Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
na 17
naakt 1
naam 32
naar 50
naarstig 3
naarstigheid 1
naaste 22
Frequency    [«  »]
51 mensen
51 volk
50 19
50 naar
49 20
48 21
48 22

Het boek Ecclesiasticus

IntraText - Concordances

naar

   Chapter, Verse
1 1, 9 | werken; zij is bij alle vlees naar zijn gave, en hij verleent 2 6, 17| in zijn vriendschap; want naar dat hij is, zo zullen ook 3 7, 26| 26 Hebt gij een vrouw naar uw hart, werp haar niet 4 8, 17| want men zal hem oordelen, naar zijn mening.~ 5 8, 18| niet bezware, want hij zal naar zijn wil doen, en gij zoudt 6 9, 19| 19 Merk op uw naaste, naar al uw vermogen, en beraad 7 9, 19| al wat gij vertelt, zij naar de wet des Allerhoogsten.~ 8 10, 31| zachtmoedigheid, en geeft haar eer naar haar waardigheid.~ 9 11, 27| doods de mens te vergelden naar zijn werken.~ 10 13, 19| Alle vlees vergadert zich naar zijn geslacht, en een man 11 14, 11| Mijn kind, doe uzelf goed naar dat gij vermoogt, en breng 12 14, 13| eer gij sterft, en strek naar uw vermogen uw hand uit 13 14, 24| paal slaat, zijn tabernakel naar haar hand stelt,~ 14 16, 1 | 1 VERLANG niet naar een onnutte menigte van 15 16, 13| hij zal een ieder oordelen naar zijn werken.~ 16 16, 15| want een ieder zal vinden naar zijn werken. De Here heeft 17 17, 3 | hen bekleed met sterkte, naar hun gelegenheid, en heeft 18 17, 3 | gelegenheid, en heeft hen naar zijn evenbeeld gemaakt.~ 19 17, 4 | over de dieren en vogels, naar zijn gelijkenis.~ 20 18, 32| lekkernijen, en wees niet begerig naar haar raad.~ 21 24, 25| 25 Die naar mij luistert zal nimmermeer 22 24, 25| beschaamd worden, en die naar mij arbeiden zullen niet 23 25, 31| 31 Gaat zij niet naar uw hand, zo snijd haar af 24 27, 16| en zal geen vriend vinden naar zijn hart.~ 25 28, 18| 18 Wie naar haar luistert, die zal geen 26 29, 14| 14 Leg uw schat naar de geboden des Allerhoogsten, 27 29, 24| 24 Neem u des naasten aan naar uw vermogen, en heb acht 28 31, 8 | onberispelijk gevonden wordt, en die naar het goud niet gaat.~ 29 32, 12| van de laatsten; loop heen naar huis, en vertraag niet.~ 30 32, 18| ontwijkt de bestraffing, en naar zijn wil vindt hij uit hetgeen 31 33, 13| pottenbakkers, al zijn wegen zijn naar zijn welbehagen.~ 32 33, 14| heeft, dat hij hen vergelde naar zijn oordeel.~ 33 33, 21| kinderen u smeken, dan dat gij naar de handen uwer zonen ziet.~ 34 34, 2 | 2 Gelijk een die naar de schaduw grijpt, en de 35 35, 10| 10 Geef de Allerhoogste naar hetgeen hij u gegeven heeft, 36 35, 21| Totdat hij de mens vergelde naar zijn handelingen, en de 37 35, 21| en de werken der mensen naar hun gedachten.~ 38 36, 14| over uw volk, Here, dat naar uw naam genoemd is; en over 39 36, 19| smekingen uwer knechten, naar de zegen van Aäron over 40 38, 16| doch omwind zijn lichaam naar behoren, en veracht zijn 41 38, 18| 18 En, maak de rouw naar zijn waardigheid, een dag 42 40, 10| water is, wendt zich weder naar de zee.~ 43 40, 29| 29 Een man die naar een vreemde tafel ziet, 44 41, 13| gelijk gaan de goddelozen naar het verderf.~ 45 43, 8 | De maand heeft haar naam naar haar; wassende is zij wonderbaar 46 46, 16| Hij richtte de vergadering naar de wet des Heren, en de 47 50, 23| en die riet ons handelt naar zijn barmhartigheid.~ 48 51, 4 | 4 Gij hebt mij verlost naar de menigte der barmhartigheid 49 51, 9 | was geen helper; ik zag om naar bijstand der mensen, en 50 51, 27| 27 Ik heb mijn ziel naar haar gericht, en in reiniging


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License