bold = Main text
Chapter, Verse grey = Comment text
1 1, 9| 9 En heeft haar uitgegoten
2 2, 9| 9 Gij die de Here vreest,
3 3, 9| 9 Opdat zegening van mensen
4 4, 9| 9 Verlos degene die onrecht
5 5, 9| 9 Want de toorn des Heren
6 6, 9| 9 Ook is er menig vriend die
7 7, 9| 9 Zeg niet: Hij zal op de
8 8, 9| 9 Veracht niet hetgeen door
9 9 | 9~ ~
10 9, 9| 9 Want door de schoonheid
11 10, 9| 9 Daar is voorwaar niets onrechtvaardiger
12 11, 9| 9 Twist niet om een zaak die
13 12, 9| 9 Betrouw uw vijand in der
14 13, 9| 9 Wacht u dat gij niet verleid
15 14, 9| 9 Het oog van de gierigaard
16 15, 9| 9 De lof in de mond des zondaars
17 16, 9| 9 Hij verschoonde die niet,
18 17, 9| 9 Hij heeft hun nog toegelegd
19 18, 9| 9 Gelijk een droppel water
20 19, 9| 9 Want hij heeft u gehoord
21 20, 9| 9 Daar is menige gave die
22 21, 9| 9 Wie zijn huis met geld van
23 22, 9| 9 Wie een dwaas wat vertelt,
24 23, 9| 9 Want gelijkerwijs een huisknecht,
25 24, 9| 9 In Jakob zult gij uw tent
26 25, 9| 9 Aan negen dingen heb ik
27 26, 9| 9 Een dronken vrouw, en die
28 27, 9| 9 Het gevogelte nestelt bij
29 28, 9| 9 Onthoud u van strijd, en
30 29, 9| 9 Hij betaalt hem met vloeken
31 30, 9| 9 Streel uw kind, en het zal
32 31, 9| 9 Wie is deze? en wij zullen
33 32, 9| 9 Maak uw rede kort, zeg met
34 33, 9| 9 Van deze heeft hij sommige
35 34, 9| 9 Een man, die gedwaald heeft,
36 35, 9| 9 Heb een vrolijk aangezicht
37 36, 9| 9 Neem de tegenpartijder weg,
38 37, 9| 9 Bewaar uw ziel voor de raadgever,
39 38, 9| 9 Mijn kind, in uw krankheid
40 39, 9| 9 Hij zal de woorden zijner
41 40, 9| 9 Dood en twist, en zwaard,
42 41, 9| 9 Het erfdeel van de kinderen
43 42, 9| 9 En schaam u niet dat gij
44 43, 9| 9 Zij is een vat hetwelk legerplaats
45 44, 9| 9 Enigen zijn er onder hen,
46 45, 9| 9 En heeft hem omgord met
47 46, 9| 9 En ten tijde van Mozes deed
48 47, 9| 9 In al wat hij deed gaf hij
49 48, 9| 9 Gij, die opgenomen zijt
50 49, 9| 9 Want zij hebben hem kwalijk
51 50, 9| 9 Gelijk een gouden vat, dat
52 51, 9| 9 Zij hadden mij van alle
|