Chapter, Verse
1 5, 4 | 4 Zeg niet: Ik heb gezondigd, en welk leed
2 6, 6 | met u in vrede leven, doch heb maar een van duizenden die
3 7, 22| 22 Hebt gij vee, zo heb opzicht daarop, en zo het
4 7, 29| zijn priesters in waarde; heb uit geheel uw kracht lief
5 9, 15| 15 Heb geen welbehagen aan dat,
6 11, 2 | vanwege zijn schoonheid, en heb geen gruwel aan iemand,
7 11, 19| 19 Wanneer hij zegt: Ik heb rust gevonden, nu zal ik
8 11, 24| 24 Zeg niet: Wat heb ik van node te behagen,
9 11, 25| 25 Zeg niet: Ik heb genoeg, en hetgeen ik heb
10 11, 25| heb genoeg, en hetgeen ik heb is veel, en wat zal mij
11 13, 2 | op, die u te zwaar is, en heb geen gemeenschap met degene,
12 20, 16| Een dwaas zal zeggen: Ik heb geen vriend; ik heb geen
13 20, 16| Ik heb geen vriend; ik heb geen dank voor mijn weldaden;
14 24, 3 | uitgegaan, en gelijk een nevel heb ik de aarde bedekt.~
15 24, 4 | 4 Ik heb mijn tent in de hoogste
16 24, 5 | 5 Ik alleen heb de rondte des hemels omgegaan,
17 24, 5 | des hemels omgegaan, en heb in de diepte der afgronden
18 24, 6 | bij alle volken en natiën heb ik bezittingen.~
19 24, 7 | 7 Bij deze allen heb ik rust gezocht, om in iemands
20 24, 10| in een heilige tabernakel heb ik in zijn tegenwoordigheid
21 24, 16| 16 Ik heb een goede reuk van mij gegeven,
22 24, 18| 18 Ik heb mijn takken uitgestrekt
23 24, 19| 19 Ik heb, gelijk een wijnstok uitspruitende,
24 24, 34| 34 Ik heb gezegd: Ik zal mijn beste
25 24, 38| ik niet voor mij alleen heb gearbeid, maar voor al degenen
26 25, 9 | 9 Aan negen dingen heb ik gedacht, en ze zalig
27 25, 20| 20 Ik heb liever te wonen bij een
28 27, 17| 17 Heb uw vriend hartelijk lief
29 29, 24| aan naar uw vermogen, en heb acht op uzelf dat gij niet
30 29, 27| 27 Heb een welbehagen zo wel aan
31 29, 31| heerlijk aangezicht, ik heb het huis nodig, mijn broeder
32 30, 23| 23 Heb uw ziel lief, en troost
33 32, 10| en waar oude lieden zijn, heb niet veel gekakel.~
34 33, 16| des Heren bevorderd, en heb de wijnpers gevuld gelijk
35 33, 17| ik niet voor mij alleen heb gearbeid, maar voor al degenen,
36 34, 11| 11 Ik heb veel dingen gezien in mijn
37 35, 9 | 9 Heb een vrolijk aangezicht in
38 37, 1 | vriend zal wel zeggen: Ik heb ook vriendschap gehouden,
39 39, 16| vertellen hetgeen ik bedacht heb, want ik ben vervuld gelijk
40 39, 37| hierin bevestigd geworden, en heb deze dingen overdacht en
41 42, 18| Heren, en hetgeen ik gezien heb zal ik vertellen: in de
42 46, 21| Geld, ook tot schoenen toe, heb ik van niemand ontvangen;
43 51, 5 | verdrukkingen, die ik gehad heb;~
44 51, 12| 12 En heb van de aarde mijn ootmoedig
45 51, 17| was, eer dat ik dwaalde, heb ik de wijsheid openbaar
46 51, 18| 18 Voor de tempel heb ik om haar gebeden, en tot
47 51, 20| heengegaan; van mijn jeugd af heb ik haar nagespeurd.~
48 51, 21| oor een weinig geneigd, en heb haar aangenomen;~
49 51, 22| 22 En heb voor mijzelf veel onderwijzing
50 51, 24| 24 Want ik heb gedacht om haar in het werk
51 51, 25| honger verwekt hebbende, heb ik haar naarstig doorzocht.~
52 51, 26| 26 Ik heb mijn handen uitgerekt tot
53 51, 27| 27 Ik heb mijn ziel naar haar gericht,
54 51, 27| gericht, en in reiniging heb ik haar gevonden.~
55 51, 28| 28 Ik heb van het begin af tot haar
56 51, 29| om haar te zoeken, daarom heb ik een goede bezitting verkregen.~
57 51, 33| 33 Ik heb mijn mond geopend en heb
58 51, 33| heb mijn mond geopend en heb gesproken, koopt u wijsheid
59 51, 35| dat ik weinig moeite gehad heb, en heb voor mijzelf veel
60 51, 35| weinig moeite gehad heb, en heb voor mijzelf veel rust gevonden.~
|