bold = Main text
Chapter, Verse grey = Comment text
1 1, 5| 5 Het woord Gods, die in de
2 2, 5| 5 Want in het vuur wordt het
3 3, 5| 5 Wie zijn vader eert, zal
4 4, 5| 5 Van de behoeftige keer uw
5 5 | 5~ ~
6 5, 5| 5 Wees niet zonder vrees vanwege
7 6, 5| 5 Een zoete keel vermenigvuldigt
8 7, 5| 5 Rechtvaardig u niet voor
9 8, 5| 5 Scherts niet met een ongeschikte,
10 9, 5| 5 Aanschouw een maagd niet
11 10, 5| 5 In de hand des Heren is
12 11, 5| 5 Vele koningen hebben op
13 12, 5| 5 Doe de nederige goed, en
14 13, 5| 5 Indien gij hem kunt bevorderlijk
15 14, 5| 5 Die tegen zichzelf kwaad
16 15, 5| 5 En zij zal hem verhogen
17 16, 5| 5 Want van een verstandige
18 17, 5| 5 En voor het zesde heeft
19 18, 5| 5 De wonderen des Heren zijn
20 19, 5| 5 Wie zich verheugt in het
21 20, 5| 5 Een wijs mens zal zwijgen
22 21, 5| 5 Slagen en smaadheid verwoesten
23 22, 5| 5 Een stoute dochter maakt
24 23, 5| 5 Weer van mij af ijdele hoop
25 24, 5| 5 Ik alleen heb de rondte
26 25, 5| 5 In uw jeugd hebt gij niet
27 26, 5| 5 Drie dingen ontziet mijn
28 27, 5| 5 De oven proeft de vaten
29 28, 5| 5 Hij, vlees zijnde, behoudt
30 29, 5| 5 Zolang als hij ontvangt,
31 30, 5| 5 In zijn leven zag hij hem,
32 31, 5| 5 Wie goud liefheeft die zal
33 32, 5| 5 Waar men toeluistert, giet
34 33, 5| 5 Het binnenste van de zot
35 34, 5| 5 Waarzeggerij en vogelgeschrei,
36 35, 5| 5 Want al deze dingen moet
37 36, 5| 5 Dat zij u mogen kennen gelijkerwijs
38 37, 5| 5 Een metgezel arbeidt met
39 38, 5| 5 Is het water niet zoet geworden
40 39, 5| 5 Het land van vreemde volken
41 40, 5| 5 Hij bekomt gramschap en
42 41, 5| 5 Vrees het oordeel des doods
43 42, 5| 5 Noch dat gij aan de kooplieden
44 43, 5| 5 De Here is groot, die ze
45 44, 5| 5 Leiders van het volk in
46 45, 5| 5 Hij heeft hem zijn stem
47 46, 5| 5 En is de zon niet door zijn
48 47, 5| 5 Toen hij zijn hand ophief
49 48, 5| 5 Gij, die een dode uit de
50 49, 5| 5 Uitgezonderd David en Hiskia,
51 50, 5| 5 Gij hebt de stad sterk gemaakt
52 51, 5| 5 Uit de hand dergenen die
|