bold = Main text
Chapter, Verse grey = Comment text
1 1, 14| 14 Bij de mensen heeft zij
2 2, 14| 14 Wee de bevreesde harten,
3 3, 14| 14 Indien hem het verstand
4 4, 14| 14 Die haar vasthoudt zal eer
5 5, 14| 14 Indien gij verstand hebt,
6 6, 14| 14 Een getrouw vriend is een
7 7, 14| 14 Spreek niet veel in de menigte
8 8, 14| 14 Sta niet op tegen de smader,
9 9, 14| 14 Benijd de zondaar zijn eer
10 10, 14| 14 Want hovaardigheid is een
11 11, 14| 14 Goede en kwade dingen, leven
12 12, 14| 14 Hij zal een uur bij u blijven
13 13, 14| 14 Onbarmhartig is hij die
14 14 | 14~ ~
15 14, 14| 14 Onttrek uzelf niet van de
16 15, 14| 14 Hij heeft van den beginne
17 16, 14| 14 De zondaar zal niet ontvlieden
18 17, 14| 14 Want in de verdeling der
19 18, 14| 14 Hij ontfermt zich over degenen,
20 19, 14| 14 Bestraf uw naaste, misschien
21 20, 14| 14 Weinig zal hij geven, en
22 21, 14| 14 Wie niet kloek is, die zal
23 22, 14| 14 Spreek niet lang met een
24 23, 14| 14 Want al deze dingen zullen
25 24, 14| 14 Ik ben verhoogd geworden
26 25, 14| 14 Maar de liefde des Heren
27 26, 14| 14 De bevalligheid der vrouw
28 27, 14| 14 De spraak desgenen die veel
29 28, 14| 14 Vervloek een oorblazer,
30 29, 14| 14 Leg uw schat naar de geboden
31 30, 14| 14 Een arme die gezond en sterk
32 31, 14| 14 Gedenk dat een nijdig oog
33 32, 14| 14 En dank hiervoor Hem die
34 33, 14| 14 Zo is ook de mens in de
35 34, 14| 14 Want hun hoop is op hem,
36 35, 14| 14 De Here zal het aangezicht
37 36, 14| 14 Ontferm u over uw volk,
38 37, 14| 14 Blijf vast bij de raadslag
39 38, 14| 14 Want ook zij zelf bidden
40 39, 14| 14 Zijn wijsheid vertellen
41 40, 14| 14 De nakomelingen der goddelozen
42 41, 14| 14 De mensen dragen rouw vanwege
43 42, 14| 14 Houd scherpe wacht over
44 43, 14| 14 Door zijn bevel doet hij
45 44, 14| 14 Tot in der eeuwigheid blijft
46 45, 14| 14 Hij heeft hem versierd met
47 46, 14| 14 Dat hun gebeente wederom
48 47, 14| 14 Na hem stond op zijn zoon
49 48, 14| 14 Geen ding ging hem te boven,
50 49, 14| 14 Alzo Jesua de zoon van Josadak,
51 50, 14| 14 En voleindigende de diensten
52 51, 14| 14 Ik zal uw naam prijzen zonder
|