Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
meet 1
melk 2
melklam 1
men 45
menen 1
mengt 1
menig 5
Frequency    [«  »]
47 onder
47 ze
45 23
45 men
43 24
42 25
42 26

Het boek Ecclesiasticus

IntraText - Concordances

men

   Chapter, Verse
1 3, 31| door aalmoezen verzoent men de zonden.~ 2 8, 17| niet tegen de rechter, want men zal hem oordelen, naar zijn 3 10, 26| 26 Het is niet recht dat men een arme onteert die verstandig 4 10, 26| en het betaamt niet dat men een zondaar eert.~ 5 11, 5 | de vloer gezeten en waar men niet op verdacht was, heeft 6 11, 26| In de goede dagen vergeet men het kwade, en in de kwade 7 11, 28| Een kwaad uur maakt dat men de wellust vergeet, en aan 8 13, 4 | Een rijke doet onrecht, en men smeekt hem; een arme doet 9 13, 25| onbetamelijke dingen gesproken, men recht vaardigt hem evenwel.~ 10 13, 26| Een nederige struikelt, en men bekijft hem nog daartoe; 11 13, 26| verstandige rede gesproken, en men geeft hem geen plaats.~ 12 13, 28| 28 De arme spreekt, en men zegt: Wie is deze? en indien 13 13, 28| en indien hij aanstoot, men zal hem voorts omstoten.~ 14 14, 17| 17 Want men behoeft in het graf geen 15 16, 17| Onder een groot volk zal men aan mij niet gedenken, want 16 18, 33| van uw eigen leven, waar men van spreken zal.~ ~ 17 20, 6 | woorden heeft, van die heeft men een gruwel, en die zichzelf 18 21, 21| anders dan woorden, die men niet onderzoeken kan.~ 19 24, 29| Gihon in de tijd wanneer men de druiven leest.~ 20 26, 15| daar is niets waartegen men een wel onderwezen ziel 21 27, 4 | 4 Als men een zeef schudt, zo blijft 22 27, 6 | de boom doet blijken hoe men die heeft verpleegd, zo 23 27, 14| en hun strijd maakt dat men de oren toestoppen moet.~ 24 27, 22| 22 Want een wond kan men verbinden, en voor een scheldwoord 25 28, 11| 11 Hoe meer hout men in het vuur legt, hoe meer 26 29, 20| 20 De zondaar, wanneer men voor hem borg geworden is, 27 32, 5 | 5 Waar men toeluistert, giet daar uw 28 32, 21| Ga niet op de weg waarop men lichtelijk valt, en gij 29 34, 3 | 3 Wat men in de dromen ziet, is dit 30 35, 3 | des Heren welbehagen dat men afsta van boosheid, en afstaan 31 35, 5 | Want al deze dingen moet men doen vanwege het gebod.~ 32 36, 27| heining is, daar wordt hetgeen men bezit verscheurd, en waar 33 36, 28| andere sluipt; zo betrouwt men een mens niet, die geen 34 38, 38| stad gebouwd worden, en men zal daar niet in wonen noch 35 39, 20| geschiedt in zijn tijd; men mag niet zeggen: Wat is 36 39, 25| 25 Men mag niet zeggen: Wat is 37 39, 39| 39 En men mag niet zeggen: Dit is 38 41, 18| komt, wat nuttigheid heeft men van beide?~ 39 41, 20| 20 Dat men zich dan ontzie voor, mijn 40 42, 14| over u vrolijk zijn, dat men in de stad van u spreke 41 42, 18| de woorden des Heren ziet men zijn werken.~ 42 43, 2 | 2 De zon wanneer men haar aanschouwt, verkondigt 43 43, 4 | 4 Men blaast een oven aan tot 44 43, 7 | 7 Van de maan heeft men een teken van het feest, 45 45, 11| een gerucht te maken dat men horen kon in de tempel,


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License