Chapter, Verse
1 6, 37| begeerde wijsheid zal u gegeven worden.~ ~
2 7, 28| gelijkheid van hetgeen zij u gegeven hebben?~
3 15, 17| behagen zal, dat zal hem gegeven worden.~
4 15, 20| en heeft niemand verlof gegeven te zondigen.~ ~
5 17, 2 | dagen, en een bestemde tijd gegeven, en heeft hun macht gegeven
6 17, 2 | gegeven, en heeft hun macht gegeven over de dingen die daarop
7 17, 4 | gelegd op alle vlees, en gegeven dat hij zou heersen over
8 17, 6 | 6 Hij heeft hun gegeven raad, en tong, en ogen,
9 17, 7 | harten gelegd; hij heeft hun gegeven in eeuwigheid te mogen roemen
10 17, 9 | des levens tot een erfdeel gegeven, opdat zij zouden verstaan,
11 17, 12| ongerechtigheid, en heeft hun geboden gegeven, elk een van zijn naaste.~
12 17, 18| de boetvaardige heeft bij gegeven weder te keren, en heeft
13 18, 3 | 3 Wie heeft hij macht gegeven zijn werken te verkondigen
14 24, 16| heb een goede reuk van mij gegeven, gelijk als kaneel en gelijk
15 26, 3 | deel, en wordt tot een deel gegeven degenen, die de Here vrezen.~
16 26, 24| onrechtvaardige tot een deel gegeven worden, maar een godvrezende
17 26, 24| godvrezende vrouw wordt gegeven hem, die de Here vreest.~
18 35, 10| Allerhoogste naar hetgeen hij u gegeven heeft, en met een goed oog
19 37, 22| de Here die genade niet gegeven, dewijl hij van alle wijsheid
20 38, 6 | heeft de mensen wetenschap gegeven, om in zijn wonderen verheerlijkt
21 41, 26| te nemen, en hetgeen hem gegeven is, en te letten op een
22 41, 28| verwijting, en als gij hem wat gegeven hebt verwijt hem dat niet.~
23 42, 20| heeft zijn heiligen niet gegeven al zijn wonderheden te vertellen.~
24 43, 36| de god vrezende wijsheid gegeven.~ ~
25 44, 25| zegeningen, en hem een erfdeel gegeven, en heeft zijn deel gescheiden
26 45, 3 | 3 Hij heeft hem bevel gegeven aan zijn volk, en heeft
27 45, 6 | aangezicht tot aangezicht bevelen gegeven, de wet des levens en der
28 45, 8 | verbond opgericht, en hem gegeven het priesterdom onder zijn
29 45, 21| Hij heeft hem zijn bevelen gegeven, en macht in de inzet tingen
30 45, 25| vermeerderd, en hem een erfdeel gegeven, de eerstelingen der eerstgeborenen
31 45, 25| eerstgeborenen heeft hij hem ten deel gegeven.~
32 45, 26| welke hij hem en zijn zaad gegeven heeft.~
33 47, 13| eeuwigheid; en heeft hem gegeven het verbond des koninkrijks,
34 47, 15| gelijk God rondom hem rust gegeven had, opdat hij voor zijn
35 49, 7 | heeft hij hun troon anderen gegeven, en hun heerlijkheid aan
36 51, 30| Here heeft mij een tong gegeven tot mijn loon, en met deze
|