Chapter, Verse
1 7, 14| 14 Spreek niet veel in de menigte der ouden,
2 11, 10| dingen, want indien gij veel aanneemt, gij zult niet
3 11, 25| genoeg, en hetgeen ik heb is veel, en wat zal mij voortaan
4 12, 18| met de handen klappen, en veel murmelen, en zijn aangezicht
5 13, 11| ter zijde, en hij zal u zo veel te meer en te vaker tot
6 13, 13| vele woorden niet, want met veel te spreken zal hij u verzoeken,
7 20, 1 | 1 HOE veel beter is het te bestraffen
8 20, 3 | gehaat wordt vanwege zijn veel klappen~
9 20, 6 | 6 Die te veel woorden heeft, van die heeft
10 20, 6 | gruwel, en die zichzelf te veel macht aanneemt, wordt gehaat.~
11 20, 11| 11 Menigeen is er die veel voor weinig geld koopt,
12 20, 13| zijn ogen zien, om voor een veel te ontvangen.~
13 20, 14| Weinig zal hij geven, en veel verwijten, en zal zijn mond
14 21, 25| gaan, maar een mens, die veel ervaren heeft, wordt daarvan
15 23, 10| 10 Een man die veel zweert, is vol ongerechtigheid,
16 27, 14| 14 De spraak desgenen die veel zweert, doet de haren overeind
17 31, 3 | De rijke bemoeit zich met veel geld te vergaderen, en wanneer
18 31, 13| 13 En zeg niet: Daar is veel opgezet.~
19 31, 33| 33 Maar veel wijn gedronken veroorzaakt
20 32, 9 | zeg met weinig woorden veel; wees gelijk als een die
21 32, 10| oude lieden zijn, heb niet veel gekakel.~
22 33, 27| want de ledigheid leert veel kwaads.~
23 34, 9 | weet vele dingen, en die veel ervaren heeft, zal verstandige
24 34, 11| 11 Ik heb veel dingen gezien in mijn afdwaling,
25 36, 22| geven, maar een mens, die veel ervaren heeft, zal hem vergelden.~
26 37, 12| een trage huisknecht over veel arbeid.~
27 37, 31| 31 Want door veel spijs komt ziekte, en de
28 41, 27| 27 Van te veel u met anderen te bemoeien,
29 42, 4 | het gewicht; noch dat gij veel of weinig bezit;~
30 42, 7 | verzegelen goed, en waar veel handen zijn sluit daar toe.~
31 43, 29| 29 Wij zouden wel veel dingen zeggen, maar wij
32 43, 33| Verhoogt hem en brengt hem veel sterkte toe; doch vermoeit
33 44, 2 | hen voor zijn majesteit veel eer teweeg gebracht van
34 45, 11| granaatappelen, en zeer veel gouden schelletjes rondom
35 50, 3 | zee, houdende driemaal zo veel.~
36 51, 22| 22 En heb voor mijzelf veel onderwijzing gevonden, ik
37 51, 35| heb, en heb voor mijzelf veel rust gevonden.~
38 51, 36| een groot getal gelds, en veel goud zult gij in haar bezitten.~
|