bold = Main text
Chapter, Verse grey = Comment text
1 1, 15| 15 De verzadiging der wijsheid
2 2, 15| 15 Wee een slap hart, omdat
3 3, 15| 15 Want de barmhartigheid,
4 4, 15| 15 Die haar dienen, die zullen
5 5, 15| 15 Eer en oneer is in het spreken,
6 6, 15| 15 Daar is geen verwisseling
7 7, 15| 15 Haat de moeilijke arbeid
8 8, 15| 15 Leen niemand die machtiger
9 9, 15| 15 Heb geen welbehagen aan
10 10, 15| 15 Daarom heeft de Here zeldzame
11 11, 15| 15 Wijsheid en wetenschap,
12 12, 15| 15 En de vijand zal wel met
13 13, 15| 15 Bewaar uzelf, en neem vlijtig
14 14, 15| 15 Zult gij niet uw arbeid
15 15 | 15~ ~
16 15, 15| 15 En heeft gezegd: Indien
17 16, 15| 15 Maak plaats voor allerlei
18 17, 15| 15 Daarom zijn al hun werken
19 18, 15| 15 Mijn kind, wanneer het u
20 19, 15| 15 Bestraf uw vriend, want
21 20, 15| 15 Heden zal hij u lenen, en
22 21, 15| 15 De kennis van een wijze
23 22, 15| 15 Hoed u voor hem, opdat gij
24 23, 15| 15 Gewen uw mond niet tot onmatig
25 24, 15| 15 Gelijk een schone olijfboom
26 25, 15| 15 Wie ze houdt, bij wie zal
27 26, 15| 15 Een vrouw die weinig spreekt,
28 27, 15| 15 De twist der hovaardigen
29 28, 15| 15 De dubbele tong heeft velen
30 29, 15| 15 Sluit uw aalmoes in uw schatkamers,
31 30, 15| 15 Gezondheid en welgesteld
32 31, 15| 15 Is er wat bozer geschapen
33 32, 15| 15 Wie de Here vreest, die
34 33, 15| 15 Gelijk het goede staat tegen
35 34, 15| 15 Wie de Here vreest, die
36 35, 15| 15 Hij zal het smeken der wezen
37 36, 15| 15 Bewijs barmhartigheid aan
38 37, 15| 15 Want de ziel van de man
39 38, 15| 15 Wie tegen degene zondigt,
40 39, 15| 15 Indien hij in het leven
41 40, 15| 15 Hun groente aan alle water
42 41, 15| 15 Draag zorg om een goede
43 42, 15| 15 Zie niet op de schoonheid
44 43, 15| 15 Daarom worden de schatten
45 44, 15| 15 Hun lichamen zijn in vrede
46 45, 15| 15 Vóór hem zijn dergelijke
47 46, 15| 15 Samuël bemind van zijn Here,
48 47, 15| 15 Salomo regeerde in de tijd
49 48, 15| 15 En in zijn leven deed hij
50 49, 15| 15 Onder de uitverkorenen was
51 50, 15| 15 Strekte hij zijn handen
52 51, 15| 15 Want gij hebt ons verlost
|