bold = Main text
Chapter, Verse grey = Comment text
1 1, 17| 17 En beide zijn het gaven
2 2, 17| 17 Wat zult gij doen, als u
3 3, 17| 17 In de dag der verdrukking
4 4, 17| 17 Indien hij haar vertrouwt,
5 5, 17| 17 Want een bezwaarlijke schaamte
6 6, 17| 17 Die de Here vreest, gedraagt
7 7, 17| 17 Verneder uw ziel zeer, want
8 8, 17| 17 Richt niet tegen de rechter,
9 9, 17| 17 En indien gij tot hem komt
10 10, 17| 17 De Here rukt de wortelen
11 11, 17| 17 De gave des Heren blijft
12 12, 17| 17 Indien u iets kwaads zou
13 13, 17| 17 Hebt de Here lief al uw
14 14, 17| 17 Want men behoeft in het
15 15, 17| 17 Het leven en de dood zijn
16 16, 17| 17 Onder een groot volk zal
17 17 | 17~ ~
18 17, 17| 17 Want de barmhartigheid tegen
19 18, 17| 17 Zie, is een woord niet boven
20 19, 17| 17 Bestraf uw naaste eer gij
21 20, 17| 17 Hoe menigmaal, en hoe velen
22 21, 17| 17 Indien de verstandige een
23 22, 17| 17 Wat is er zwaarder dan lood,
24 23, 17| 17 Dat gij niet te eniger tijd
25 24, 17| 17 Gelijk als Galbanum, en
26 25, 17| 17 Alle plaag is te verdragen,
27 26, 17| 17 Gelijk de zon opgaande in
28 27, 17| 17 Heb uw vriend hartelijk
29 28, 17| 17 De dubbele tong heeft mannelijke
30 29, 17| 17 Een goed man zal voor zijn
31 30, 17| 17 De dood is beter dan een
32 31, 17| 17 Meet bij uzelf af hetgeen
33 32, 17| 17 Die de Here vrezen, zullen
34 33, 17| 17 Merkt dat ik niet voor mij
35 34, 17| 17 De ogen des Heren zien op
36 35, 17| 17 Die God dient met welbehagen
37 36, 17| 17 Geef getuigenis degenen
38 37, 17| 17 Het begin van het werk is
39 38, 17| 17 Ween bitter, en wees vurig
40 39, 17| 17 Gij heiligen hoort mij,
41 40, 17| 17 Het leven desgenen, die
42 41, 17| 17 Mijn kinderen, bewaart de
43 42, 17| 17 De boosheid van een man
44 43, 17| 17 De stem van zijn donder
45 44, 17| 17 Henoch behaagde God de Here,
46 45, 17| 17 Hun slachtofferg werden
47 46, 17| 17 Door zijn geloof is hij
48 47, 17| 17 Uw ziel heeft de ganse aarde
49 48, 17| 17 En daar bleef een klein
50 49, 17| 17 En daar is geen man geweest
51 50, 17| 17 Toen riepen de zonen van
52 51, 17| 17 Als ik nog jong was, eer
|