Chapter, Verse
1 1, 15| Here vrezen, en zij maakt hen dronken van haar vruchten.~
2 7, 28| 28 Gedenk dat gij door hen voortgebracht zijt, en wat
3 8, 10| 10 Want van hen zult gij onderwijzing leren,
4 8, 12| 12 Want van hen zult gij verstand leren,
5 10, 15| Here zeldzame straffen over hen gebracht, en heeft hen eindelijk
6 10, 15| over hen gebracht, en heeft hen eindelijk omgekeerd.~
7 16, 1 | vermenigvuldigen verheug u over hen niet, zo de vreze des Heren
8 16, 1 | zo de vreze des Heren bij hen niet is.~
9 17, 3 | 3 Hij heeft hen bekleed met sterkte, naar
10 17, 3 | hun gelegenheid, en heeft hen naar zijn evenbeeld gemaakt.~
11 17, 6 | des verstands heeft hij hen vervuld, en hun hetgeen
12 17, 10| eeuwig verbond heeft hij met hen opgericht, en hun getoond
13 17, 11| zijner stem, en heeft tot hen gezegd:~
14 17, 16| maaksel kennende, heeft hen noch begeven noch verlaten,
15 17, 16| noch verlaten, maar heeft hen verschoond.~
16 17, 17| daarna zal hij opstaan en hen weder vergelden, en hun
17 18, 10| de Here lankmoedig over hen, en giet zijn barmhartigheid
18 18, 10| giet zijn barmhartigheid op hen uit.~
19 23, 1 | laat mij niet vallen onder hen.~
20 23, 17| niet te eniger tijd bij hen wordt vergeten, en door
21 27, 29| verwijten, en de wraak loert op hen gelijk een leeuw.~
22 27, 30| gevangen worden, en smart zal hen verteren voor hun dood;
23 28, 15| velen bewogen, en heeft hen van het ene volk in het
24 28, 26| zullen in haar vallen en in hen zal zij worden ontstoken,
25 28, 27| 27 Zij zal over hen gezonden worden als een
26 29, 4 | de genen moeite aan, die hen geholpen hebben.~
27 29, 18| Vergeet de weldaden niet van hen, die voor u borg geworden
28 29, 21| welgesteld waren, en heeft hen bewogen gelijk een golf
29 32, 1 | verhef u niet, maar wees bij hen als een van henlieden.~
30 32, 2 | 2 Bezorg hen, en zet u zo neder.~
31 33, 9 | verhoogd en geheiligd, en uit hen sommige gesteld tot het
32 33, 11| 11 Evenwel heeft hen de Here door zijn grote
33 33, 12| 12 Enigen uit hen heeft hij gezegend en verhoogd,
34 33, 12| verhoogd, en enigen uit hen heeft hij geheiligd, en
35 33, 12| doen naderen, enigen uit hen heeft hij vervloekt en vernederd
36 33, 14| hem gemaakt heeft, dat hij hen vergelde naar zijn oordeel.~
37 34, 14| hun hoop is op hem, die hen behouden heeft.~
38 34, 22| het leven der armen, wie hen daarvan berooft, is een
39 35, 19| niet lankmoedig zijn over hen, totdat hij de lendenen
40 35, 22| recht van zijn volk, en hen doen verheugen in zijn barmhartigheid.~
41 36, 4 | gemaakt moogt worden in hen.~
42 36, 13| stammen Jakobs, en stel hen in hun erfdeel, gelijk van
43 38, 38| 38 Zonder hen zal geen stad gebouwd worden,
44 38, 40| Wijze spreuken worden bij hen niet gevonden, maar zij
45 39, 2 | kloeke spreuken gaat hij met hen om.~
46 44, 2 | 2 De Here heeft door hen voor zijn majesteit veel
47 44, 9 | 9 Enigen zijn er onder hen, die een naam nagelaten
48 44, 10| desgelijks hun kinderen na hen.~
49 44, 13| verbonden, en hun kinderen na hen.~
50 45, 24| 24 Hij heeft aan hen wonderen gedaan, en heeft
51 45, 24| wonderen gedaan, en heeft hen verteerd door het vlammig
52 46, 2 | aan de vijanden die tegen hen opstonden, en om Israël
53 46, 7 | volken, en in het afkomen tot hen vernielde hij die tegenstonden.~
54 46, 10| zeshonderdduizend te voet, om hen te brengen in het erfdeel,
55 47, 28| totdat de toorn en wraak over hen zouden komen.~ ~
56 48, 2 | 2 Welke over hen bracht een zware honger,
57 48, 23| heilige uit de hemel verhoorde hen, en verloste hen door de
58 48, 23| verhoorde hen, en verloste hen door de hand van Jesaja.~
59 48, 24| en zijn engel vermorzelde hen.~
60 51, 11| lijdzaam verbeiden uithelpt, en hen verlost uit de hand der
|