Chapter, Verse
1 7, 7 | niet onder het oproerige volk.~
2 10, 1 | rechter onderwijst zijn volk, en de heerschappij des
3 10, 3 | onderwezen is, zal zijn volk verderven, maar een stad
4 10, 8 | koninkrijk wordt van het ene volk tot het andere overgebracht,
5 16, 7 | geweest onder een ongehoorzaam volk.~
6 16, 10| ontfermde zich niet over het volk des verderfs, die uitgingen
7 16, 11| hardnekkige zou zijn onder het volk, het ware een wonder dat
8 16, 17| 17 Onder een groot volk zal men aan mij niet gedenken,
9 17, 14| aardrijk heeft bij over elk volk een overste gesteld, maar
10 24, 1 | en in het midden van haar volk beroemt zij zich.~
11 24, 12| ingeworteld in een verheerlijkt volk, in het deel des Heren,
12 26, 6 | en de vergadering van het volk, en leugen tegen iemand
13 28, 15| en heeft hen van het ene volk in het andere verzet,~
14 31, 9 | dingen gedaan onder zijn volk.~
15 35, 22| geoordeeld het recht van zijn volk, en hen doen verheugen in
16 36, 11| toorn verslonden, en die uw volk kwellen, laat die het verderf
17 36, 14| 14 Ontferm u over uw volk, Here, dat naar uw naam
18 36, 16| woorden te verheffen, en uw volk met uw heerlijkheid.~
19 36, 19| zegen van Aäron over uw volk, en allen die op aarde wonen
20 37, 24| man onderwijst zijn eigen volk, en de vruchten van zijn
21 37, 27| heerlijkheid beërven onder zijn volk, en zijn naam zal in eeuwigheid
22 38, 38| doch tot de raad van het volk zullen zij niet gevorderd
23 41, 22| vergadering en voor het volk, vanwege overtreding der
24 42, 14| stad van u spreke en het volk u naroepe, en zij u beschame
25 44, 5 | 5 Leiders van het volk in de raadslagen, en in
26 44, 5 | beschreven wetten van het volk.~
27 45, 3 | hem bevel gegeven aan zijn volk, en heeft hem zijn heerlijkheid
28 45, 8 | het priesterdom onder zijn volk, en verheerlijkt met schoon
29 45, 11| dienen de kinderen van zijn volk.~
30 45, 19| priesterschap te bedienen, en het volk in zijn naam te zegenen.~
31 45, 20| verzoening te doen voor het volk.~
32 45, 27| kreeg geen deel onder het volk, want hij zelf was het deel
33 45, 29| gestaan had als zich het volk had afgekeerd, met een goede
34 45, 30| de Here met hem en zijn volk opgericht een. verbond des
35 45, 32| hart om te richten zijn volk in gerechtigheid, opdat
36 46, 9 | gemeente wederstonden, om het volk te verhinderen dat het niet
37 46, 15| vorsten gezalfd over zijn volk.~
38 47, 4 | de versmaadheid uit het volk weg.~
39 47, 14| man, en door hem heeft het volk in ruimte gewoond.~
40 47, 26| een zeer dwaze onder het volk, en gering van verstand,
41 47, 26| namelijk Rehabeäm, die het volk deed afvallen door zijn
42 48, 16| dingen bekeerde zich het volk niet, en stond van hun zonden
43 48, 17| En daar bleef een klein volk over, en een overste in
44 49, 7 | heerlijkheid aan een vreemd volk.~
45 50, 1 | heeft ook in zijn dagen het volk bevestigd.~
46 50, 4 | Hij droeg zorg voor zijn volk, dat het niet viel.~
47 50, 5 | door uw verkeer met het volk, en door de uitgang uit
48 50, 18| 18 Dan haastte al het volk in het gemeen, en viel op
49 50, 20| 20 En het volk van de Here, des Allerhoogsten,
50 50, 25| verstoord, en het derde is geen volk:~
51 50, 26| land wonen, en het dwaze volk dat te Sichem woont.~
|