23 24, 26| 26 Al deze dingen leert het boek des
24 26, 6 | tegen iemand opgemaakt, al deze zijn bezwaarlijker dan de
25 26, 11| wanneer zij ruimte vindt, deze voor zich gebruikt.~
26 26, 29| ieders mensen ziel, die deze in zeden gelijk is, zal
27 29, 32| 32 Deze dingen zijn zwaar voor een
28 31, 2 | 2 Deze wakende bekommernis vereist
29 31, 5 | zijn verderving najaagt, deze zal daarvan verzadigd worden.~
30 31, 9 | 9 Wie is deze? en wij zullen hem zalig
31 31, 12| zit, zo doe uw keel over deze niet wijd open;~
32 31, 30| gelijk het leven; indien gij deze matig drinkt.~
33 33, 9 | 9 Van deze heeft hij sommige verhoogd
34 34, 12| geweest tot de dood toe, en om deze dingen behouden.~
35 35, 5 | 5 Want al deze dingen moet men doen vanwege
36 37, 13| 13 Acht op deze niet in een van al uw beraadslagingen,
37 37, 16| 16 En in alle deze bid de Allerhoogste, opdat
38 37, 21| woorden en is hatelijk; deze ontbreekt het aan alle wijsheid.~
39 38, 7 | 7 Door deze heelt hij de mens en neemt
40 38, 27| 27 Deze zal zijn hart begeven om
41 38, 33| 33 Deze begeeft zijn hart om zijn
42 38, 37| 37 Alle deze vertrouwen op hun handen,
43 39, 1 | 1 DEZE onderzoekt de wijsheid aller
44 39, 20| zeggen: Wat is dit? want al deze dingen zullen op hun tijd
45 39, 31| 31 Alle deze gelijk ze de godvrezende
46 39, 33| de honger, en de dood; al deze dingen zijn tot wraak geschapen.~
47 39, 37| bevestigd geworden, en heb deze dingen overdacht en in geschrift
48 40, 8 | over de zondaars komt tot deze dingen zevenvoudig meer.~
49 40, 9 | verplettering, en van de gesel; deze dingen alle zijn tegen de
50 42, 1 | 1 SCHAAM u niet vanwege deze navolgende dingen, en neem
51 42, 29| 29 Al deze dingen leven en blijven
52 43, 24| haastige genezing van al deze dingen is de nevel, de dauw
53 43, 35| verborgen dingen meer dan deze; wij hebben van zijn werken
54 44, 8 | 8 Al deze zijn onder hun geslachten
55 45, 6 | levens en der wetenschap; deze heeft Jakob het verbond
56 45, 16| 16 En niemand deed ooit deze klederen aan, die uit een
57 46, 10| 10 En deze twee zijn behouden geweest,
58 47, 1 | 1 NA deze stond Nathan, de profeet,
59 48, 16| 16 Door al deze dingen bekeerde zich het
60 50, 28| Zalig is hij, die zich in deze dingen. oefenen zal, en
61 51, 30| gegeven tot mijn loon, en met deze zal ik hem prijzen.~
|