bold = Main text
Chapter, Verse grey = Comment text
1 1, 21| 21 De vreze des Heren verdrijft
2 2, 21| 21 Die de Here vrezen, bereiden
3 3, 21| 21 Velen zijn hoog en zeer
4 4, 21| 21 En zal hem haar verborgen
5 6, 21| 21 Och hoe rauw is zij de ongeleerden!
6 7, 21| 21 Laat uw ziel een verstandige
7 8, 21| 21 Doe niets heimelijks voor
8 9, 21| 21 Door de hand der kunstenaren
9 10, 21| 21 De hovaardigheid is niet
10 11, 21| 21 Verwonder u niet in de werken
11 13, 21| 21 Wat vrede zal een hyëna
12 14, 21| 21 Zalig is de man die met
13 16, 21| 21 En wie kan zijn wegen bedenken?
14 17, 21| 21 En haat zeer de gruwel.~
15 18, 21| 21 Verneder u door matigheid,
16 19, 21| 21 Daar is boosheid en die
17 20, 21| 21 Menigeen wordt gehinderd
18 21 | 21~ ~
19 21, 21| 21 Gelijk een huis dat vergaan
20 22, 21| 21 Palen omhoog gezet tegen
21 23, 21| 21 Een hoereerder, die met
22 24, 21| 21 En geef met al mijn kinderen
23 25, 21| 21 De boosheid van een vrouw
24 26, 21| 21 Als gij uit alle velden
25 27, 21| 21 Volg hem niet, want hij
26 28, 21| 21 Zalig is bij die voor haar
27 29, 21| 21 Borgschap heeft er velen
28 30, 21| 21 Begeef uw ziel niet tot
29 31, 21| 21 Hoe weinig is genoeg voor
30 32, 21| 21 Ga niet op de weg waarop
31 33, 21| 21 Want het is beter dat de
32 34, 21| 21 Hij slacht de zoon in tegenwoordigheid
33 35, 21| 21 Totdat hij de mens vergelde
34 36, 21| 21 De keel smaakt de spijs
35 37, 21| 21 Daar is menigeen die wijsheid
36 38, 21| 21 Begeef uw hart niet tot
37 39, 21| 21 Door zijn woord stond het
38 40, 21| 21 Het oog verlustigt zich
39 41, 21| 21 Schaam u voor vader en moeder
40 42, 21| 21 De Here, de Almachtige heeft
41 43, 21| 21 En hij giet de rijm op de
42 44, 21| 21 In zijn vlees heeft de Here
43 45, 21| 21 Hij heeft hem zijn bevelen
44 46, 21| 21 En eer hij ontsliep betuigde
45 47, 21| 21 En zijt met uw lichaam in
46 48, 21| 21 Toen werden hun harten en
47 50, 21| 21 Dan hief Simon, de Hogepriester,
48 51, 21| 21 Ik hem mijn oor een weinig
|