bold = Main text
Chapter, Verse grey = Comment text
1 1, 23| 23 Een lankmoedig man zal een
2 2, 23| 23 Want gelijk zijn grote heerlijkheid
3 3, 23| 23 Dingen die u te zwaar zijn,
4 4, 23| 23 Neem de gelegenheid des
5 6, 23| 23 Want de wijsheid is gelijk
6 7, 23| 23 Hebt gij kinderen, onderwijs
7 10, 23| 23 In het midden der broeders
8 11, 23| 23 De zegen des Heren is in
9 13, 23| 23 Gelijk de nederigheid is
10 14, 23| 23 Wie door haar vensters heenziet,
11 16, 23| 23 Die klein geworden is overlegt
12 17, 23| 23 Van een dode, als die van
13 18, 23| 23 Bereid uzelf eer gij uw
14 19, 23| 23 Daar is een vlijtige arglistigheid,
15 20, 23| 23 Menigeen belooft zijn vriend
16 21, 23| 23 Een dwaas verheft zijn stem
17 22, 23| 23 Wie in een oog steekt, brengt
18 23 | 23~ ~
19 23, 23| 23 Een mens die aftreedt van
20 24, 23| 23 Want mijn gedachtenis is
21 25, 23| 23 Alle boosheid is klein tegen
22 26, 23| 23 Een vrouw die loon neemt,
23 27, 23| 23 Wie met het oog wenkt, die
24 28, 23| 23 Want haar juk is een ijzeren
25 29, 23| 23 Een zondaar overtredende
26 30, 23| 23 Heb uw ziel lief, en troost
27 31, 23| 23 En zo gij met kost overladen
28 32, 23| 23 Vertrouw uzelf in alle goede
29 33, 23| 23 Verdeel uw erfgoed in de
30 34, 23| 23 Hij doodt zijn naaste, die
31 35, 23| 23 Hoe tijdig is de barmhartigheid
32 36, 23| 23 Een vrouw neemt iedere man
33 37, 23| 23 Menigeen is wijs voor zichzelf,
34 38, 23| 23 Gedenk aan mijn oordeel,
35 39, 23| 23 De werken van alle vlees
36 40, 23| 23 Broeders en hulp zijn goed
37 41, 23| 23 Voor een metgezel en vriend
38 42, 23| 23 Want de Allerhoogste kent
39 43, 23| 23 Hij verteert de bergen en
40 44, 23| 23 En hem zou vermenigvuldigen
41 45, 23| 23 Maar de Here zag het, en
42 47, 23| 23 Doch de Here verliet zijn
43 48, 23| 23 En de heilige uit de hemel
44 50, 23| 23 En nu dankt de God aller
45 51, 23| 23 Degene die mij wijsheid
|