Chapter, Verse
1 1, 6 | en wie heeft haar kloeke werken gekend?~
2 1, 9 | uitgegoten over al zijn werken; zij is bij alle vlees naar
3 3, 8 | Eer uw vader en moeder met werken en woorden,~
4 3, 19| 19 Mijn kind, voer uw werken uit met zachtmoedigheid,
5 4, 34| tong, en lui en slap in uw werken.~
6 5, 3 | macht brengen vanwege mijn werken? want de Here zal zeker
7 10, 6 | doe niets door smadelijke werken.~
8 11, 4 | want wonderlijk zijn de werken des Heren en zijn werken
9 11, 4 | werken des Heren en zijn werken zijn de mensen verborgen.~
10 11, 15| liefde en wegen der goede werken zijn van hem.~
11 11, 21| 21 Verwonder u niet in de werken des zondaars, maar vertrouw
12 11, 27| mens te vergelden naar zijn werken.~
13 11, 28| is de ontdekking zijner werken.~
14 15, 19| zal kennis nemen van alle werken des mensen.~
15 16, 13| ieder oordelen naar zijn werken.~
16 16, 15| ieder zal vinden naar zijn werken. De Here heeft Faraö verhard,
17 16, 15| hem niet kende, opdat zijn werken zouden bekend worden bij
18 16, 21| en het meerderdeel zijner werken is voor ons verborgen.~
19 16, 22| 22 Wie zal de werken zijner gerechtigheid verkondigen,
20 16, 26| Heren oordeel zijn zijn werken van het begin en van dat
21 16, 27| 27 Hij heeft zijn werken versierd in eeuwigheid,
22 16, 27| niet be zweken van zijn werken, niet een heeft zijn naaste
23 17, 5 | is een uitlegging zijner werken.~
24 17, 7 | wonderen, opdat zij zijn werken verstandig zouden verhalen;~
25 17, 15| 15 Daarom zijn al hun werken voor hem gelijk als de zon,
26 18, 3 | heeft hij macht gegeven zijn werken te verkondigen en wie heeft
27 27, 10| op degenen, die boosheid werken.~
28 29, 23| die aanneming van zware werken najaagt, zal in het gericht
29 31, 25| 25 Zijt in al uw werken wakker, en geen krankheid
30 32, 23| Vertrouw uzelf in alle goede werken, want ook dat is een onderhouding
31 33, 15| ingelijks, aanschouw al de werken des Allerhoogsten, zij zijn
32 33, 22| 22 Maak, dat gij in al uw werken anderen te boven gaat, en
33 33, 25| 25 Doe hem werken door tuchtiging, en hij
34 35, 21| zijn handelingen, en de werken der mensen naar hun gedachten.~
35 38, 8 | mengt ze ondereen, en zijn werken hebben geen einde, en van
36 38, 26| en opgevoed wordt in de werken derzelve, en die van jonge
37 38, 33| begeeft zijn hart om zijn werken te voleinden, en waakt om
38 38, 40| is dat zij in hun kunst werken mogen.~
39 39, 19| Looft de Here over al zijn werken met gezang der lippen, en
40 39, 20| 20 De werken des Heren zijn alle zeer
41 39, 23| 23 De werken van alle vlees zijn voor
42 39, 38| 38 Al de werken des Heren zijn goed, en
43 42, 18| 18 Nu zal ik gedenken de werken des Heren, en hetgeen ik
44 42, 18| des Heren ziet men zijn werken.~
45 42, 26| 26 Hij heeft de heerlijke werken door zijn wijsheid versierd;
46 42, 28| Hoe waardig zijn al zijn werken om te begeren! en om aanschouwd
47 43, 4 | blaast een oven aan tot werken der hitte, maar de zon verhit
48 43, 27| ongelofelijke en wonderlijke werken; verscheidenheid van alle
49 43, 30| hij is groot boven al zijn werken.~
50 43, 35| deze; wij hebben van zijn werken weinig gezien.~
51 45, 14| heerlijke roem, machtige werken, verlustigingen der ogen,
52 47, 23| gans niet afgewend van zijn werken.~
53 48, 15| in zijn dood waren zijn werken wonderlijk.~
54 51, 10| barmhartigheid, Here, en aan uw werken van alle tijden.~
|