Chapter, Verse
1 3, 1 | 1 MIJN kinderen hoort mij uw vader en doet
2 3, 2 | vader verheerlijkt over de kinderen, en bevestigt het oordeel
3 3, 5 | eert, zal zich over zijn kinderen verheugen, en zal in de
4 3, 10| onderstut de huizen der kinderen, maar de vervloeking der
5 3, 12| die in oneer is, die is de kinderen een verwijt.~
6 4, 12| wijsheid verhoogt haar eigen kinderen, en neemt degenen aan die
7 7, 23| 23 Hebt gij kinderen, onderwijs ze, en buig hun
8 11, 29| zijn dood; ook aan zijn kinderen wordt een man gekend.~
9 14, 25| herberg vol goeds, en zal zijn kinderen stellen onder haar bescherming,
10 16, 1 | een onnutte menigte van kinderen, en verheug u niet over
11 16, 4 | 4 En het is beter zonder kinderen te sterven, dan goddeloze
12 16, 4 | te sterven, dan goddeloze kinderen te hebben.~
13 22, 7 | 7 Kinderen, die in een goed leven worden
14 22, 7 | afkomst van hun ouders; kinderen die in verachting en ongeschiktheid
15 23, 6 | 6 Hoort, mijn kinderen, de onderwijzing van een
16 23, 30| bedreven, en uit een andere man kinderen voortgebracht.~
17 23, 31| uitgestoten worden, en over haar kinderen zal onderzoeking geschieden.~
18 24, 21| 21 En geef met al mijn kinderen deze eeuwigblijvende dingen,
19 25, 10| verheugd wordt aan zijn kinderen, terwijl hij nog leeft,
20 32, 22| aanstoot is, en wacht u voor uw kinderen.~
21 33, 21| Want het is beter dat de kinderen u smeken, dan dat gij naar
22 40, 1 | geschapen en een zwaar juk op de kinderen van Adam; van die dag af
23 40, 18| 18 Kinderen, en opbouw der stad onderstutten
24 41, 8 | 8 Der zondaren kinderen worden gruwelijke kinderen,
25 41, 8 | kinderen worden gruwelijke kinderen, en die in de gebuurschappen
26 41, 9 | 9 Het erfdeel van de kinderen der zondaars vergaat, en
27 41, 10| goddeloze vader schelden zijn kinderen, overmits zij om zijnentwil
28 41, 17| 17 Mijn kinderen, bewaart de tucht in vrede.~
29 42, 5 | verkoopt, en dat gij de kinderen wel tuchtigt;~
30 44, 10| geboren waren; desgelijks hun kinderen na hen.~
31 44, 13| in de verbonden, en hun kinderen na hen.~
32 45, 11| gedachtenis mocht dienen de kinderen van zijn volk.~
33 45, 13| gegraveerd was het getal der kinderen Israëls.~
34 46, 12| 12 Opdat al de kinderen Israëls zouden zien, dat
35 47, 2 | David afgezonderd uit de kinderen Israëls.~
36 47, 22| zaad ontheiligd, en over uw kinderen toorn gebracht, en dat zij
37 50, 21| over de ganse gemeente der kinderen Israëls, om hun te geven
|