bold = Main text
Chapter, Verse grey = Comment text
1 1, 7| 7 Eén is er wijs, zeer vreselijk,
2 2, 7| 7 Gij die de Here vreest,
3 3, 7| 7 Wie de Here vreest zal zijn
4 4, 7| 7 Maak u zelf lieftallig in
5 5, 7| 7 Want barmhartigheid en toorn
6 6, 7| 7 Zo gij een vriend wilt verkrijgen,
7 7 | 7~ ~
8 7, 7| 7 Zondig niet tegen de menigte
9 8, 7| 7 Onteer niemand in zijn ouderdom,
10 9, 7| 7 Zie niet om in de straten
11 10, 7| 7 Hovaardigheid is hatelijk
12 11, 7| 7 Berisp niet eer gij onderzocht
13 12, 7| 7 In voorspoed wordt de vriend
14 13, 7| 7 Heeft hij u nodig, zo zal
15 14, 7| 7 Indien hij wel doet, hij
16 15, 7| 7 Onverstandige mensen zullen
17 16, 7| 7 In de vergadering der zondaren
18 17, 7| 7 Hij heeft zijn ogen op hun
19 18, 7| 7 Wat is de mens? en waartoe
20 19, 7| 7 Herhaal een rede nimmermeer,
21 20, 7| 7 Hoe fraai is het, dat degene
22 21, 7| 7 Wie bestraffing haat, die
23 22, 7| 7 Kinderen, die in een goed
24 23, 7| 7 De zondaar zal in zijn onvoorzichtigheid
25 24, 7| 7 Bij deze allen heb ik rust
26 25, 7| 7 Hoe schoon staat de ouden
27 26, 7| 7 Maar een vrouw die op een
28 27, 7| 7 Prijs niemand eer hij spreekt,
29 28, 7| 7 Pleeg geen vijandschap tegen
30 29, 7| 7 En indien hij het vermag
31 30, 7| 7 Wie zijn zoon afstrijkt,
32 31, 7| 7 Het is een hout des aanstoots
33 32, 7| 7 Het gezang der muzikanten
34 33, 7| 7 Waarom overtreft de ene
35 34, 7| 7 Want de dromen hebben velen
36 35, 7| 7 Het slachtoffer eens rechtvaardigen
37 36, 7| 7 Verheerlijk uw hand en rechterarm,
38 37, 7| 7 Beraad u niet met hem die
39 38, 7| 7 Door deze heelt hij de mens
40 39, 7| 7 En doet zijn mond open tot
41 40, 7| 7 Hij wordt ontroerd door
42 41, 7| 7 Of gij tien, of honderd,
43 42, 7| 7 Bij een boze vrouw is verzegelen
44 43, 7| 7 Van de maan heeft men een
45 44, 7| 7 Rijke mannen, voorzien met
46 45, 7| 7 Aäron, zijn broeder, uit
47 46, 7| 7 Hij brak uit met oorlog
48 47, 7| 7 Zodat het hem verheerlijkte
49 48, 7| 7 Gij, die op Sinaï gehoord
50 49, 7| 7 Daarom heeft hij hun troon
51 50, 7| 7 Gelijk de zon uitschijnende
52 51, 7| 7 Uit de diepte des buiks,
|