bold = Main text
Chapter, Verse grey = Comment text
1 1, 20| 20 De wortel der wijsheid is
2 2, 20| 20 Die hem liefhebben, zullen
3 3, 20| 20 Hoe groter gij zijt, verneder
4 4, 20| 20 En zij zal wederom tot hem
5 6, 20| 20 Want in haar werking zult
6 7, 20| 20 Die de huisknecht geen kwaad
7 8, 20| 20 Beraad u niet met een dwaas,
8 9, 20| 20 Laat rechtvaardige mannen
9 10, 20| 20 En heeft hun gedachtenis
10 11, 20| 20 Sta in uw verbond, en verkeer
11 13, 20| 20 Wat gemeenschap zal een
12 14, 20| 20 Alle werk, dat verrotting
13 15, 20| 20 Hij heeft niemand geboden
14 16, 20| 20 En het hart overdenkt deze
15 17, 20| 20 Ga weder tot de Allerhoogste,
16 18, 20| 20 Eer gij geoordeeld wordt,
17 19, 20| 20 De wetenschap der boosheid
18 20 | 20~ ~
19 20, 20| 20 Een spreuk komende uit de
20 21, 20| 20 De mond van de voorzichtige
21 22, 20| 20 Een hart dat op verstandige
22 23, 20| 20 Een hittige ziel is gelijk
23 24, 20| 20 Ik ben een moeder der schone
24 25, 20| 20 Ik heb liever te wonen bij
25 26, 20| 20 Mijn kind, bewaar de beste
26 27, 20| 20 En gelijk alsof gij een
27 28, 20| 20 Velen zijn gevallen door
28 29, 20| 20 De zondaar, wanneer men
29 30, 20| 20 Hij ziet de ogen, en zucht
30 31, 20| 20 En zo gij onder velen aanzit,
31 32, 20| 20 Doe niets zonder raad, en
32 33, 20| 20 Zolang als gij nog leeft
33 34, 20| 20 De Allerhoogste heeft geen
34 35, 20| 20 Ja, hij zal de volken wraak
35 36, 20| 20 De buik eet alle spijs,
36 37, 20| 20 Daar is menig arglistig
37 38, 20| 20 Als er kwaad wordt ingevoerd,
38 39, 20| 20 De werken des Heren zijn
39 40, 20| 20 De fluit en het snarenspel
40 41, 20| 20 Dat men zich dan ontzie
41 42, 20| 20 De Here heeft zijn heiligen
42 43, 20| 20 Het oog is verwonderd over
43 44, 20| 20 Abraham is geweest een grootvader
44 45, 20| 20 Uit alle levenden heeft
45 46, 20| 20 En verdelgde de vorsten
46 47, 20| 20 In de naam des Heren, de
47 48, 20| 20 In zijn dagen trok Sanherib
48 50, 20| 20 En het volk van de Here,
49 51, 20| 20 Mijn voet is recht heengegaan;
|