Chapter, Verse
1 1, 14| 14 Bij de mensen heeft zij een eeuwig fundament
2 1, 29| geveinsden niet met monden der mensen: en neem acht op uw lippen.~
3 2, 5 | goud beproefd, en aangename mensen in de oven der vernedering.~
4 2, 22| en niet in de handen der mensen.~
5 3, 9 | 9 Opdat zegening van mensen over u kome.~
6 3, 12| 12 Want de eer des mensen komt hem uit de eer zijns
7 3, 19| gij zult door aangename mensen bemind worden.~
8 3, 25| aangewezen, dan het verstand der mensen begrijpen kan.~
9 5, 15| is in het spreken, en des mensen tong brengt hem ten val.~
10 10, 5 | de hand des Heren is des mensen voorspoed, en op het aangezicht
11 10, 7 | hatelijk voor God en de mensen, en bij beide is hatelijk
12 10, 21| is niet geschapen in de mensen, noch de grimmige toorn
13 11, 4 | Heren en zijn werken zijn de mensen verborgen.~
14 13, 30| 30 Het hart des mensen verandert zijn aangezicht,
15 15, 7 | 7 Onverstandige mensen zullen haar niet begrijpen.~
16 15, 19| nemen van alle werken des mensen.~
17 17, 26| alle dingen kunnen in de mensen niet zijn, dewijl geen mensenzoon
18 17, 28| des hogen hemels, en alle mensen zijn maar aarde en as.~ ~ ~ ~
19 18, 8 | Het getal der dagen des mensen aangaande honderd jaren
20 19, 28| der tanden, en de gang der mensen, verkondigen wat hij voor
21 20, 15| is van de Here en van de mensen gehaat.~
22 20, 18| zo zal de val der kwade mensen haastig komen.~
23 21, 3 | en doden de zielen der mensen.~
24 21, 27| is een ongeschiktheid des mensen te luisteren aan de deur,
25 23, 19| 19 Tweeërlei soort van mensen vermenigvuldigen de zonden,
26 23, 24| gedenken, en de ogen der mensen zijn alleen zijn vrees;~
27 23, 26| Welke zien op alle wegen der mensen, en merken op de verborgene
28 25, 1 | Here, ja voor de Here en de mensen.~
29 25, 3 | 3 Drieërlei soort van mensen haat mijn ziel, en op hun
30 26, 29| vijanden; en een ieders mensen ziel, die deze in zeden
31 27, 4 | vuiligheid daarin; zo blijft des mensen vuiligheid in zijn uitspraak.~
32 27, 6 | blijken wat in het hart des mensen is.~
33 27, 7 | want hieraan worden de mensen beproefd.~
34 29, 25| voornaamste van het leven des mensen is water en brood en een
35 30, 22| Vreugde des harten is des mensen leven zelf, en vrolijk heid
36 31, 30| 30 De wijn is de mensen gelijk het leven; indien
37 31, 31| Want hij is geschapen om de mensen te verheugen.~
38 33, 10| 10 En alle mensen komen van de aardbodem,
39 35, 21| handelingen, en de werken der mensen naar hun gedachten.~
40 36, 24| aangezicht, en gaat alle lust des mensen te boven.~
41 38, 6 | 6 Hij heeft de mensen wetenschap gegeven, om in
42 39, 5 | goed en kwaad is onder de mensen beproefd.~
43 39, 29| het begin voor de goede mensen geschapen, zo de kwade dingen
44 39, 30| voornaamste dat tot het leven des mensen nodig is, is water, en vuur,
45 41, 14| 14 De mensen dragen rouw vanwege hun
46 41, 14| lichamen, doch de boze naam der mensen zal uitgewist worden.~
47 41, 30| en gunst vinden bij alle mensen.~ ~
48 44, 24| vaders wil, de zegen aller mensen, en het verbond, en heeft
49 45, 1 | NAMELIJK Mozes, door God en de mensen bemind, wiens gedachtenis
50 49, 19| verheerlijkt geweest onder de mensen, en Adam boven alles in
51 51, 9 | zag om naar bijstand der mensen, en daar was geen.~
|