Chapter, Verse
1 6, 1 | vijand in plaats van een vriend, want zulk een zal een boze
2 6, 7 | 7 Zo gij een vriend wilt verkrijgen, zo krijg
3 6, 8 | 8 Want daar is menig vriend in zijn gelegene tijd, en
4 6, 9 | 9 Ook is er menig vriend die veranderd wordt in een
5 6, 10| 10 Daar is ook menig vriend om tafelgenoot te zijn,
6 6, 14| 14 Een getrouw vriend is een sterke bescherming,
7 6, 15| verwisseling tegen een getrouwe vriend, en daar is geen gewicht
8 6, 16| 16 Een getrouw vriend is een medicijn des levens,
9 7, 12| tegen uw broeder, en doe uw vriend desgelijken niet.~
10 7, 18| 18 Verwissel uw vriend niet om enig middelmatig
11 9, 12| 12 Verlaat een oude vriend niet, want de nieuwe is
12 9, 13| 13 Een nieuwe vriend is gelijk nieuwe wijn: als
13 12, 7 | 7 In voorspoed wordt de vriend niet uitgeworpen, en de
14 12, 8 | gaat, dan scheidt ook de vriend van hem af.~
15 14, 13| 13 Doe uw vriend goed, eer gij sterft, en
16 19, 8 | 8 En vertel noch bij vriend noch bij vijand het leven
17 19, 13| 13 Bestraf uw vriend, misschien heeft hij het
18 19, 15| 15 Bestraf uw vriend, want dikwijls geschiedt
19 20, 16| zal zeggen: Ik heb geen vriend; ik heb geen dank voor mijn
20 20, 23| 23 Menigeen belooft zijn vriend uit schaamte, en krijgt
21 22, 24| jaagt ze weg, en wie zijn vriend scheldt, die maakt de vriendschap
22 22, 25| getrokken hebt tegen uw vriend, zo wanhoop niet, want daar
23 22, 26| Indien gij de mond tegen uw vriend opengedaan hebt, zo vrees
24 22, 26| dingen vliedt een iegelijk vriend weg.~
25 22, 30| 30 Een vriend te beschermen zal ik mij
26 27, 16| zijn geloof, en zal geen vriend vinden naar zijn hart.~
27 27, 17| 17 Heb uw vriend hartelijk lief en zijt hem
28 33, 6 | 6 Een vriend, die een bespotter is, is
29 33, 19| zoon een vrouw, broeder en vriend geen macht over u, zo lang
30 37, 1 | 1 IEDER vriend zal wel zeggen: Ik heb ook
31 37, 1 | vriendschap gehouden, maar menige vriend is alleen vriend met de
32 37, 1 | menige vriend is alleen vriend met de naam.~
33 37, 2 | wanneer een metgezel en een vriend tot vijanden worden?~
34 37, 4 | metgezel leeft met zijn vriend in verheuging, en in de
35 37, 5 | metgezel arbeidt met zijn vriend om des buiks wil, en neemt
36 37, 6 | 6 Vergeet uw vriend niet in uw hart, en stel
37 40, 22| 22 Een vriend en zijn gezel komen elkander
38 41, 23| 23 Voor een metgezel en vriend vanwege ongerechtigheid,
39 41, 28| 28 Schaamt u ook voor uw vriend vanwege woorden der verwijting,
|