Chapter, Verse
1 1, 7 | 7 Eén is er wijs, zeer vreselijk, zittende
2 6, 9 | 9 Ook is er menig vriend die veranderd
3 6, 35| menigte der ouden, en is er iemand wijs, hang hem aan;
4 8, 7 | ouderdom, want ook uit ons zijn er die oud worden.~
5 11, 11| 11 Menigeen is er die moeite doet, en arbeidt,
6 11, 12| 12 Menigeen is er die traag is, hebbende hulp
7 11, 18| 18 Menigeen is er die rijk wordt door zijn
8 19, 15| want dikwijls geschiedt er ijdele lastering.~
9 19, 16| niet van harte, en wie is er die met zijn tong niet struikelt?~
10 19, 23| onrechtvaardig, en menigeen is er die de genade verandert,
11 19, 23| blijken, en menigeen is er die rechtvaardig oordeelt,
12 19, 24| 24 Menigeen is er die boosheid doet, gaande
13 20, 3 | 3 Menigeen is er die zwijgende wijs wordt
14 20, 3 | bevonden, en menig een is er die gehaat wordt vanwege
15 20, 4 | 4 Menigeen is er die zwijgt, want hij heeft
16 20, 4 | antwoorden, en menigeen is er die zwijgt, wetende de gelegen
17 20, 10| 10 Menigeen is er die vernederd wordt uit
18 20, 10| de pracht; en menigeen is er die uit de vernedering het
19 20, 11| 11 Menigeen is er die veel voor weinig geld
20 21, 4 | zwaard, en geen genezing is er voor haar wonde.~
21 21, 14| onderwezen worden, hoewel er een kloekheid is die bitterheid
22 22, 17| 17 Wat is er zwaarder dan lood, en wat
23 23, 34| nagelatenen zullen bekennen, dat er niets beter is dan de vreze
24 28, 20| doch niet zo velen als er gevallen zijn door de tong.~
25 29, 21| 21 Borgschap heeft er velen verdorven, die welgesteld
26 30, 24| Want de droefheid heeft er velen verdorven en gedood.~
27 31, 15| 15 Is er wat bozer geschapen dan
28 31, 28| wijn, want de wijn heeft er velen in het verderf gebracht.~
29 37, 32| de onverzadelijkheid zijn er velen gestorven, maar die
30 38, 13| is mischien een tijd, dat er in hun handen een goede
31 38, 20| 20 Als er kwaad wordt ingevoerd, blijft
32 44, 9 | 9 Enigen zijn er onder hen, die een naam
33 44, 10| 10 Doch enigen zijn er waarvan geen gedachtenis
34 49, 16| 16 Zodanig is er geen geschapen geweest op
35 50, 17| gevende; en maakten dat er gehoord werd een groot geschal,
|