bold = Main text
Chapter, Verse grey = Comment text
1 1, 24| 24 Hij zal zijn woorden een
2 3, 24| 24 Want het is u niet van node,
3 4, 24| 24 En word niet beschaamd voor
4 6, 24| 24 Hoor mijn kind, en verkies
5 7, 24| 24 Hebt gij dochters, neem
6 10, 24| 24 De vreze des Heren is een
7 11, 24| 24 Zeg niet: Wat heb ik van
8 13, 24| 24 Wanneer een rijke bewogen
9 14, 24| 24 Wie nabij haar huis herberg
10 16, 24| 24 Hoor mij, mijn kind en leer
11 17, 24| 24 Maar die leeft en gezond
12 18, 24| 24 Gedenk aan de gramschap
13 19, 24| 24 Menigeen is er die boosheid
14 20, 24| 24 De leugen is een lelijke
15 21, 24| 24 De tucht is de voorzichtige
16 22, 24| 24 Wie een steen onder de vogelen
17 23, 24| 24 Duisternis is rondom mij,
18 24 | 24~ ~
19 24, 24| 24 Die mij eten, zullen niet
20 25, 24| 24 Gelijk een zandachtige opgang
21 26, 24| 24 Een goddeloze vrouw zal
22 27, 24| 24 Voor uw ogen zal zijn mond
23 28, 24| 24 Haar dood is een boze dood,
24 29, 24| 24 Neem u des naasten aan naar
25 30, 24| 24 Want de droefheid heeft
26 31, 24| 24 Hoor mij, mijn kind, en
27 32, 24| 24 Wie de Here gelooft, die
28 33, 24| 24 Voor een ezel behoort voeder,
29 34, 24| 24 En hij vergiet bloed, die
30 36, 24| 24 De schoonheid der vrouw
31 37, 24| 24 Een wijs man onderwijst
32 38, 24| 24 Als de dode rust, zo laat
33 39, 24| 24 Van eeuw tot eeuw ziet hij
34 40, 24| 24 Goud en zilver stellen de
35 41, 24| 24 Schaamt u voor verachting
36 42, 24| 24 Hij verkondigt de dingen
37 43, 24| 24 Maar een haastige genezing
38 44, 24| 24 En alzo heeft hij ook in
39 45, 24| 24 Hij heeft aan hen wonderen
40 47, 24| 24 Hij delgde de nakomelingen
41 48, 24| 24 Hij sloeg het leger der
42 50, 24| 24 En bidt dat het vrede worde
43 51, 24| 24 Want ik heb gedacht om haar
|