bold = Main text
Chapter, Verse grey = Comment text
1 1, 11| 11 De vrees des Heren vermaakt
2 2, 11| 11 Wie heeft op de Here betrouwd,
3 3, 11| 11 Roem niet in de oneer uws
4 4, 11| 11 En gij zult zijn gelijk
5 5, 11| 11 Wan niet in allerlei wind,
6 6, 11| 11 Als het u wel gaat zal hij
7 7, 11| 11 Belach de mens niet die
8 8, 11| 11 Dwaal niet af van de onderwijzing
9 9, 11| 11 En maak geen gelag met haar
10 10, 11| 11 De medicijnmeester houdt
11 11 | 11~ ~
12 11, 11| 11 Menigeen is er die moeite
13 12, 11| 11 Indien hij zou vernederd
14 13, 11| 11 Als u een machtig heer tot
15 14, 11| 11 Mijn kind, doe uzelf goed
16 15, 11| 11 Zeg niet: De Here is oorzaak,
17 16, 11| 11 En alzo heeft de Here zeshonderd
18 17, 11| 11 Hun ogen hebben zijn heerlijke
19 18, 11| 11 Hij heeft gezien en verstaan
20 19, 11| 11 Een dwaas zal smarten lijden
21 20, 11| 11 Menigeen is er die veel
22 21, 11| 11 De weg van de zondaar is
23 22, 11| 11 Ween over een dode zachter,
24 23, 11| 11 Indien hij mishandelt, zijn
25 24, 11| 11 En zo ben ik in Sion bevestigd.
26 25, 11| 11 Hij is zalig die bij een
27 26, 11| 11 Bewaar een onbeschaamde
28 27, 11| 11 Het verhaal van de godvrezende
29 28, 11| 11 Hoe meer hout men in het
30 29, 11| 11 Evenwel in de vernedering
31 30, 11| 11 Geef hem geen macht in de
32 31, 11| 11 Daarom zullen zijn goederen
33 32, 11| 11 De bliksem gaat haast voor
34 33, 11| 11 Evenwel heeft hen de Here
35 34, 11| 11 Ik heb veel dingen gezien
36 35, 11| 11 Want de Here is een vergelden,
37 36, 11| 11 Die behouden is geweest,
38 37, 11| 11 Beraad u niet met hem, die
39 38, 11| 11 Geef de Here een welriekende
40 39, 11| 11 Hij brengt de onderwijzing
41 40, 11| 11 Alle geschenk en ongerechtigheid
42 41, 11| 11 Wee u, gij goddeloze mannen,
43 42, 11| 11 Een dochter is haar vader
44 43, 11| 11 Door de woorden van de heilige
45 44, 11| 11 Doch dezen zijn mannen der
46 45, 11| 11 En heeft hem rondom behangen
47 46, 11| 11 De Here gaf Kaleb sterkte,
48 47, 11| 11 En heeft zangers ingesteld
49 48, 11| 11 Zalig zijn zij die u gezien
50 49, 11| 11 Want ook gedacht hij de
51 50, 11| 11 In het opklimmen tot het
52 51, 11| 11 Dat gij degenen die lijdzaam
|