Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
37 7
38 6
39 3
4 52
40 3
41 2
42 1
Frequency    [«  »]
52 18
52 2
52 3
52 4
52 5
52 6
52 7

Het boek Ecclesiasticus

IntraText - Concordances

4

                               bold = Main text
   Chapter, Verse              grey = Comment text
1 1, 4| 4 De wijsheid is eer dan alle 2 2, 4| 4 Neem gaarne aan al wat u 3 3, 4| 4 En wie zijn moeder eert, 4 4 | 4~ ~ 5 4, 4| 4 Weiger de verdrukte niet 6 5, 4| 4 Zeg niet: Ik heb gezondigd, 7 6, 4| 4 Een boze ziel zal verderven 8 7, 4| 4 Begeer van de Here geen 9 8, 4| 4 Strijd niet met een klapachtig 10 9, 4| 4 Ga niet om met een snarenspeelster, 11 10, 4| 4 De macht op aarde is in 12 11, 4| 4 Pronk niet met de klederen 13 12, 4| 4 Geef degene die God vreest, 14 13, 4| 4 Een rijke doet onrecht, 15 14, 4| 4 Wie vergadert onttrekkende 16 15, 4| 4 Hij zal op haar gevestigd 17 16, 4| 4 En het is beter zonder kinderen 18 17, 4| 4 Hij heeft hun vreze gelegd 19 18, 4| 4 Wie zal de kracht van zijn 20 19, 4| 4 Wie haar licht vertrouwt 21 20, 4| 4 Menigeen is er die zwijgt, 22 21, 4| 4 Alle ongerechtigheid is 23 22, 4| 4 Een voorzichtige dochter 24 23, 4| 4 O Here, Vader en God mijns 25 24, 4| 4 Ik heb mijn tent in de hoogste 26 25, 4| 4 Namelijk een arme, die hovaardig 27 26, 4| 4 En het hart van zo'n man 28 27, 4| 4 Als men een zeef schudt, 29 28, 4| 4 En hij heeft geen barmhartigheid 30 29, 4| 4 Velen menen dat het geleende 31 30, 4| 4 Is zijn vader gestorven, 32 31, 4| 4 De arme bemoeit zichzelf 33 32, 4| 4 Spreek, gij die oud zijt, 34 33, 4| 4 Gelijk de vraag klaar is, 35 34, 4| 4 Van het onreine, wat zal 36 35, 4| 4 Verschijn niet ledig voor 37 36, 4| 4 Gelijk gij voor hun ogen 38 37, 4| 4 Een metgezel leeft met zijn 39 38, 4| 4 De Here heeft de medicijnen 40 39, 4| 4 Midden onder de groten dient 41 40, 4| 4 Zo wel bij hem, die een 42 41, 4| 4 Voor een die in zijn uiterste 43 42, 4| 4 En schaam u niet, dat gij 44 43, 4| 4 Men blaast een oven aan 45 44, 4| 4 Die raad gaven met verstand, 46 45, 4| 4 Door zijn geloof en zachtmoedigheid 47 46, 4| 4 Wie heeft eer dan hij zo 48 47, 4| 4 In zijn jeugd bracht hij 49 48, 4| 4 En wie is u gelijk om te 50 49, 4| 4 Hij richtte zijn hart tot 51 50, 4| 4 Hij droeg zorg voor zijn 52 51, 4| 4 Gij hebt mij verlost naar


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License