Chapter, Verse
1 5, 3 | onder zijn macht brengen vanwege mijn werken? want de Here
2 5, 5 | 5 Wees niet zonder vrees vanwege de verzoening, wanneer gij
3 10, 8 | het andere overgebracht, vanwege ongerechtigheden en moedwilligheden
4 10, 33| arme wordt verheerlijkt vanwege zijn wetenschap, en een
5 10, 33| rijke wordt verheerlijkt vanwege zijn rijkdom.~
6 11, 2 | 2 Prijs niemand vanwege zijn schoonheid, en heb
7 12, 12| woorden gewaar wordt, en vanwege mijn rede doorstoken wordt.~
8 16, 9 | welke hij een gruwel had, vanwege hun hovaardigheid.~
9 19, 11| dwaas zal smarten lijden vanwege een woord, gelijkerwijs
10 19, 11| gelijkerwijs een barende vrouw vanwege het kind.~
11 20, 3 | een is er die gehaat wordt vanwege zijn veel klappen~
12 20, 13| desgelijks ook van een nijdige, vanwege zijn behoeftigheid, want
13 20, 21| wordt gehinderd te zondigen vanwege gebrek, en wordt in zijn
14 22, 31| ik niet schielijk valse vanwege mijn tong, en zij mij niet
15 29, 10| 10 Velen dan vanwege zulke boosheid, wenden zich
16 29, 12| 12 Neem u de arme aan vanwege het gebod, en keer u niet
17 29, 32| verstand heeft. De bestraffing vanwege het huis, en het verwijt
18 31, 15| een oog? daarom weent het vanwege al hetgeen dat het ziet.~
19 34, 28| het met een mens die vast vanwege zijn zonden, en weder heengaat
20 35, 5 | deze dingen moet men doen vanwege het gebod.~
21 38, 18| lastering wil, en troost u vanwege de droefenis.~
22 41, 14| 14 De mensen dragen rouw vanwege hun lichamen, doch de boze
23 41, 21| Schaam u voor vader en moeder vanwege hoererij, en voor een vorst
24 41, 21| voor een vorst en machtige vanwege de leugen;~
25 41, 22| Voor een rechter en overste vanwege mishandeling, voor een vergadering
26 41, 22| vergadering en voor het volk, vanwege overtreding der wet.~
27 41, 23| Voor een metgezel en vriend vanwege ongerechtigheid, en voor
28 41, 23| gij als vreemdeling woont, vanwege dieverij;~
29 41, 25| voor degene, die u groet vanwege uw stilzwijgen; vanwege
30 41, 25| vanwege uw stilzwijgen; vanwege het aanschouwen van een
31 41, 28| Schaamt u ook voor uw vriend vanwege woorden der verwijting,
32 42, 1 | 1 SCHAAM u niet vanwege deze navolgende dingen,
33 42, 2 | 2 Vanwege de wet des Allerhoogsten
34 42, 2 | Allerhoogsten en het verbond, en vanwege het oordeel, om een goddeloze
35 47, 22| zij zijn gekweld geworden vanwege uw dwaasheid, als de heerschappij
|